E.B. Kielstra

E.B. Kielstra

Voormalige officier in het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger, die na terugkeer in Nederland liberaal afgevaardigde voor het district Dokkum werd. In de Kamer woordvoerder op het gebied van defensie en koloniën. Na in 1891 te zijn verslagen, keerde hij in 1894 namens het district Lochem terug in de Kamer. Nadien staatsraad in b.g.d. en publicist op koloniaal gebied. Lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde en geëerd met een eredoctoraat.

liberaal
functie(s) in de periode 1884-1920: lid Tweede Kamer, staatsraad in buitengewone dienst

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Egbert Broer

titulatuur en naam

E.B. Kielstra Egbert Broer

wijziging in naam en/of titulatuur

  • E.B. Kielstra, tot 1904
  • Dr. E.B. Kielstra, vanaf 1904 (na eredoctoraat)

geboorteplaats en -datum

Leeuwarden, 6 maart 1844

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 4 juni 1920

levensbeschouwing

Hervormd: vrijzinnig

niet-kerkelijke levensbeschouwing

vrijmetselaar

Partij/stroming

stroming(en)

  • (oud-)liberaal
  • anti-Takkiaan, 1894

Hoofdfuncties/beroepen

  • officier bij het Oost-Indisch Leger, van januari 1863 tot 1884
  • werkzaam op het Topografisch Bureau te Batavia, 1863
  • werkzaam op het Bureau van de gewestelijke geniedienst, van 1863 tot 1866
  • adjunct-luitenant bij de Generale Staf, Oost-Indisch Leger te Batavia, vanaf januari 1866
  • ambtenaar departement van Oorlog te Batavia
  • officier Oost-Indisch Leger te Banjoubiroe, 1872
  • officier bij het Korps Mineurs en Sappeurs, Oost-Indisch Leger te Batavia, vanaf 1873
  • bureau-ambtenaar departement van Oorlog te Batavia, vanaf 1878
  • officier Oost-Indisch Leger in Atjeh, van 1880 tot mei 1881
  • gewestelijk bevelhebber der genie op Sumatra's Westkust te Padang, van mei 1881 tot maart 1882
  • verlof in Nederland, vanaf maart 1882
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Dokkum)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Dokkum)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Dokkum)
  • koloniaal medewerker "Algemeen Handelsblad", van 1889 tot 1905
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1891 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Lochem)
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 november 1913 tot 4 juni 1920 (benoemd bij K.B. van 13 oktober 1913)

officiersrangen

  • tweede luitenant-ingenieur, Oost-Indisch Leger, van 5 juli 1862 tot mei 1866
  • eerste luitenant, Oost-Indisch Leger, van mei 1866 tot 1873
  • kapitein, Oost-Indisch Leger, van 1873 tot 4 januari 1879
  • majoor der genie, Oost-Indisch Leger, van 4 januari 1879 tot 1884
  • luitenant-kolonel, Oost-Indisch Leger, vanaf 1898

Nevenfuncties

  • voorzitter Indisch Genootschap
  • lid redacteur Indisch Militaire Tijdschrift, vanaf 1870
  • voorzitter "Atjeh-Club" te Kota-Radja, omstreeks 1882
  • medewerker "Nieuwe Winschoter Courant", van 1889 tot 1891
  • secretaris Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Nederlandsch-Indië, vanaf 1894
  • lid Raad van Commissarissen Bilitonmaatschappij, vanaf 1897
  • lid commissie groot-ambtenarenexamen voor de Indische dienst, vanaf mei 1901
  • lid redactie weekblad "Onze Eeuw", van 1901 tot 1920
  • lid Raad van Commissarissen petroleum-maatschappij "Sumatra-Palembang", vanaf 1903
  • regeringscommissaris Java-China-Japan-lijn, vanaf 1903
  • regeringscommissaris KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij), vanaf 1903
  • lid Raad van Commissarissen Deli-Spoorwegmaatschappij, vanaf 1905
  • regeringscommissaris Nederlandsch-Indsche Spoorwegmaatschappij
  • lid Raad van Commissarissen Rotterdamsche Lloyd
  • lid Raad van Commissarissen cultuurmaatschappij "Watoetoelis Poppoh"
  • lid Raad van Commissarissen "Timor-syndicaat"
  • ondervoorzitter Raad van Bestuur Nederlandsche Scheepvaart Unie
  • voorzitter Raad van Beheer "Het Nederlandsch Toneel"

