Dr.Mr. D.J. van Ewijck van Oostbroek en de Bilt

D.J. van Ewijck van Oostbroek en de Bilt
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Bekwame ambtenaar en bestuurder die filosofie studeerde in Utrecht. Speelde als ambtenaar op het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen onder Willem I een belangrijke rol bij de bevordering van wetenschap en cultuur. Actieve Gouverneur, vooral op het gebied van de landbouw en de waterstaat. Als gouverneur van Drenthe zette hij zich in voor de aanleg van kanalen, in de zelfde functie in Noord-Holland maakte hij zich sterk voor de inpoldering van de Anna Paulownapolder. Het plaatsje Van Ewijcksluis, de eerste kern van die polder, is naar hem genoemd.

functie(s) in de periode 1832-1855: Provinciaal Gouverneur, Commissaris van de Koning(in)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Wetenswaardigheden
  6. Publicaties van/over
  7. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Daniël Jacob

titulatuur en naam

Dr.Mr. D.J. van Ewijck van Oostbroek en de Bilt Daniël Jacob

geboorteplaats en -datum

Utrecht, 13 november 1786

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 15 december 1858

Hoofdfuncties/beroepen

  • ambtenaar bij de registratie, van 1811 tot 1814
  • griffier rechtbank te Utrecht, vanaf 1811
  • in dienst bij de mobiele schutterij (belast met organisatie van twee bataillons)
  • secretaris College van Curatoren Hogeschool te Utrecht, van 16 oktober 1815 tot november 1817
  • lid stedelijke raad van Utrecht, van 2 januari 1816 tot november 1817
  • secretaris departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 19 november 1817 tot 10 maart 1818
  • secretaris (rang: administrateur) ministerie van Publiek Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën, tevens commissaris afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 10 maart 1818 tot 17 maart 1824
  • hoofd vijfde afdeling (rang: administrateur), ministerie van Binnenlandse Zaken, van 17 maart 1824 tot 13 december 1831
  • raadadviseur ministerie van Binnenlandse Zaken, van 13 december 1831 tot 1 mei 1832
  • Gouverneur van Drenthe, van 1 mei 1832 tot 1 januari 1840 (benoemd bij K.B. van 12 april)
  • Gouverneur van Noord-Holland, van 1 januari 1840 tot 1 augustus 1850
  • Commissaris des Konings van Noord-Holland, van 1 augustus 1850 tot 1 oktober 1855

ambtstitel

  • minister van staat, van 1 oktober 1855 tot 15 december 1858

Nevenfuncties

  • lid commissie ter herziening wet op het hoger onderwijs, vanaf 1828
  • lid commissie voor het ontwerpen van een wet op het openbaar onderwijs, vanaf juli 1829
  • koninklijk commissaris Maatschappij van Weldadigheid, van 5 februari 1836 tot 3 juli 1843
  • lid Raad van State in buitengewone dienst, vanaf 8 maart 1840
  • voorzitter Bijbelgenootschap, van 1844 tot 1854
  • voorzitter Anna-Pauwlona Maatschappij, vanaf 1847
  • lid College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van 24 januari 1848 tot 21 maart 1857
  • voorzitter Staatscommissie ter voorbereiding regeling van het hoger onderwijs, vanaf 15 januari 1849

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

  • erelid Provinciaal Friesch Genootschap
  • erelid Koninklijke Academie van Wetenschappen en fraaie kunsten te Brussel

Opleiding

academische studie

  • filosofie (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 20 september 1802 tot 12 oktober 1809
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, tot 18 augustus 1810

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Nam in 1826 het initiatief tot oprichting van een sterrenwacht in Brussel en was betrokken bij de oprichting van een museum voor natuur-historie in Leiden
  • Bevorderde in Drenthe de aanleg van de Noord-Willemsvaart, het Oranjekanaal en de Hoogeveense Vaart
  • Zette zich als Gouverneur van Noord-Holland in voor de oprichting van krankzinnigengestichten
  • Op zijn voorstel werd in 1847 de Anna-Paulowna-Maatschappij opgericht

uit de privésfeer

  • Naar hem is het Noord-Hollandse dorp Van Ewijcksluis genoemd
  • Zijn vader was burgemeester van Utrecht

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Financiën, september 1843 (geweigerd)

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1820
  • directeur Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, vanaf 1826
  • lid Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De comparata cognitionis in mathesi et philosphia indole" (dissertatie, 1809)

literatuur/documentatie

  • H.J. Koenen, "Levensbericht van D.J. van Ewijck", in: Handelingen van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1859
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VIII, 512

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Utrecht, 21 september 1820 (echtgenote overleden 29 juni 1835)

echtgeno(o)t(e)/partner

J.W.H. Ram, Juliana Wijnanda Hermina

kinderen

7 kinderen

vader

Mr. F.P. van Ewijck, Floris Petrus

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 2 september 1737

moeder

S.M. de la Court, Sara Maria

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam (omstreeks 1751)

familierelaties

  • Schoonzoon van Ph. Ram, lid Staten-Generaal en Tweede Kamerlid