CHU
functie(s) in de periode 1951-1960: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Cornelis (Kees)
titulatuur en naam
Ir. C. Staf Cornelis (Kees)
geboorteplaats en -datum
Ede, 23 april 1905
overlijdensplaats en -datum
Arnhem, 10 september 1973
levensbeschouwing
Hervormd: confessioneel
Partij/stroming
partij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie)
Hoofdfuncties/beroepen
- medewerker Staatsbosbeheer, houtvesterij te Breda, van 1921 tot 1922
- medewerker Raad van Bestuur N.V. Nederlandsche Heidemaatschappij, van 1929 tot 1934
- inspecteur N.V. Nederlandsche Heidemaatschappij, van 1934 tot 1938
- vicevoorzitter Raad van Bestuur N.V. Nederlandsche Heidemaatschappij, van 1938 tot 1 oktober 1941
- directeur Bureau Ontruiming (belast met voorbereiding tot afvoer van vee en landbouwproducten uit inundatiegebieden), 1939
- directeur Stichting Landelijke Bezettingsschaden, 1940
- voorzitter Raad van Bestuur N.V. Nederlandsche Heidemaatschappij, van 1 oktober 1941 tot 1945
- directeur-generaal grondgebruik en landbouw, ministerie van Landbouw, van 1945 tot 1 februari 1947
- waarnemend directeur-generaal van de Landbouw, ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, van 1 februari 1947 tot 1 mei 1947
- directeur-generaal van de Landbouw, ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, van 1 mei 1947 tot 5 maart 1951
- minister van Oorlog, van 15 maart 1951 tot 19 mei 1959 (sinds 13 oktober 1956 met de titel minister van Defensie)
- minister van Marine, van 15 maart 1951 tot 19 mei 1959 (sinds 13 oktober 1956 met de titel minister van Defensie)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1952 tot 2 september 1952
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956
- minister van Overzeese Rijksdelen ad interim, van 7 juli 1956 tot 16 februari 1957 (na het overlijden van minister Kernkamp)
- minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening ad interim, van 1 januari 1958 tot 13 januari 1958 (na het aftreden van minister Mansholt)
- minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening ad interim, van 22 december 1958 tot 19 mei 1959
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 9 juni 1959 tot 20 september 1960
- voorzitter Raad van Bestuur N.V. Nederlandse Heidemaatschappij, van 1 oktober 1961 tot 1 mei 1970
(in)formateurschap(pen)
- informateur, van 26 augustus 1952 tot 29 augustus 1952
Partijpolitieke functies
overzicht
- adviserend lid hoofdbestuur CHU, 1956
- adviserend lid hoofdbestuur CHU, 1959
Nevenfuncties
- parttime docent Landbouw-Hogeschool te Wageningen, van 1938 tot 1942
- provinciaal voedselcommissaris in Gelderland, vanaf 1939
- directeur Bureau Aardappelverbouw, vanaf mei 1940
- voorzitter CULANO (Commissie tot uitzending van landbouwers naar Oost-Europa), vanaf 1941
- gemachtigde voor de oogst, ministerie van Landbouw en Visserij, vanaf 1943
- plaatsvervangend raad, Pachtkamer Gerechtshof te Arnhem, vanaf 5 september 1945
- lid College voor de Voedselvoorzening, omstreeks 1946
- lid commissie voor Voedselvoorziening en Visserij, Beneluxraad
- lid commissie herziening van de Pachtwet 1937, van 26 februari 1947 tot 3 oktober 1950
- lid commissie voor Landbouw en Voedselvoorziening Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES)
- lid subcomité landbouwtechniek OEES (Organisatie voor Europese Economische Samenwerking)
- lid Landbouworganisatie TNO
- lid dagelijks bestuur Centrale Organisatie TNO
- voorzitter Raad voor Toegepast Landbouwkundigonderzoek
- gecommitteerde Ambtsheerlijkheid Cromstrijen, van 1959 tot 10 september 1973
- lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Heidemaatschappij, van 1959 tot 1961
- voorzitter Interprovinciale Stichting tot ontwikkeling van komgronden, vanaf juli 1959
- voorzitter LEI (Landbouw-Economisch Instituut), vanaf 16 juli 1959 (nog in 1965)
- lid Raad van Commissarissen Nationale Investeringsbank (herstelbank)
- voorzitter NFO (Nederlandse Fruittelers Organisatie), van februari 1960 tot 1 april 1971
- adviseur bestuur Nederlandse Heidemaatschappij, van 1 juli 1960 tot 1 oktober 1961
- lid Raad van Commissarissen N.V. CSM (Centrale Suiker Maatschappij), van september 1960 tot 10 september 1973
- lid bestuur Bosschap, van 1 november 1961 tot 10 september 1973
- lid Raad van Commissarissen N.V. Meneba (Meelfabrieken der Nederlandse bakkerijen), tot 10 september 1973
- lid Raad van Commissarissen Verenigde Mengvoederfabrieken Koudijs N.V., tot 10 september 1973
- lid Raad van Commissarissen N.V. "Geveke Technische Ondernemingen" N.V.
