Algemeene Bond (RKSP), RKSP
functie(s) in de periode 1913-1945: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Max Charles Emile (Max)
titulatuur en naam
Ir. M.Ch.E. Bongaerts Max Charles Emile (Max)
geboorteplaats en -datum
Roermond, 9 januari 1875
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 10 mei 1959
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- aspirant-ingenieur toegevoegd aan de Inspecteur van Rijkswaterstaat te 's-Gravenhage, van 2 oktober 1896 tot 1 november 1900
- aspirant-ingenieur toegevoegd aan C.A. Jolles, ingenieur der Rijkswaterstaat te Breda, van 1 november 1900 tot 1 mei 1901
- ingenieur derde klasse, Rijkswaterstaat te Nieuwendijk (gem. Almkerk) en Heusden, van 1 mei 1901 tot 1 september 1905
- ingenieur derde klasse, Rijkswaterstaat te Breda, van 1 september 1905 tot 1 september 1906
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat te Dordrecht, van 1 september 1906 tot 2 september 1912
- ingenieur tweede klasse, Rijkswaterstaat te Goes, van 2 september 1912 tot 1 november 1914 (op non-actief sinds september 1913)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1913 tot 1 november 1914 (voor het kiesdistrict Roermond)
- ingenieur eerste klasse, Rijkswaterstaat, van 1 november 1914 tot 15 september 1925 (op non-actief)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 november 1914 tot 5 augustus 1925 (in 1914-1918 voor het kiesdistrict Roermond)
- minister van Waterstaat, van 4 augustus 1925 tot 8 maart 1926
- ambteloos, van 8 maart 1926 tot 17 september 1929
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 6 oktober 1945
Partijpolitieke functies
overzicht
- fractiesecretaris RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1916 tot 5 augustus 1925
- fractiesecretaris RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1931 tot 7 mei 1936
- vicefractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 mei 1936 tot 9 oktober 1945
Nevenfuncties
- lid college van regenten R.K. ziekenhuis "Johannes de Deo" te 's-Gravenhage, vanaf 1917
- lid Mijnraad, van 1918 tot 1925
- lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 21 januari 1918 tot augustus 1925
- lid hoofdstembureau kieskring 's-Gravenhage, vanaf 1918
- voorzitter Commissie voor de aanleg van tramwegen t.b.v. de mijnexploitatie te Limburg, vanaf 1 oktober 1918
- lid Zuiderzeeraad, van 31 maart 1919 tot 5 augustus 1925
- lid curatorium R.K. Leergangen te Tilburg, van 1919 tot 1925
- voorzitter commissie inzake de Limburgse kalkindustrie, vanaf 9 oktober 1919
- lid bestuur Nationale Bond tegen Revolutie, vanaf januari 1921
- lid Staatscommissie inzake de Electriciteitsvoorziening (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 30 mei 1921 tot mei 1925
- lid Raad van Commissarissen N.V. Internationale Gewapend Betonbouw te Breda, omstreeks 1922
- lid Staatscommissie inzake het vervoersvraagstuk (Staatscommissie-Patijn), van mei 1923 tot 1930 (onderzoek economisch dienstbaar maken land-, water- en spoorwegen)
- lid Raad van Commissarissen Stoomvaartmaatschappij "Zeeland", omstreeks 1923
- lid Raad van Commissarissen Eerste R.K.-Levensverzekeringsmaatschappij, tot augustus 1925
- plaatsvervangend lid Centraal Stembureau, van 1 januari 1924 tot 1928
- lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1926 tot 1954
- lid Raad van Commissarissen Hypotheekbank voor Holland en Indië, vanaf juni 1926
- lid Mijnraad, vanaf 1926 (nog in 1938)
- lid Zuiderzeeraad, van 1 mei 1926 tot 1 januari 1932
- lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche Constructiewerkplaatsen, vanaf juni 1927 (nog in 1937)
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Middenstandsbank, vanaf januari 1928 (nog in 1942)
- lid curatorium R.K. Leergangen te Tilburg, vanaf 1929 (nog in 1933)
