E. Canneman

E. Canneman
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

financiële deskundige tijdens de Bataafs-Franse tijd en het tijdperk van koning Willem I. Amsterdamse koopmanszoon, die na functies in het bankwezen als ambtenaar een bekwame medewerker werd van de eerste 'minister van Financiën', Gogel. Trad in 1814 korte tijd zelf op als minister (secretaris van staat), maar werd spoedig tot staatsraad benoemd. Hield zich nadien in Parijs bezig met de liquidatie van de schuld aan Frankrijk. Was in 1815 tevens lid van de Tweede Kamer geworden, maar hij werd in 1819 vanwege zijn kritische opstelling niet herkozen. In 1832 was hij betrokken bij een vergeefse poging tot Grondwetsherziening. Werd omschreven als een prettige man, met een helder verstand; een 'echt Hollandsch huisvader'.

onafhankelijk ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1813-1819: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Elias

titulatuur en naam

E. Canneman Elias

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 25 januari 1777

overlijdensplaats en -datum

Oosterbeek (gem. Renkum, Gld.), 6 oktober 1861

Partij/stroming

stroming(en)

moderaat (onder Willem I)

Hoofdfuncties/beroepen

  • adjunct-secretaris Generale Beleenbank voor de Provincie Holland, vanaf 1795
  • chef Bureau Expeditie, agentschap van Financiën der Bataafse Republiek, van 1798 tot 1801
  • griffier Thesaurie-Generaal en Raden van Financiën, van 1802 tot 1805
  • secretaris Bureau van de secretarie van staat voor Financiën, van 30 april 1805 tot 11 juli 1806
  • secretaris van staat voor Financiën ad interim, van 17 april 1806 tot 13 juni 1806 (vanwege verblijf van Gogel in Parijs)
  • secretaris-generaal ministerie van Financiën, van 22 juni 1808 tot 1 januari 1811
  • secretaris-generaal Generale Intendance van Financiën en de Keizerlijke Schatkist in Holland, van 1 januari 1811 tot 1 januari 1812
  • directeur der directe belastingen, departement Monden van de Maas, van 1 januari 1812 tot november 1813
  • commissaris-generaal tot de zaken der Financiën van de Verenigde Nederlanden, van 29 november 1813 tot 9 april 1814
  • lid Raad van State, van 12 april 1814 tot 5 juli 1814 (benoemd bij S.B. van 6 april 1814)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 december 1815 tot 18 oktober 1819 (voor Holland)
  • lid stedelijke raad van 's-Gravenhage, van 22 oktober 1830 tot oktober 1851

Nevenfuncties

  • directeur Mortificatiefonds, van 1806 tot 1810
  • voorzitter commissie voor het ontwerpen van een instructie voor de Rekenkamer, van januari 1814 tot 6 april 1814
  • president Commissie van liquidatie van de achterstand, vanaf 25 april 1814
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, vanaf 20 juli 1814
  • commissaris-generaal voor de liquidatie (na de vrede met Frankrijk) te Parijs, van juli 1814 tot 29 juli 1819
  • lid bestuur Maatschappij voor Natuur en Letterkunde "Dilligentia" te 's-Gravenhage, vanaf 1831 (nog in 1848)
  • commissaris (vanaf 1836 koninklijk commissaris) Nederlandsche Handel-Maatschappij, van 1831 tot 1853
  • lid geheime Grondwetscommissie, 1832 (met M. Piepers en H. van Roijen)
  • commissaris Maatschappij van Weldadigheid, van 1833 tot 1843
  • commissaris Nederlandsche Stoombootmaatschappij
  • lid College van Toezicht op de kerkelijke administratie in Zuid-Holland, vanaf 1836 (nog in 1848)
  • lid (later president) Weduwen- en Weezenkas voor de Officieren van de Landmagt, vanaf 1837
  • lid Staatscommissie onderzoek der ten gevolge van de scheiding met België nodig geworden verevening, 1839
  • lid Staatscommissie van advies over het rijkskassierschap en de opheffing van het Amortisatiesyndicaat, van 1839 tot 1840
  • voorzitter commissie onderzoek der zaken van de Maatschappij van Weldadigheid, van 1841 tot 15 november 1842
  • lid commissie van bestuur Bank van Leening te 's-Gravenhage, omstreeks 1842
  • voorzitter Bijbelgenootschap, vanaf 1847
  • lid commissie van bestuur Spaarkas ter voorziening van buitengewone duurte van het brood te 's-Gravenhage, omstreeks 1848
  • vicepresident Genootschap tot Godsdienstig Onderwijs onder de slaven in Suriname, vanaf 1849

