Algemeene Bond (RKSP)
functie(s) in de periode 1913-1925: lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Gerardus Jacobus
titulatuur en naam
Ir. G.J. van Swaaij Gerardus Jacobus
geboorteplaats en -datum
Loenen (Utr.), 22 juni 1867
overlijdensplaats en -datum
Delft, 6 januari 1945
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- buitengewoon opzichter werken van de Zuid-Willemsvaart, van juni 1889 tot juli 1889 (tijdens opleiding)
- assistent toegepaste natuurkunde, Polytechnische School te Delft, van september 1889 tot 1 januari 1893
- leraar natuurkunde, Rijks Hogere Burgerschool te Winterswijk, van 1 januari 1893 tot 1 juni 1894
- leraar natuurkunde, Rijks Hogere Burgerschool te Tilburg, van 1 juni 1894 tot 1 november 1897
- tijdelijk deeltijd-leraar toegepaste natuurkunde, Polytechnische School te Delft, van 1 november 1897 tot 1 februari 1898
- deeltijd-leraar toegepaste natuurkunde, Polytechnische School te Delft, van 1 februari 1898 tot september 1894
- hoogleraar elektrotechniek, Polytechnische School (vanaf 1905 Technische Hogeschool) te Delft, van september 1894 tot september 1922 (benoemd bij K.B. van 6 juli 1894, sinds 1917 op non-actief)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 mei 1911 tot 29 december 1913 (voor het kiesdistrict Delft)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 29 december 1913 tot 19 september 1922 (voor Zuid-Holland)
- privaatdocent Technische Hogeschool te Delft, van december 1913 tot 1915
- directeur PNEM (Provinciale Noordbrabantsche Electriciteits Maatschappij), van 1914 tot 18 september 1922
- privaatdocent Technische Hogeschool te Delft, van 1919 tot september 1922
- minister van Waterstaat, van 18 september 1922 tot 4 augustus 1925 (beëdigd 22 september 1922)
Nevenfuncties
- lid Staatscommissie inzake de Electriciteitsvoorziening (Staatscommissie-Van IJsselsteyn), vanaf 14 juli 1911
- hoofd adviesbureau voor gemeentebesturen over de afsluiting van contracten met de PNEM, 1914
- lid Raad van Toezicht PNEM (Provinciale Noordbrabantsche Electriciteits Maatschappij), tot 1914
- lid curatorium Stichting R.K. Leergangen, van 1916 tot september 1922
- voorzitter commissie van advies over de elektrificatie van de spoorwegen, 1920
- lid Staatscommissie inzake de Electriciteitsvoorziening (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 30 mei 1921 tot september 1922
- lid examencommissie Hogere Burgerscholen te Maastricht, 1926
- lid Raad van Commissarissen N.V. Electro Themische Industrie te Roosendaal, vanaf juli 1928
- voorzitter Electriciteitsraad, van 1933 tot 1943
- voorzitter Natuurschooncommissie Electrische Geleidingen, van 1933 tot 6 januari 1945
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1919 tot december 1919
- (tijdelijk) secretaris van de ministerraad (kabinet-Ruijs de Beerenbrouck II), van 18 september 1922 tot 4 augustus 1925
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erevoorzitter R.K. Delftsche Studentenvereeniging "Sanctus Virgilius"
- erelid Vereeniging van Directeuren van Electriciteitsbedrijven, vanaf maart 1926
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Hogere Burgerschool te Utrecht
academische studie
- civiele techniek, Polytechnische School te Delft, van september 1885 tot juli 1889
- elektrische meetkunde, Physikalisch-Technische Reichsanstalt te Berlijn, van 1894 tot 1897
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak als Eerste Kamerlid vooral over Indische zaken, onderwijs en waterstaat
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1918 tot de zes leden die tegen de ontwerp-Wet inzake de dividend- en tantièmewet stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- In 1922 verwierp de Tweede Kamer een door hem verdedigde begrotingswijziging in verband met uitgaven voortvloeiende uit de afschaffing van portvrijdom (voor overheidsdiensten), waartoe eerder was besloten
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1924 de Wet betreffende opsporing van delfstoffen tot stand. Het sinds 1908 bestaande verbod voor particulieren om delfstoffen (steenkool, zout) op te sporen wordt opgeheven. Wel wordt dit in bepaalde delen (Limburg, Twente) van Nederland aan een vergunning gebonden.