- lid College van Curatoren R.K. Handels-Hoogeschool (Katholieke Economische Hogeschool) te Tilburg, van 1929 tot 1951
- lid Centraal Stembureau, van 1929 tot september 1945
- lid commissie van bijstand voor de arbeidsbemiddeling, omstreeks 1931 (nog in 1937)
- lid Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1931 (nog in 1937)
- lid Staatscommissie voor het Spaarbekkenkrachtwerk in Zuid-Limburg (Staatscommissie-Van Hövell tot Westerflier), van december 1931 tot 1937
- ondervoorzitter Zuiderzeeraad, van 1 januari 1932 tot 1941
- lid Raad van Commissarissen N.V. Grondverbetering- en Ontginningsmaatschappij 'Grontmij' te Zwolle, vanaf november 1932
- voorzitter Economisch-Technologisch Instituut te Tilburg, omstreeks 1933 (nog in 1937)
- lid Interdiocesaanse Raad van Rooms-Katholieke Verkenners
- lid Legercommissie, omstreeks 1936 (nog in 1939)
- lid commissie van advies inzake de instelling van een energieraad, omstreeks 1937
- lid Raad van Toezicht Vereeniging voor Luchtbescherming, vanaf januari 1937
- lid Commissie van overleg voor de wegen, omstreeks 1938
- lid Raad van Commissarissen N.V. Machinefabriek 'Breda' v/h Backer & Rueb te Breda, vanaf augustus 1939
- voorzitter Katholiek Comité voor Vluchtelingen, vanaf januari 1940
- voorzitter IPU (Interparlementaire Unie), vanaf maart 1940
- voorzitter Zuiderzeeraad, van 1941 tot 1945
- lid Raad van Commissarissen N.V. Van Mierlo en Zoon (nog in 1942)
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Werktuigbouw te Amsterdam
- voorzitter Plaatsingsbureau voor afgestudeerden der Katholieke Economische Hogeschool, omstreeks 1946
- lid werkcomité standbeeld van Ir. Lely op de Afsluitdijk, 1953
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de begroting van Waterstaat 1920 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1919
- voorzitter Commissie van Rapporteurs over het wetsvoorstel maatregelen tegen onredelijk opdrijven en hoog houden van prijzen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1920
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk IX (Waterstaat) 1921 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk IX (Waterstaat) 1924 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1925 tot juni 1925
- secretaris van de ministerraad (kabinet-Colijn I), van augustus 1925 tot maart 1926
- voorzitter vaste commissie voor Openbare Werken, Waterstaats- en Verkeersaangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 15 oktober 1929 tot 6 oktober 1945
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk IX (Waterstaat) 1930 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor begroting Staatsbedrijf der PTT 1930 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk IX (Waterstaat) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1932 en 1933)
- lid Gemengde Commissie voor de Stenografie (namens de Tweede Kamer), van 27 mei 1936 tot 6 oktober 1945
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsvoorstel Reorganisatie van het spoorwegbedrijf (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1936 tot maart 1937
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1938 tot september 1938
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1939 en 1940)
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Rijks Hogere Burgerschool te Roermond, tot juli 1892
academische studie
- werktuigbouwkunde, Polytechnische School te Delft, van september 1892 tot juli 1896
Activiteiten
als parlementariër
- Was waterstaatswoordvoerder van de RKSP-Tweede Kamerfractie, waarbij hij zich onder meer inzette voor kanalisatie van de Maas en het woord voerde bij de behandeling van de Zuiderzeewet. Hield zich ook bezig met mijnbouwaangelegenheden en elektrificatie- en verkeersvraagstukken. Na zijn ministerschap woordvoerder buitenlandse zaken en deskundige van zijn fractie op het gebied van het kiesrecht.