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

  • erevoorzitter Indisch Genootschap
  • erelid Koninklijk Instituut voor Taal- en Land- en Volkenkunde in Nederlandsch-Indië

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Stadsburgerschool voor jongens te Leeuwarden (van de heer Boschloo)
  • Franse school te Leeuwarden
  • gymnasium te Leeuwarden, van 1856 tot 1858

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1858 tot 1862

eredoctoraten

  • wijsbegeerte en letteren, Rijksuniversiteit Leiden, mei 1904

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer met name over militaire zaken, koloniën en marine-aangelegenheden

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Bij de kandidaatstelling heerste in het district Dokkum grote onenigheid tussen de verschillende liberale stromingen. Er kwamen twee nieuwe kandidaten: E.J. Attema en E.B. Kielstra. De zittende leden W.J. van Welderen baron Rengers en W.A. Bergsma werden niet opnieuw kandidaatgesteld. Kielstra versloeg bij de kandidaatstelling Van Welderen Rengers met 85 tegen 79 stemmen.

uit de privésfeer

  • Was tussen 1872 en 1880 enkele keren actief bij militaire operaties op Atjeh. Raakte in 1873 gewond.
  • Zijn vader overleed 5 januari 1849 op 45-jarige leeftijd

verkiezingen

  • Werd in 1884 bij algemene verkiezingen in het district Dokkum in de eerste stemmingsronde samen met E.J. Attema gekozen. Versloeg de antirevolutionairen J.Ch. Fabius en J. de Jong (a.r.) en W.J. van Welderen baron Rengers (lib.).
  • Werd in 1886 bij algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde samen met W.J. van Welderen baron Rengers gekozen. Versloeg onder anderen U.H. Huber en L.W.Ch. Keuchenius (a.r.).
  • Werd in 1888 bij de algemene verkiezingen in het kiesdistrict Bergum verslagen door O.T. Bosgra (arp)
  • Werd in september 1888 bij tussentijdse verkiezingen in het district Bergum verslagen door L.W. de Vries (arp)
  • Versloeg in 1891 in het district Lochem jhr. C.M. Brantsen (arp)
  • Werd in 1894 in de eerste stemmingsronde verslagen; gekozen werd C. Lely (lib./takkiaan)

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Waterstaat, 1886 (geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Nederlands-Indië, van januari 1863 tot mei 1882
  • 's-Gravenhage, Zoutmanlaan
  • 's-Gravenhage, Stadhouderslaan 86, omstreeks januari 1915 tot 4 juni 1920

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 december 1867

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • lid Historisch Genootschap te Utrecht

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Beschrijving van den Atjeh-oorlog met gebruikmaking der officieele bronnen, door het Departement van Koloniën daartoe afgestaan" (1883-1885)
  • "Onder de Atjehers: verhaal van een Franschman" (vertaling, 1885)
  • "De ondergang van het Bandjermasinsche rijk" (1891)
  • "De financiën van Nederlandsch-Indië" (1904)
  • "Indisch Nederland: geschiedkundige schetsen" (1910)
  • "De Indische archipel: geschiedkundige schetsen" (1917)
  • "De vestiging van het Nederlandsche gezag in den Indischen archipel" (1920)
  • diverse artikelen in onder meer "De Gids" en "De Indische Gids"

literatuur/documentatie

Levensbericht door P.J. Blok, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1920/1, 1

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Batavia (Ned.-Indië), 1866

echtgeno(o)t(e)/partner

G.E.C. Lingeman, Geertuida Elizabeth Cornelia

kinderen

1 dochter en 1 zoon

vader

J. Kielstra Rzn., Jacob Reinders

geboorteplaats en/of -datum

Oudega (grietenij Smallingerland), 1803

beroep vader

  • onderwijzer
  • ambtenaar (commies bij het provinciaal gouvernement van Friesland en waarnemend ontvanger te Drachten)

moeder

Y. Kylstra, Yfke

geboorteplaats en/of -datum

Drachten (grietenij Smallingerland), 1802

beroep grootvader (moederskant)

bakker