J.G. van den Bergh

J.G. van den Bergh
bron: Fotocollectie GAM

Katholieke, uit Limburg afkomstige ingenieur die in het kabinet-Heemskerk Azn. minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid was. Was niet opgeleid aan de Koninklijke Academie in Delft, maar volgde een praktijkopleiding. Speelde als ingenieur vooral een rol bij de aanleg van spoorwegen en spoorwegbruggen, zoals de Moerdijkbrug. Was als minister niet erg succesvol en bracht weinig wetgeving tot stand. Trad vanwege zijn gezondheid voortijdig af.

conservatief (katholiek)
functie(s) in de periode 1883-1887: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Joannes Gregorius

titulatuur en naam

J.G. van den Bergh Joannes Gregorius

wijziging in naam en/of titulatuur

J.G. Vandenbergh

geboorteplaats en -datum

Wijk (gem. Maastricht), 23 december 1824

overlijdensplaats en -datum

Maastricht, 27 mei 1890

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Hoofdfuncties/beroepen

  • tijdelijk opzichter, aanleg rijksweg Maastricht-Venlo, van 20 april 1843 tot 1 januari 1847
  • opzichter bij de Aken-Maastrichtse Spoorwegmaatschappij, van 1 januari 1847 tot 12 april 1853
  • sectie-ingenieur, Aken-Maastrichtse Spoorwegmaatschappij, van 13 april 1853 tot 6 oktober 1857
  • eerste sectie-ingenieur, Aken-Maastrichtse Spoorwegmaatschappij, van 7 oktober 1857 tot 1860
  • stadsingenieur te Maastricht, van 1860 tot 1 juni 1861
  • bouw- en werktuigkundige eerste klasse, aanleg der staatsspoorwegen te Breda, van 1 juni 1861 tot 27 juli 1873
  • eerstaanwezend ingenieur, aanleg der staatsspoorwegen, van 27 juli 1863 tot 25 januari 1876
  • hoofdingenieur Staatsspoorwegen te Breda, van 1 februari 1876 tot 1 april 1876
  • hoofdingenieur Staatsspoorwegen te Arnhem, van 1 april 1876 tot 22 april 1883
  • minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 23 april 1883 tot 11 juli 1887
  • ambteloos, vanaf juli 1887

Nevenfuncties

lid Rijkscommissie voor Monumentenbehoud

Opleiding

cursussen

  • opleiding tot opzichter Rijkswaterstaat door de toenmalige opzichter, terwijl hij tevens bij hoofdingenieur J.W. Conrad werkte

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • In 1885 verwierp de Eerste Kamer een door hem verdedigd wetsvoorstel over de exploitatie van de spoorlijn Amersfoort-Kesteren-Nijmegen. Het Tweede Kamerlid Bahlmann interpelleerde hem hierover op 23 december 1885.
  • Tijdens zijn ministerschap werd de voltooiing van het Merwedekanaal voorbereid en besloten tot verlegging van het Oude Maasje

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1884 een wet in het Staatsblad over het vervoer, de in-, uit- en doorvoer en opslag van buskruit en ander lichtontvlambare of ontplofbare stoffen. Voor het vervoer was een vergunning van de Commissaris des Konings nodig. Doorvoer moest onder geleide van door de minister aangewezen ambtenaren plaatsvinden.
  • Bracht in 1885 een wet tot stand betreffende opruiming en beheer van vaartuigen en andere voorwerpen in openbare binnenwateren gestrand, gezonken, aan de grond geraakt of vastgelopen. De beheerders van openbare binnenwateren kregen de bevoegdheid om op te ruimen wat gevaar opleverde voor de scheepvaart. De eigenaar van een vastgelopen vaartuig moest hiervan in kennis worden gesteld. De kosten konden op de eigenaar worden verhaald.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Was in 1886 enige tijd afwezig vanwege zijn gezondheid en kreeg op 10 juni 1887 een maand verlof om te herstellen. Hij vertrok toen naar Bad Ems. Legde na die maand echter zijn ministersambt neer.
  • Weigerde in 1888 een kandidatuur voor de Tweede Kamer in het district Grave

uit de privésfeer

  • Hij werd drie maanden na het huwelijk van zijn ouders geboren
  • Door minister Van Heemstra werd in belang van Delftse academici bepaald, dat alleen zij de titel ingenieur mochten voeren. Maar Thorbecke, die na de Aprilbeweging enige jaren Kamerlid voor Maastricht was geweest, droeg hem in afwijking van die regel voor tot eerstaanwezend ingenieur. Als zodanig werd hij op 27 juli 1863 benoemd.
  • Werd naar Arnhem overgeplaatst met de opdracht de aanleg van de lijnen Amersfoort-Nijmegen, Arnhem-Nijmegen en Nijmegen-Venlo te begeleiden. Onder zijn leiding zijn spoorwegbruggen te Venlo, Moerdijk, Arnhem en Nijmegen gebouwd.
  • Had de reputatie van een zeer praktisch ingenieur met helder inzicht, maar bijvoorbeeld bij de bouw van de Moerdijkbrug bleek hij waterbouwkundig onvoldoende onderlegd, getuige de hoge kosten om ontgronding van de tien noordelijke pijlers te bestrijden

verkiezingen

  • Was in 1881 bij de periodieke verkiezingen Tweede Kamerkandidaat in Rotterdam. Werd niet gekozen; kreeg 28 procent van de stemmen.

woonplaats(en)/adres(sen)

Maastricht, van 1887 tot 1890

ridderorden

Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 25 juli 1887

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Levensschets en portret door J.L. Cluysenaer in: "De Ingenieur", 7 juni 1890
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 117

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

ongehuwd

vader

M. van den Bergh, Mattheüs (ook wel: Mathijs)

geboorteplaats en/of -datum

Lanaken (Oostenr. Nederlanden), 9 maart 1800

beroep vader

opzichter bij de waterstaat

moeder

M.A. Caenen, Maria Agnes

geboorteplaats en/of -datum

Margraten, 13 april 1793