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1914 tot de zeven leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Wet op de inkomstenbelasting stemden
- Behoorde in 1915 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Albarda stemde over staatsexploitatie van de olievelden in Djambi
- Behoorde in 1921 tot de negen leden van zijn fractie die vóór het wetsvoorstel wijziging van de rijksuitkering aan de gemeenten stemden
- Behoorde in 1930 tot de elf leden van zijn fractie die vóór een amendement-Boon c.s. stemden dat de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte
- Behoorde in 1931 tot de drie leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel tot wijziging van de Drankwet stemden
- Behoorde in 1933 tot de negen leden van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel over korting op pensioenen van voormalige Indische ambtenaren stemden
- Behoorde in 1934 tot de negen leden van zijn fractie die tegen artikel 1 van het wetsvoorstel Instelling van een Verkeersfonds stemden
- Behoorde in 1935 tot de acht leden van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel tot wijziging van de Pensioenwet voor spoorwegambtenaren stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Stelde in 1925 een Staatscommissie in die advies moest uitbrengen over de rol van de overheid bij de radio-omroep
- Verdedige in 1925 in de Tweede Kamer met succes een wetsvoorstel over ontginning van het steenkolenveld bij Vlodrop
Wetenswaardigheden
algemeen
- Verdedigde als minister van Waterstaat alleen in de Eerste Kamer een ondergeschikt wetsvoorstel over onteigening ten behoeve van aanleg van de tramlijn Zutphen-Deventer
- Kwam als minister spoedig in conflict met de directeur van het Staatsbedrijf der PTT M.H. Damme
- Nam kort na terugkeer van het (nood)parlement ontslag, met als reden dat hij plaatsmaakte voor jongere krachten. In het dagboek van L.G. Kortenhorst staat dat hij onder druk van de leiding van de RKSP aftrad, vanwege de economische collaboratie van het bedrijf N.V. Werktuigbouw waarvan hij president-commissaris was.
uit de privésfeer
- Was gehuwd met een kleindochter van N.R.H. Guljé, Tweede Kamerlid
- Zijn schoonzoon, H.J.M. Loeff, was burgemeester van Drunen (1923-1930), van Vught (1930-1945) en van 's-Hertogenbosch (1944-1960)
verkiezingen
- Versloeg in 1913 in het district Roermond J.Th. Verheggen (r.k.)
- Werd bij tussentijdse verkiezingen in 1914 en bij de algemene verkiezingen in 1917 via enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
niet-aanvaarde politieke functies
- lid Tweede Kamer, augustus 1925 (i.v.m. benoeming tot minister)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Dordrecht, van 1906 tot 1912
- Goes, van 1912 tot 1914
- 's-Gravenhage, Juliana van Stolberglaan 42, omstreeks 1914 (nog in 1923)
- 's-Gravenhage, Bezuidenhoutseweg 267, omstreeks 1931 tot 10 mei 1959
ridderorden
- Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 31 augustus 1909
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 9 juni 1921
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Georges Linssen, "Ir.Max Bongaerts, 1875-1959", in: Jaarboek Spiegel van Roermond 2005, 72
- Georges Linssen, "Max Bongaerts", in: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis, jrg.14, nr.1, augustus 2005, 11
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Alexander van Kessel, "'Een ijdel, eerzuchtig, pesterig en inhallig mannetje' Max Bongaerts' vertrek uit de Tweede Kamer, oktober 1945", in: Jaarboek parlementaire geschiedenis 2021, 93 e.v.
- Wie is dat? 1938
- Onze Afgevaardigden, 1913
- Ned. Patriciaat, 1999
archivalia
gemeentearchief Roermond
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Breda, 14 mei 1902
echtgeno(o)t(e)/partner
H.J.E. Guljé, Hedwig Josephine Emille (Hedwig)
vader
C.H.E. Bongaerts, Carolus Henricus Eugenius
geboorteplaats en/of -datum
Roermond, 12 mei 1839
beroep vader
textielfabrikant
moeder
M.S.V. Spielmans, Maria Sophia Victoria
geboorteplaats en/of -datum
Roermond, 15 juli 1850
beroep grootvader (moederskant)
brander te Roermond