Ambitieuze CDA-politicus die als Hongaarse vluchteling naar Nederland kwam en zich via gemeentelijke functies opwerkte tot burgemeester van Haaksbergen. Werd in 1990 staatssecretaris van natuurbeheer, na het gedwongen vertrek van minister Braks. Na zijn staatssecretariaat vier jaar een tamelijk in de luwte opererend Tweede Kamerlid (onder meer woordvoerder politie en ruimtelijke ordening). Nadien bekleedde hij een diplomatieke functie in zijn geboorteland. Hij spreekt vloeiend Nederlands, Engels, Duits, Hongaars, redelijk Frans en leest Russisch. Harde werker, die een hekel heeft aan te veel bureaucratie.
CDA
functie(s) in de periode 1990-1998: lid Tweede Kamer, staatssecretaris
KVP (Katholieke Volkspartij), van 1968 tot 11 oktober 1980
CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980
Hoofdfuncties/beroepen
medewerker Industriële Integratie en hoofd afdeling Scheepsbouw, ministerie van Economische Zaken, vanaf 1966
medewerker hoofdafdeling Metalen eindprodukten, directoraat-generaal van Industrie en Handel, ministerie van Economische Zaken, omstreeks 1971 tot 1972
medewerker afdeling economische zaken, gemeente 's-Gravenhage, van 1972 tot 1975
lid gemeenteraad van Woerden, van 3 september 1974 tot 5 september 1978
onderzoekscoördinator, gemeente 's-Gravenhage, van 1975 tot 1978
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 7 juni 1978 tot 16 november 1983
hoofd Kabinetszaken en chef Kabinet van de burgemeester van 's-Gravenhage, van 1978 tot 1982
hoofd afdeling economische zaken (tevens Coördinator Wederopbouw Scheveningen), gemeente 's-Gravenhage, van 1982 tot november 1983
burgemeester van Haaksbergen, van 16 november 1983 tot 28 september 1990
staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (belast met onder meer natuur- en landschapsbeheer, dierenwelzijn en voedselkwaliteit), van 28 september 1990 tot 22 augustus 1994
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 19 mei 1998
landbouwraad te Boedapest (werkgebied Hongarije, Kroatië, Joegoslavische Republieken, Bosnië-Hercegovina en Macedonië), van 1 juni 1998 tot 1 april 2005
takenpakket (staatssecretaris)
Was als staatssecretaris belast met 1. aangelegenheden met betrekking tot de inrichting en het beheer van de landelijke gebieden; 2. de aangelegenheden met betrekking tot de verwerving en het beheer van gronden ten behoeve van de landbouw, alsmede van bossen, natuurterreinen en van andere doeleinden van algemeen belang; 3. de aangelegenheden betreffende natuur-, landschapsbeheer en openluchtrecreatie; 4. de aangelegenheden met betrekking tot het milieu, met uitzondering van de meststoffen; 5. de aangelegenheden met betrekking tot gewasbescherming; 6. de plantenziektenkundige en dierziektekundige aangelegenheden; 7. de aangelegenheden met betrekking tot het dierenwelzijn; 8. de aangelegenheden met betrekking tot de voeding en de kwaliteit van producten, voortgebracht in de agrarische bedrijfskolom en de keuring en het toezicht op de kwaliteit van vee, vlees en andere agrarische producten.
Partijpolitieke functies
vorige
lid bestuur CDA Kamerkring Leiden
fractievoorzitter CDA Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1981 tot november 1983
lid redactie CDAtueel, omstreeks 1981
fractievoorzitter CDA Intergemeentelijk Overlegorgaan Twente, van 1986 tot september 1990
medewerker maandblad "Bestuursforum"
medewerker partijkrant "Politiek Nieuws" CDA
lid commissie buitenland CDA
lid programmacommissie CDA Tweede Kamerverkiezingen, Sector Binnenlands Bestuur en Politiezaken, van 1989 tot 1990
lid commissie Midden- en Oost-Europa CDA (in de jaren negentig)
lijsttrekkerschappen
lijsttrekker CDA Provinciale Statenverkiezingen in Zuid-Holland, 1982
Nevenfuncties
vorige
lid dagelijks bestuur Overlegorgaan Midden-Holland, van 1976 tot 1978
lid RGF (Raad voor de Gemeentefinanciën)
lid bestuur Press Now (organisatie voor steun aan vrije pers)
lid bestuur Stichting Pro Hungaria Christiana
lid bestuur Europese Beweging Nederland-Hongarije
lid overlegorgaan kabinet en minderheidsgroepen
lid visitatiecommissie Landelijk Gebied in opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO), van oktober 2005 tot december 2005
voorzitter Internationale Commissie van de Oostvaardersplassen: Rapport ICMO 1, 2006
voorzitter VON (Vluchtelingenorganisaties Nederland), vanaf juni 2008
algemeen commissaris Wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade 2012 te Venlo, van 1 december 2009 tot 2012
voorzitter Internationale Commissie van de Oostvaardersplassen: Rapport ICMO 2, 2010
voorzitter Platform tegen strafbaarstelling illegaliteit, vanaf maart 2011
Opleiding
primair onderwijs
diverse scholen in Hongarije
voortgezet onderwijs
h.b.s.-b, R.K. "Canisius College" te Nijmegen, tot 1959
academische studie
economie, Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, van 1959 tot 4 april 1966
internationaal bestuursrecht, Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, van 1959 tot 4 april 1966
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Tweede Kamer bezig met binnenlandse zaken (financiën lagere overheden, grotestedenbeleid), politie, ruimtelijke ordening en Europese samenwerking
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Kwam in 1990 met een nota van wijziging op het wetsvoorstel Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren waardoor er een verbod kwam op het fokken en houden van aggressieve honden, zoals pitbulterriërs
Bracht in 1992 samen met de ministers Bukman en Alders het Structuurschema Groene Ruimte uit. In dit structuurschema wordt een plan voor het tot stand brengen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geschetst. De EHS moet via ecologische verbindingszones waardevolle natuurgebieden met elkaar verbinden. De nadere uitwerking hiervan wordt in handen gelegd van provincies en gemeenten. De pkb waarin het Structuurschema wordt vastgesteld, komt in 1995 tot stand. Bracht tevens de Nota Landschap uit. (22.880 & 22.881)
Was tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie in 1992 verantwoordelijkheid voor de door door de Europese Ministerraad vastgestelde Habitatrichtlijnen. Het doel daarvan was de bescherming van de Europese biodiversiteit.
