Protestants-christelijk doorbraakman in de PvdA met lange ervaring als leraar aardrijkskunde en als sociaal-geografisch onderzoeker. Degelijk Tweede Kamerlid, gespecialiseerd in (hoger) onderwijs - en visserijvraagstukken. Enige jaren voorzitter van de vaste kamercommissie voor Visserij. Een in 1960 door hem ingediend amendement maakte het mogelijk dat een universiteit een faculteit voor sociale wetenschappen kon inrichten.
PvdA
functie(s) in de periode 1954-1967: lid Tweede Kamer
PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946
Hoofdfuncties/beroepen
leraar aardrijkskunde, Christelijke Hogere Burgerschool te Utrecht, vanaf 1927
leraar aardrijkskunde, Chr. school voor voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs te Zeist
leraar aardrijkskunde, Chr. school voor voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs te Nijmegen
docent b-cursus, Christelijke Kweekschool te Zutphen, omstreeks 1942
docent b-cursus, Christelijke Kweekschool 'De Klokkenberg" te Nijmegen, omstreeks 1942
leraar aardrijkskunde, "Christelijk Lyceum" te Amsterdam, van 1945 tot september 1954
wetenschappelijk ambtenaar eerste klasse, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1947 tot 1965
directeur Stichting bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, van 1948 tot 1954
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1954 tot 22 februari 1967
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 1 juli 1958 tot 2 juni 1966
Partijpolitieke functies
overzicht
lid bestuur PvdA-afdeling te Amsterdam, omstreeks 1954 tot 1967
voorzitter PCWG (Protestants Christelijke werkgemeenschap in de PvdA), federatie Amsterdam
lid hoofdbestuur PCWG (Protestants Christelijke werkgemeenschap in de PvdA)
Nevenfuncties
lid examencommissies leraar aardrijkskunde
kerkvoogd Nederlands Hervormde Kerk te Amsterdam, vanaf 1954
lid bestuur KNAG (Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap), omstreeks 1965
lid bestuur Koninklijke Vereniging "Oost en West", omstreeks 1956
voorzitter Nederlandse Vereniging Bescherming Voetgangers, omstreeks 1966
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter vaste commissie voor de Scheepvaart (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 12 februari 1964 tot 22 februari 1967
voorzitter vaste commissie voor de Visserij (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1965 tot 22 februari 1967
Opleiding
voortgezet onderwijs
gymnasium-a (staatsexamen augustus 1929)
hoger beroepsonderwijs
Kweekschool voor onderwijzers (akte L.O.) te Utrecht, tot april 1917
Kweekschool voor onderwijzers (hoofdakte L.O.) te Utrecht, tot juli 1919
M.O.-aardrijkskunde
academische studie
sociografie en sociologie, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van september 1929 tot november 1933
promotie
letteren en wijsbegeerte, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 19 juni 1941
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met visserij, PTT-aangelegenheden, verkeer en waterstaat (scheepvaart, Zuiderzee) en (hoger en wetenschappelijk) onderwijs
opvallend stemgedrag
Behoorde in 1963 tot de 19 leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel goedkeuring van het 'Generalbereinigungs-verdrag' met Duitsland stemden
In 1964 stemden hij en Scheps als enigen van hun fractie tegen een amendement-Voogd om geen belasting te heffen over de hoofdprijs in de staatsloterij en de voetbaltoto
Wetenswaardigheden
woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, Valeriusstraat 157, omstreeks 1956 (nog in 1965)
Amsterdam, Minervaplein 40, tot september 1972
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1965
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Schets van de geschiedenis van het Utrechtsche marktwezen" (1933)
"De mensch in de geografie" (dissertatie, 1941)
"De landbouw op de rivierklei en in Zuid-Limburg" (1943)
"Stad en platteland in Nederland en het probleem van de industrialisatie" (1949)
"Godsdienst en maatschappij" (1950)
"Hervormd Amsterdam in de crisis 1960-1970" (1972)
literatuur/documentatie
"Opvolger van Vorrink is doorbraakman uit het onderwijs", Het Vrije Volk, 3 september 1954