E.C.U. van Doorn

E.C.U. van Doorn
bron: Documentatie Centraal Bureau voor de Genealogie

Conservatieve staatsman en financieel deskundige uit een orangistische familie. Werd in 1849 Tweede Kamerlid en interpelleerde in die functie in 1853 de regering over het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Werd in het kabinet-Van Hall/Donker Curtius minister van Financiën, maar trad af na een verschil van mening met zijn collega's over belastingvermindering. Na zijn kortstondige ministerschap staatsraad en Commissaris des Konings in Utrecht. Zette zich in die laatste functie in voor de verbetering van wegen en spoorwegen en voor droogmakerijen. Werd in 1880 in de adelstand verheven.

conservatief
functie(s) in de periode 1849-1880: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, Commissaris van de Koning(in)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Elisa Cornelis Unico

titulatuur en naam

E.C.U. van Doorn Elisa Cornelis Unico

wijziging in naam en/of titulatuur

  • E.C.U. van Doorn, van 13 oktober 1799 tot 22 maart 1880 (tot hij in de adelstand werd verheven)
  • Jhr. E.C.U. van Doorn, vanaf 22 maart 1880

geboorteplaats en -datum

Oisterwijk, 13 oktober 1799

overlijdensplaats en -datum

Maarn, 2 augustus 1882

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

niet-kerkelijke levensbeschouwing

vrijmetselaar

Hoofdfuncties/beroepen

  • commies belastingen te Amsterdam
  • agent der domeinen te Utrecht, van 1828 tot 1844
  • lid stedelijke raad (vanaf oktober 1851 gemeenteraad) van Utrecht, van september 1845 tot april 1853
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor het kiesdistrict IJsselstein)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 27 maart 1853 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • minister van Financiën, van 19 april 1853 tot 5 januari 1854
  • (voorlopig) minister voor de Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 19 april 1853 tot 20 januari 1854
  • lid Raad van State, van 20 januari 1854 tot 1 mei 1860 (benoemd bij K.B. van 12 januari 1854)
  • Commissaris des Konings in Utrecht, van 1 mei 1860 tot 22 maart 1880 (benoemd bij K.B. van 12 april 1860)

Nevenfuncties

afgeleide functies, presidia etc.

lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal, van november 1852 tot februari 1853

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • opleiding voor belastingambtenaar

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over justitiële en financiële zaken en bij de behandeling van de Gemeentewet
  • Interpelleerde op 13 april 1853 over het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland. Deze interpellatie werd besloten met aanneming van een door hem ingediende motie waarin de regering werd gevraagd in Rome te protesteren tegen de door Pauselijke Stoel gevolgde handelwijze.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Behoorde in 1849 tot de vijf Tweede Kamerleden die tegen het Adres van Antwoord stemden, waarin wantrouwen tegen het zittende kabinet werd uitgesproken
  • Vroeg op 12 januari 1854 ontslag, nadat de ministerraad zijn voorstellen tot vermindering van de belastingen had afgekeurd. De ministerraad wilde daarin verder gaan dan hij. Hij werd opgevolgd door de op belastinggebied liberalere A. Vrolik, zijn zwager.

uit de privésfeer

  • Zijn jongste dochter was gehuwd met een zoon van jhr. W.M. de Brauw, Eerste en Tweede Kamerlid
  • Zijn schoonvader, G. Vrolik, was hoogleraar geneeskunde in Amsterdam

verkiezingen

  • Versloeg in 1848 in het district IJsselstein J.G. Dolmans na herstemming
  • Werd in 1850 bij de algemene verkiezingen in het district Utrecht in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenstanders was onder anderen B.G.A. Pabst. Werd in het district Gouda in de eerste stemmingsronde verslagen door de liberale kandidaten G.M. van der Linden en K.A. Poortman.

ridderorden

  • Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon, 5 februari 1868
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, augustus 1869

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 22 maart 1880 (verheven in de adelstand bij Koninklijk Besluit nr. 1; vrijgesteld van adelsbelasting)

vermogenspositie

Zijn vermogen bestond bij overlijden uit f 256.315,21 plus f 109.593,40 aan roerend goed (het onroerend goed had hij grotendeels geërfd van zijn eerste vrouw)

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid vrijmetselaarsloge "Ultrajectina", vanaf 1830

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • M.W.A. Weyers-Breukel, scriptie basisdoctoraal RU Leiden, 1982
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 206

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Amsterdam, 18 mei 1824 (echtgenote overleden 9 juni 1844)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Arnhem, 20 november 1846

echtgeno(o)t(e)/partner

J. Vrolik, Judith

2e echtgeno(o)t(e)/partner

R. Weerts, Rudolphine

kinderen

  • 1 zoon en 2 dochters (uit eerste huwelijk)
  • 3 zonen (uit tweede huwelijk)

vader

J.G. van Doorn, Jan Godard

geboorteplaats en/of -datum

Asperen, mei 1770 (gedoopt 13 mei)

beroep vader

officier (kapitein bij de dragonders)

moeder

L.F.Ch. Vester de Balbian, Laurentia Françoise Christina

geboorteplaats en/of -datum

's-Hertogenbosch, 28 maart 1773

broers en zusters

8 broers en/of zusters

beroep grootvader (vaderskant)

officier

familierelaties