Bracht in 1993 de Nota jacht en wildbeheer uit. Hierin wordt herijking van het jachtbeleid aangekondigd en een aanpassing van de lijst van bejaagbare soorten. Jacht is alleen aanvaardbaar voor zover daarmee een redelijk doel (bijvoorbeeld bestrijding van schade) is gediend en mits niet in strijd met het soorten- en gebiedenbeleid. Het behoud van een redelijke wildstand is een gemeenschappelijke zorg van jachthouders, grondgebruikers en overheid. (22.980)
Was in 1994 verantwoordelijk voor de invoering van een registratie- en identificatiesysteem van runderen via oormerken.
Wilde op 1 juli 1994 het Besluit huisvesting legkippen in werking laten treden, maar de Tweede Kamer wees via een amendement-Van Noord/Huys deze datum af omdat eenzijdige invoering onwenselijk werd geacht. Het besluit regelde de inwerkingtreding van het verbod op legbatterijen zoals vastgelegd in de in 1984 tot stand gekomen initiatiefwet-Tazelaar/Van Noord.
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 706) van de Veewet tot stand houdende diverse varkenspestmaatregelen. Ter voorkoming van verspreiding van klassieke en Afrikaanse varkenspest kunnen vervoersstromen worden beperkt, komt er een identificatie- en registratiesysteem en komen er regelingen voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen en voor veterinaire begeleiding van bedrijven. (21.243)
Bracht in 1992 een wijziging (Stb. 315) van de Natuurbeschermingswet en de Pachtwet tot stand die subsidiëring regelt van landschapsbeheer in landbouwgebieden en reservaten. Hiermee komt er een wettelijk kader voor reeds bestaande subsidieregelingen. Door een wijziging van de Pachtwet wordt het eenvoudiger om agrariërs in te schakelen bij reservaatsbeheer. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door minister Braks. (20.617)
Bracht in 1992 de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren in het Staatsblad (Stb. 585). Deze kaderwet bevat regels over onder andere het melden van besmettelijke dierziekten, over het slachten van dieren, over diermarkten en het tentoonstellen van dieren, over huisvesting van dieren en over diervoeder. Verder zijn regels opgenomen over de uitvoer van dieren en dierlijke producten. De wet vervangt onder meer de Paardenwet 1939, de Bijenwet 1947, de Vogelziektenwet, de Wet op de dierenbescherming, de Wet dierenvervoer en de wet inzake minimumeisen voor het houden van legkippen. Het wetsvoorstel was in 1980 ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door minister Braks. (16.447)
Bracht in 1993 een nieuwe Wet op de Openluchtrecreatie (Stb. 300) tot stand. Het betreft vooral een op decentralisatie en deregulering gerichte aanpassing van de bestaande wet. Gemeenten en bedrijven krijgen meer eigen verantwoordelijkheid bij het scheppen van kampeermogelijkheden. (21.447)
Bracht in 1993 een wijziging (Stb. 585) van de Vogelwet 1936, de Jachtwet en de Natuurbeschermingswet tot stand onder meer tot implementatie van de EG-Vogelrichtlijn van 1979. De EG-Vogelrichtlijn gaat over de instandhouding van de in het wild levende vogelsoorten in de Europese Gemeenschap. Lidstaten moeten het opzettelijk doden van vogels, vernielen van nesten en verstoren van het leefgebied van vogels verbieden en moeten zorgen voor voldoende variatie. Ook de handel in beschermde diersoorten moet worden tegengegaan. Jacht is slechts op een beperkt aantal vogelsoorten toegestaan. Slechts onder nauwkeurig geformuleerde voorwaarden mag van verboden worden afgeweken. Het rapen van kievitseieren blijft toegestaan, mits dit gecombineerd wordt met natuurbeschermingsactiviteiten. (22.201)
Bracht in 1994 een wijziging (Stb. 575) van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten tot stand. Hierdoor worden lacunes bij de uitvoering van internationale overeenkomsten over bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten ongedaan gemaakt. De belangrijkste betreft het ontbreken van een verbod tot het tentoonstellen voor handelsdoeleinden, het verkopen, het in bezet hebben met het oog op verkoop, het ten verkoop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop van bedreigde dier- en plantensoorten die illegaal zijn ingevoerd. (22.901)
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
Vluchtte na de Hongaarse opstand van 1956 met zijn moeder naar Nederland
Werd in juni 1968 tot Nederlander genaturaliseerd
Hij maakt graag gebruik van zijn grote talenkennis. Hij spreekt Nederlands, Engels, Duits, Hongaars, redelijk Frans en leest Russisch.
Zijn vader was leraar Grieks op een gymnasium, rector van een gymnasium, gasthoogleraar Poolse literatuur te Krakow en na 1948 arbeider in de zware industrie, arbeider bij de spoorwegen, arbeider in de mijnen en arbeider op een kerkhof
Zijn echtgenote was lid van Provinciale Staten van Overijssel (1988-1998)
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 oktober 1994