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • opleiding voor notariaat (enige jaren)

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Vanaf 1798 naaste medewerker van Gogel
  • Stond gezant Fagel in 1814 in Parijs ter zijde en was betrokken bij de afhandeling van financiële zaken met betrekking tot de vroegere Oostenrijke Nederlanden
  • Werd pas in december 1815 lid en was ook in de jaren nadien geregeld afwezig als Kamerlid vanwege zijn werkzaamheden als commissaris-generaal voor de liquidatie in Parijs
  • Werd in 1819 onder invloed van de regering niet herkozen als Tweede Kamerlid vanwege zijn kritische houding tegenover het nieuwe belastingstelsel. Hij vond dat de handel daardoor te zeer belemmerd werd.
  • Een uit hem en Piepers en Van Roijen bestaande geheime Grondwetscommissie stelde in 1832 onder meer voor een Landdag van 100 leden in te stellen ter vervanging van de uit twee Kamers bestaande Staten-Generaal. Die Landdag moest worden gekozen door kiezers, die op hun beurt in 100 districten zouden worden gekozen (50 kiezers per district). Verder werd onder andere een jaarlijkse in plaats van een tienjaarlijkse begroting voorgesteld.

uit de privésfeer

  • Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van A.W. Philipse, lid Notabelenvergadering
  • Zijn vader was koopman. Hij overleed toen Elias zeven jaar was.

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, van 1877 tot maart 1787
  • 's-Gravenhage, van maart 1798 tot december 1808
  • Amsterdam, van december 1808 tot december 1811
  • 's-Gravenhage, van januari 1812 tot 1861
  • Parijs, van 1814 tot 1819 (tijdelijk verblijf)
  • Parijs, 1817
  • Oosterbeek, huize Hartestein, vanaf 1852

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 18 november 1815
  • Commandeur in de Orde van de Eikenkroon, 5 maart 1843
  • Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 22 december 1850

buitenlandse onderscheidingen

Commandeur in de Leopoldsorde (Oostenrijk), 27 augustus 1818

bezit van heerlijkheden

  • heer van De Mijle

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1833

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • A.C.G. Alsche, "Levensberigt van Elias Canneman", in: Handelingen en Levensberigten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden" (1862)
  • Aa, A.J. van der, Biographisch woordenboek der Nederlanden, bijvoegsel, 56
  • "Een vriendschap in het teken van 's Lands Financiën. Briefwisseling tussen Elias Canneman en Isaac Jan Alexander Gogel, 1799-1813", bewerkt door Mieke van Leeuwen-Canneman (2009)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 396
  • Ned. Patriciaat, 1999

Biografisch Woordenboek(en)

  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
  • biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen

biografie

archivalia

  • collectie-Canneman, Nationaal Archief
  • familiearchief-Canneman te 's-Gravenhage

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Maarssen, 10 november 1799

echtgeno(o)t(e)/partner

G.A. van Vloten, Geertruij Antonia

kinderen

6 zoons en 3 dochters

vader

G. Canneman, Gerrit

geboorteplaats en/of -datum

Kampen, 16 maart 1741

moeder

G.A. van der Souw, Gesina Alida

geboorteplaats en/of -datum

Steenwijk, 17 mei 1755

familierelaties