ARP
functie(s) in de periode 1909-1925: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Frederik Herman
titulatuur en naam
F.H. de Monté VerLoren Frederik Herman
geboorteplaats en -datum
Utrecht, 24 maart 1861
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 30 april 1925
levensbeschouwing
Hervormd: orthodox
Partij/stroming
partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij)
Hoofdfuncties/beroepen
- ambtenaar afdeling handel en nijverheid (rang: adjunct-commies), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 25 maart 1892 tot 1 maart 1896
- ambtenaar afdeling handel en nijverheid (rang: commies), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 maart 1896 tot 1 maart 1899
- ambtenaar afdeling handel en nijverheid (rang: hoofdcommies), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 maart 1899 tot 1 maart 1901
- ambtenaar afdeling spoorwegen (rang: referendaris), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 maart 1901 tot februari 1906
- hoofd afdeling spoorwegen (rang: administrateur), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 13 februari 1906 tot 30 april 1925 (sinds 10 november 1909 op non-actief)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 november 1909 tot 30 april 1925 (1909-1918 voor het kiesdistrict Breukelen)
Partijpolitieke functies
overzicht
- penningmeester Kamerclub ARP, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1913 tot 30 april 1925
Nevenfuncties
- lid Staatscommissie exploitatie spoorwegen (Staatscommissie-De Marez Oyens), van september 1908 tot augustus 1911
- lid Staatscommissie voor de droogmaking van de plassen beoosten de Vecht (Staatscommissie-Bekaar), vanaf 10 november 1911
- lid Staatscommissie ter voorbereiding van een belasting op oorlogswinst (Staatscommissie-Bos), van oktober 1915 tot 23 februari 1916
- lid Staatscommissie onderzoek naar de bezetting en werkwijze van departementen van Algemeen Bestuur (bezuiningscommissie-Rink), van 20 december 1920 tot september 1923
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1918 tot maart 1919
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1919 tot april 1920
- voorzitter bijzondere commissie ontwerp-wet Kamer van Koophandels en fabrieken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1920
- lid Bijzondere Commissie onderzoek overeenkomsten proefinstallatie voor veevoederfabricage (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 maart 1920 tot 22 december 1920
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1921 tot september 1921
- voorzitter Commissie voor de Verzoekschriften (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1921 tot september 1922
- voorzitter vaste commissie voor de Staatsuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 oktober 1923 tot 30 april 1925
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1924 en 1925)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1924 tot september 1924
Opleiding
academische studie
- technische wetenschappen, Polytechnische School te Delft (geen ingenieursexamen)
Activiteiten
als parlementariër
- Was financieel specialist ARP-Tweede Kamerfractie. Hield zich daarnaast vooral bezig met waterstaatsaangelegenheden (m.n. spoorwegen) en met buitenlandse zaken
- Onttrok zich in 1912 met drie andere ARP'ers (onder wie Kuyper) aan de stemming over de ontwerp-Bakkerswet
- Nam in de Kamer een voorname plaats in vanwege zijn algemene kennis, die zich overigens niet tot waterstaatszaken beperkte. Toen Colijn in 1922 bij de algemene beschouwingen bezuinigingen op defensie voorstelde, werd hij door een deel van zijn fractie onder leiding van De Monté verLoren gecorrigeerd.
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1919 als van zijn fractie vóór een (verworpen) amendement-Dresselhuys op de ontwerp-Arbeidswet om i.p.v. de 48-urige werkweek een 45-urige werkweek in te voeren
- Behoorde in 1919 tot de zes leden van zijn fractie die tegen de begroting van Marine van ARP-minister Bijleveld stemden. Verwerping van de begroting leidde tot het aftreden van de minister.
- Behoorde in 1922 tot de zes leden van zijn fractie die bij de eerste lezing van grondwetsherziening tegen hoofdstuk III (Staten-Generaal) stemden over de verkiezing van de Eerste Kamer
- Behoorde in 1922 tot de vijf leden van zijn fractie die bij de eerste lezing van grondwetsherziening tegen wijziging van de additionnele artikelen stemden
- Behoorde in 1923 tot de vier leden van zijn fractie die tegen een (aangenomen) initiatiefwetsvoorstel-Sannes stemden over aanvulling van de Invaliditeitswet
- Stemde in 1923 als enige van zijn fractie tegen een wijziging van de Kieswet in verband met het nieuwe kiesstelsel voor de Eerste Kamer. Hij was tegen het verbreken van het verband met de vertegenwoordiging van provincies.
- In 1924 stemden hij en Beumer als enigen van hun fractie vóór een wijziging van de Arbeidswet inzake het drieploegenstelsel in continubedrijven
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in september 1920 en 1921 als derde op de voordracht voor het Tweede Kamervoorziterschap gezet
- Werd in juli en september 1922 en in september 1923 en 1924 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet
- Speelde in de zomer van 1922 enige weken als vervanger van fractievoorzitter Rutgers een belangrijke rol bij de kabinetsformatie
- Was bij zijn overlijden lid van veertien Tweede Kamercommissies en van negen daarvan voorzitter
- Werd op 1 mei 1925 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister-president Ruijs de Beerenbrouck.
verkiezingen
- Versloeg in 1909 bij een tussentijdse verkiezing in het district Breukelen J.B.L.C.C. baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn (rk) na herstemming
- Versloeg in 1913 J.A. van Hamel (ul)
- Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Financiën, 1918 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, Nassau Dillenburgstraat 8, omstreeks 1912
- 's-Gravenhage, Koningskade 25, omstreeks 1920
ridderorden
- Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, juli 1901
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1904
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- J.A. de Wilde en C. Smeenk, "Het volk ten baat. De geschiedenis van de AR Partij", 346
- Onze Afgevaardigden, 1913
- Ned. Patriciaat, 1956
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 23 mei 1907
echtgeno(o)t(e)/partner
W.M.G. Willeumier, Wilhelina Maria Geertruida
vader
Mr. J.Ph. de Monté VerLoren, Johan Philip
geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 28 oktober 1831
beroep vader
advocaat te Utrecht
moeder
M.C. Spengler, Maria Cornelia
geboorteplaats en/of -datum
Batavia (Ned.-Indië), 20 juli 1835
broers en zusters
2 zussen en 1 broer
beroep grootvader (vaderskant)
advocaat