E.P. Westerveld

E.P. Westerveld
bron: Gemeentearchief Den Haag

Stramme conservatieve marineofficier en daarna directeur-generaal van de Posterijen en Telegrafie werd. Minister van Marine in het tweede kabinet-Ruijs de Beerenbrouck. Verdedigde in 1923 zonder succes de Vlootwet, het meerjarenplan voor versterking van de marinevloot. Kwam tijdens het debat over dat voorstel de Tweede Kamer weinig tegemoet. Was door dat starre optreden in het parlement geen groot succes.

partijloze liberaal
functie(s) in de periode 1922-1925: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Evert Pieter

titulatuur en naam

E.P. Westerveld Evert Pieter

geboorteplaats en -datum

Haarlem, 21 augustus 1873

overlijdensplaats en -datum

IJsselstein, 4 augustus 1964

levensbeschouwing

Hervormd: midden-orthodox

Partij/stroming

stroming(en)

conservatief-liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • marineofficier, van 1 juni 1897 tot 1 maart 1915
  • officier Hr.Ms. torpedo-instructieschip "Marnix", tot 20 juli 1900
  • gedetacheerd bij de torpedodienst, van 20 juli 1900 tot april 1901
  • officier op Hr.Ms. monitor "Reinier Claeszen", van april 1901 tot 23 maart 1903
  • officier op Hr.Ms. pantserdekschip "Koningin Wilhelmina", van 23 maart 1903 tot februari 1904
  • officier op Hr.Ms. opnemingsvaartuig "Van Doorn", van februari 1904 tot 16 november 1904
  • tijdelijk gedetacheerd als waarnemend ingenieur van scheepsbouw, Marine-etablissement te Soerabaja (Ned.-Indië), van 16 november 1904 tot januari 1909
  • als officier gedetacheerd bij het ministerie van Marine, van januari 1909 tot 1 juli 1913
  • inspecteur van de comptabiliteit van 's Rijkswerven, van 1 juli 1913 tot 1 maart 1915 (gedetacheerd als officier)
  • directeur 's Rijkswerven en directeur Rijkswerf te Willemsoord, van 1 maart 1915 tot 16 november 1918
  • directeur-generaal Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telephonie, van 16 november 1918 tot 18 september 1922 (vanaf september 1922 op non-actief, formeel ontslag mei 1923)
  • minister van Marine, van 18 september 1922 tot 4 augustus 1925 (beëdigd 22 september 1922)

officiersrangen

  • luitenant-ter-zee tweede klasse, van 1 juni 1897 tot 1 december 1908
  • luitenant-ter-zee eerste klasse, van 1 december 1908 tot 1 maart 1915

Nevenfuncties

  • plaatsvervangend secretaris Raad voor Defensie, omstreeks 1909
  • ondervoorzitter Staatscommissie inzake de luchtvaart (Staatscommissie-Kan), van november 1919 tot september 1922
  • Nederlands afgevaardigde op de Inter-Europese Conferentie voor het Verkeerswezen te Parijs, 1920
  • lid Centrale Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, omstreeks 1922
  • lid Staatscommissie inzake verlaging van de rijksuitgaven (bezuinigingscommissies-Pop en -Welter), van 1925 tot 16 mei 1933
  • voorzitter Vereniging "de Nederlandsche Vereeniging 'Landverhuizing'", omstreeks 1926
  • algemeen secretaris, Koninklijke Vereeniging "Koloniaal Instituut" te Amsterdam, van 1 mei 1927 tot 1 oktober 1939
  • voorzitter AVRO (Algemeene Vereeniging voor Radio-Omroep), van november 1927 tot november 1929
  • voorzitter Vereniging "Het Zeemanshuis", van 1930 tot 1948
  • directeur Maatschappij ter behartiging van de Nationale Scheepvaartbelangen N.V. (BENAS) te 's-Gravenhage, van 13 juli 1944 tot 1 januari 1952
  • voorzitter Stichting Week- en Maandbrieven, omstreeks 1949

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • vijfjarige h.b.s. te Haarlem

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine) te Willemsoord (Den Helder), van 1889 tot mei 1897
  • adelborst derde klasse, vanaf 1 september 1889
  • adelborst tweede klasse, tot 2 augustus 1893
  • adelborst eerste klasse, van 2 augustus 1893 tot 1 juni 1897

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Stelde in november 1922 de Staatscommissie-Patijn in, die de tempo van de aanbouw van de in het ontwerp-Vlootwet voorgestelde vloot moest onderzoeken
  • Was in 1923 eerste woordvoerder van de regering bij het debat over de ontwerp-Vlootwet. Dat ontwerp behelsde de bouw van een marinevloot met een kern van zestien onderzeeboten, twee kruisers, twee onderzeebootmijnenleggers, twaalf jagers en vier flottieljevaartuigen, alsmede honderd vliegtuigen. De kosten hiervan werden over zes jaar verdeeld. De Tweede Kamer verwierp het wetsvoorstel op 26 oktober 1923 met 50 tegen 49 stemmen.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Als regeringsgedelegeerde deelnemer aan een in 1920 te Parijs gehouden congres van de Volkenbond over verkeersaangelegenheden
  • Werd net als minister Van Swaaij pas op 21 september 1922 beëdigd, maar was op 19 september wel als benoemd minister aanwezig bij de opening van de zitting van de Staten-Generaal

uit de privésfeer

  • Zijn vader was wethouder van Haarlem

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Nederlands-Indië, van 1904 tot 1909
  • Den Helder, van 1909 tot 1915
  • 's-Gravenhage, vanaf 1915

ridderorden

  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 1 augustus 1913
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1921
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1949

relevante buitenlandse reizen

studiereis naar Engeland als directeur-generaal der P. & T. in 1919

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Haarlem, 7 november 1901

echtgeno(o)t(e)/partner

J.F. Geyl, Jeannette Frowine

kinderen

1 zoon

vader

D.J.A. Westerveld, Dirk Johannes Anton

geboorteplaats en/of -datum

Haarlem, 11 januari 1839

beroep vader

kruidenier

moeder

H. van der Voort, Hillegonda

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 21 november 1852

beroep grootvader (vaderskant)

koopman

beroep grootvader (moederskant)

kantoorbediende