Jhr. G.J.G. Klerck

G.J.G. Klerck
bron: Gemeentearchief Den Haag

Negentiende-eeuwse ingenieur en minister. Begon zijn loopbaan als officier bij de genie en was adviseur voor de aanleg van spoorwegen. In het kabinet-Heemskerk/Van Lynden van Sandenburg kortstondig minister van Oorlog in een reeks van vier ministers. Kwam spoedig met de koning in conflict toen in 1876 zonder diens toestemming legertenten bij een watersnood in Noord-Brabant waren gebruikt. Trad af, nadat zijn plannen voor uitbreiding van de militie waren afgewezen. Keerde in 1879 terug als minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid en bracht diverse wetten tot verbetering en aanleg van kanalen tot stand, waarvan die tussen Amsterdam en de Merwede de belangrijkste was. Lange, broodmagere man, die bijna fluisterend sprak.

conservatief-liberaal
functie(s) in de periode 1876-1883: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Guillaume Jean Gérard

titulatuur en naam

Jhr. G.J.G. Klerck Guillaume Jean Gérard

geboorteplaats en -datum

Luik, 13 februari 1825

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 17 januari 1884

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

gematigd liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • tweede luitenant, korps ingenieurs en mineurs te Gorinchem, van 16 juni 1843 tot 1854
  • tweede luitenant, korps ingenieurs en mineurs te 's-Gravenhage, 1854
  • eerste luitenant en eerstaanwezend ingenieur, eerste inspectie van Fortificatiën te 's-Gravenhage, van 1854 tot 1 oktober 1861
  • onbepaald verlof uit militaire dienst, 1 oktober 1861
  • secretaris commissie totstandkoming spoorwegnet (Spoorwegcommissie), van 1 oktober 1861 tot 1 augustus 1863
  • adviseur Staatsspoorwegen, van 30 juli 1863 tot 1875
  • minister van Oorlog, van 1 februari 1876 tot 11 september 1876
  • ambteloos, van 11 september 1876 tot 12 februari 1878
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 12 februari 1878 tot 21 augustus 1879
  • minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 20 augustus 1879 tot 23 april 1883
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 26 juni 1883 tot 17 januari 1884

officiersrangen

  • tweede luitenant der genie, van 16 juni 1843 tot 18 juni 1854
  • eerste luitenant der genie, van 18 juni 1854 tot 17 oktober 1861
  • kapitein der genie, van 17 oktober 1861 tot 5 november 1867 (eervol ontslag)

Nevenfuncties

  • lid bestuur KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), van 1867 tot 1869
  • voorzitter KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), van 1869 tot 1870
  • voorzitter KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), van 1871 tot 1874
  • voorzitter KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), van 1876 tot 1878
  • voorzitter militaire spoorwegcommissie, tot 1879
  • voorzitter Nederlandsche commissie van de wereldtentoonstelling te Parijs, 1878
  • voorzitter KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), van 1881 tot 1882

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

  • directeur Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Nijverheid
  • erevoorzitter internationale tentoonstelling voor visserijgereedschappen te Scheveningen, van maart 1880 tot 1881
  • erevoorzitter Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1839 tot juni 1843

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Als minister van Oorlog zorgde hij voor uitbreiding van de veldartillerie en voorzag hij de infanterie van pioniergereedschap, zodat infanteristen zelf een aarden verdediging konden aanleggen.
  • Besloot tot de aanschaf van bronzen achterlaadgeschut

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1879 wet tot stand over herziening van de bepalingen omtrent de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen tot stand. Hierdoor werd een wet uit 1856 gemoderniseerd, onder meer door toevoeging van strengere bestraffing van de kapitein bij nalatigheid.
  • Bracht in 1880 een wet tot stand waarbij een keizerlijk decreet uit 1810 werd ingetrokken over het verbod op bouwen op dijken en glooiingen. De regeling hiervan ging over naar de provincies.
  • Bracht in 1880 wetten tot stand tot aanleg van enige kanalen in de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel, tot verbetering van de binnenlandse waterstaat in Friesland en tot subsidiëring van aanleg van een kanaal van Coevorden naar Nieuw-Amsterdam
  • Bracht in 1881 de wet tot aanleg van een kanaal ter verbinding van Amsterdam met de Merwede tot stand. Realiseerde hiermee de wens van de Amsterdammers om verbinding met de Rijn te krijgen, door verruiming en verdieping van de bestaande Keulse vaart
  • Bracht in 1881 een wet tot inrichting van een rijksdienst voor verzending van postpakketten van minder dan 5 kilo tot stand
  • Bracht in 1882 een wet tot stand inzake rijkssubsidie voor verbetering van de Oude IJssel
  • Bracht in 1882 een wet tot stand waarbij de ijk van weegwerktuigen werd afgeschaft
  • Bracht in 1882 een wet tot stand waarbij de bezittingen en lasten van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij overgingen naar de staat
  • Bracht in 1883 een wet tot stand inzake verlegging van de uitmondingen van de Maas naar de Amer door aanleg van een kanaal en afsluiting van Maas bij Heusden

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Onmiddellijk na ambtsaanvaarding ving hij aan met het ontwerpen van de Militiewet, waarbij het jaarlijks contingent miliciens op 14.000 werd gebracht. Trad af na verwerping op 16 juni 1876 van artikel 1 van dat wetsvoorstel met 43 tegen 31 stemmen.

uit de privésfeer

  • Als luitenant bij het korps ingenieurs in 's-Gravenhage legde hij onder meer de weg van 's-Gravenhage naar de legerplaats Waalsdorp aan

verkiezingen

  • Was in 1879 en 1883 in het district Gorinchem kandidaat voor de Tweede Kamer, maar werd verslagen door L.W.Ch. Keuchenius (a.r.)
  • Werd bij de periodieke verkiezingen in 1883 in het district 's-Gravenhage verslagen door W. Wintgens (cons.)

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

overige onderscheidingen en prijzen

Ridder tweede klasse, Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, 30 april 1879

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 682

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Arnhem, 19 oktober 1848 (echtgenote overleden 17 december 1873)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 23 augustus 1883

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. C.M. des Tombe, Cornelia Maria

2e echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. C.H. des Tombe, Cecile Henriëtte

vader

Jhr. R.A. Klerck, Reinhold Antonie

geboorteplaats en/of -datum

Rhenen, 28 april 1774

beroep vader

officier en president van de Hofcommissie

moeder

I.J. van Citters, Isabella Jacoba

geboorteplaats en/of -datum

Goes, 2 december 1795

familierelaties

  • Broer van jhr. A. Klerck, secretaris-generaal ministerie van Marine
  • Zwager van J.P. Havelaar, minister en Tweede en Eerste Kamerlid
  • Zwager van jhr. F.L.W. de Kock, directeur Kabinet des Konings en minister van staat