- lid/voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Lijm- en gelatinefabriek Delft N.V., tot 10 september 1973
- lid Raad van Commissarissen Nationale Borg Maatschappij
- lid Raad van Commissarissen Koninklijke Handelmaatschappij "Boeke & Huydecoper" N.V. te Groningen
- lid Raad van Commissarissen VIB (Vereniging voor Inkoop en Bedrijfslogistiek)
- voorzitter Raad van Commissarissen Kluwer N.V., tot 10 september 1973
- kerkvoogd Nederlandse Hervormde Kerk
- voorzitter Nederlandse delegatie van het speciaal comité voor landbouwvraagstukken van de E.E.G.
- voorzitter Commissie ontwikkelingshulp, Landbouwschap
- voorzitter Bedrijfslaboratorium voor grond- en grasonderzoek
- lid bestuur Stichting Bosbouw Praktijk Onderwijs en Landelijk Orgaan voor het Leerlingwezen in de Bosbouw
- lid bestuur Stichting tot bevordering van investeringen in Suriname, omstreeks 1971
- lid bestuur Stichting ontwikkeling machinale landbouw in Suriname
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter NFO (Nederlandse Fruittelers Organisatie), vanaf april 1971
Opleiding
voortgezet onderwijs
- m.u.l.o.
- Rijks Hogere Burgerschool te Wageningen, tot 1921
academische studie
- Nederlandse bosbouw, Rijks Landbouw-Hoogeschool te Wageningen, tot 1928
postacademisch onderwijs
- cultuurtechniek, Technische Hogeschool te Breslau (Dld.), 1930
stages e.d.
- praktijkopleiding te Zwitserland
- praktijkopleiding te Duitsland
Activiteiten
als parlementariër
- Voerde als Eerste Kamerlid in 1960 het woord bij de behandeling van de begroting van Financiën. Sprak toen met name over de domeinen.
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Bracht in 1951 een (tweede) Defensienota uit. Uitgangspunt voor het defensiebeleid is: voor opbouw en instandhouding van de strijdkrachten is de grootst mogelijke inspanning nodig. Dan alleen kan van bondgenoten worden verlangd dat zij mede het Nederlandse grondgebied verdedigen. De diensttijd wordt verhoogd van 16 naar 20 maanden. Er moet zo spoedig mogelijk één divisie paraat zijn. (1.900-VIII A, nr. 10)
- Tijdens zijn ministerschap werd vanaf 1951 de defensiebegroting fors verhoogd en werd een omvangrijk militair programma uitgevoerd
- Bracht in 1954 een (derde) Defensienota uit. Kern daarvan is een vijf-divisieplan. De opbouw van de territoriale verdediging mag niet ten koste gaan van het veldleger, dat ook in Duitsland kan optreden.