- Bracht in 1924 samen met minister Heemskerk een algehele wijziging van de Motor- en rijwielwet 1904 tot stand. De regels voor het verkeer worden voor alle gemeenten gelijk. Er worden nu ook bepalingen opgenomen over het voeren van licht en het geven van signalen door motorrijtuigen. De geldigheid van het rijbewijs wordt aan een termijn (twee jaar) gebonden en er komt een verplicht rijexamen. Verder komen er maximumsnelheden voor auto's (20 en 12 km/u resp. buiten en binnen de bebouwde kom). Verder wordt de minimumleeftijd voor het besturen van een motorrijtuig 18 jaar en komt er een regeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders bij botsingen. De autobestuurder is aansprakelijk, tenzij er sprake was van overmacht. Het wetsvoorstel was in 1917 ingediend door minister Lely.
- Bracht in 1925 de Zuiderzeesteunwet tot stand, die zorgde voor een geldelijke tegemoetkoming aan Zuiderzeevissers die door de afsluiting van de Zuiderzee onvoldoende middelen voor hun levensonderhoud hadden. De wet werd in 2005 ingetrokken.
- Bracht in 1925 samen met minister Colijn de Spoorwegpensioenwet tot stand. Deze wet bevatte een pensioenregeling voor ambtenaren (en hun weduwen en wezen) van de Maatschappij tot exploitatie van staatsspoorwegen en van de Hollandsche IJzerenspoorweg Maatschappij, waarvan de bestaande pensioenfondsen werden samengevoegd
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd net als minister Westerveld pas op 21 september 1922 beëdigd, maar was op 19 september wel als benoemd minister aanwezig bij de opening van de zitting van de Staten-Generaal
- Kreeg vanaf 1 januari 1923 als minister ook de zorg voor de scheepvaart en het mijnwezen
- Hoe weinig gezag de minister uiteindelijk nog had in de Tweede Kamer bleek tijdens de behandeling van zijn begroting in 1924. Een voorstel van hem om een hoofdcommies te bevorderen tot referendaris werd met slechts twee stemmen vóór verworpen.
- Bij de behandeling van de wijziging van de Motor- en Rijtuigenwet in de Eerste Kamer (1924) liet hij de beantwoording van vragen geheel over aan minister Heemskerk
uit de privésfeer
- Had een belangrijk aandeel in de aanleg van het elektriciteitsnet in Noord-Brabant
verkiezingen
- Versloeg in 1913 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 43 tegen 29 stemmen A. Plate (lib.)
- Werd in 1922 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 42 van de 78 stemmen herkozen. Op Th. Stoop (sdap) werden 18 stemmen uitgebracht en op P. Rink (lib.) tien stemmen.
niet-aanvaarde politieke functies
- lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (niet aanvaard vanwege onverenigbaarheid met hoogleraarschap)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Delft, Oude Delft, omstreeks 1915
- Nijmegen, omstreeks 1916 (nog in 1922))
- 's-Gravenhage, Van Stolklaan 14A, omstreeks 1931
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 augustus 1922
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 30 augustus 1937
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- J.F.E. Blösing, "G.J. van Swaaij", in Brabantse Biografieën, deel 1
- W.W. Schongs, "Professor ir. G.J. van Swaaij c.i. 1867-1945. Docent elektrische metingen en elektrotechnische toepassingen" (z.p., 1997)
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Nederweert, 19 augustus 1890
echtgeno(o)t(e)/partner
M.A.H. Vullers, Maria Agnes Hubertina
vader
H. van Swaaij, Henricus (oorspronkelijk "Van Zwaaij")
geboorteplaats en/of -datum
Loenen (Utr.), 6 maart 1810
beroep vader
winkelier
moeder
M.Th. Arnolds, Maria Theresia
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 13 mei 1834