- Startte in 1956 een Legerreorganisatie, waarbij het aantal parate divisies van één op twee werd gebracht en waarbij het aantal mobilisatiedivisies van twee op vier werd gebracht
- Wilde in 1958 de Nationale Reserve opheffen, maar zag daar na verzet vanuit de Tweede Kamer vanaf en besloot toen tot drastische hervorming en inkrimping
- Bereikte in mei 1959 overeenstemming met de Verenigde Staten over nucleaire taken van de Nederlandse krijgsmacht
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1951 de Belemmeringenwet landsverdediging (Stb. 323) tot stand. Deze maakt het mogelijk om snel voorzieningen te treffen die in het belang zijn voor de landsverdediging, waarbij normale privaatrechtelijke en publiekrechtelijke belemmeringen niet gelden. Verder bevat de wet een strafrechtelijke bescherming van werken ten behoeve van de landsverdediging. (2.143)
- Bracht in 1953 de Wet immunisatie militairen (Stb. 432) tot stand. Deze bevat een regeling voor godsdienstige gewetensbezwaren tegen vaccinatie. (2.974)
- Bracht in 1954 samen met staatssecretaris Kranenburg een wet tot stand tot Goedkeuring van een overeenkomst van 13 augustus 1954 met de Verenigde Staten over legering van Amerikaanse troepen in Nederland (3.714)
- Bracht in 1957 een nieuwe Loodswet (Stb. 292) tot stand. Deze regelde de taken van de Dienst voor het loodswezen bij het loodsen van zeeschepen. Er kwam een landelijk tarief voor het loodsen. De wet uit 1859 werd ingetrokken. (4.263)
als (in)formateur
- Kreeg op 22 augustus 1952 de (aanvankelijk geheime opdracht) de koningin in te lichten over de mogelijkheden welke na het mislukken van de formatiepogingen van de heren Drees, Beel en Donker bestonden voor het vormen van een kabinet. Na overleg met Drees en Beel werd besloten tot instelling van een nieuw ministerie van Maatschappelijk Werk, waarvan Beel minister zou worden. Ook werd met Romme een oplossing gevonden voor de bezetting van Buitenlandse Zaken door twee ministers (Beyen en Luns). Volkshuisvesting zou naar de KVP gaan en Justitie naar de PvdA. Op basis van de bevindingen van Staf kreeg Drees op 29 augustus de opdracht tot vorming van een kabinet.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Had uitstekende relaties met Amerikaanse ministers en generaals
- Bij K.B. van 10 september 1952 werd besloten dat hij de titel 'minister van Defensie' mocht voeren bij aangelegenheden die zowel Oorlog als Marine betroffen
verkiezingen
- Was in 1956 Eerste Kamerkandidaat in Groep II: Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe
niet-aanvaarde politieke functies
- minister-president van een zakenkabinet, augustus 1952 (geweigerd)
- minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij, april 1959 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
Arnhem, Izaäk Evertslaan 16, omstreeks 1951 tot september 1973
ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 9 juni 1959
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Wagenings Studenten Corps
hobby's
- jagen (onder andere samen met Prins Bernhard)
- lezen: geschiedenis en biografie
militaire dienst
- dienstplichtig militair, van 1928 tot 1929
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- J.M.G. van der Poel, "Staf, Cornelis (1905-1973)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 562
- J.W.L. Brouwer, "Oorlog en Marine: een einde aan de impasse", in: J.J.M. Ramakers (ed.), "Het kabinet-Drees II 1951-1952", 599-602
- Wie is dat? 1956
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Ede, 26 februari 1931
echtgeno(o)t(e)/partner
B. Moll, Bartha (Bep)
kinderen
2 dochters
vader
H. Staf, Hendrik
geboorteplaats en/of -datum
Ede, 18 februari 1876
beroep vader
bosopzichter op particulier landgoed Kernheim
moeder
G. Hansman, Gerritje
geboorteplaats en/of -datum
Ede, 9 februari 1873
beroep grootvader (vaderskant)
bosopzichter
beroep grootvader (moederskant)
broodbakker