ARP
functie(s) in de periode 1937-1952: lid Eerste Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Robert Herman (Rob)
titulatuur en naam
Dr. R.H. Woltjer Robert Herman (Rob)
geboorteplaats en -datum
Groningen, 19 juli 1878
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 23 april 1955
begraafplaats en -datum
Driehuis-Westerveld, 27 april 1955
levensbeschouwing
- Gereformeerd, tot 1926
- Gereformeerd (Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband), van 1926 tot 1946
- Gereformeerd, vanaf 1946
Partij/stroming
partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij)
Hoofdfuncties/beroepen
- hoogleraar Latijn, Grieks en Oude Geschiedenis, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 23 september 1904 tot 23 april 1955 (benoemd 18 augustus 1904)
- lid gemeenteraad van Amsterdam, van 6 september 1927 tot 1 maart 1941
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 2 november 1937 tot 15 juli 1952
Partijpolitieke functies
overzicht
- vicefractievoorzitter ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van juli 1946 tot 15 juli 1952
Nevenfuncties
- secretaris Staatscommissie ineenschakeling onderwijs, van 1908 tot april 1910
- rector Vrije Universiteit, van oktober 1911 tot 20 oktober 1921
- voorzitter/lid curatorium "Gereformeerd Gymnasium" te Amsterdam, van 1920 tot 23 april 1955
- lid Onderwijsraad, van 1 januari 1921 tot 1 april 1927
- ondervoorzitter Onderwijsraad, van 1 april 1927 tot 1 maart 1932
- voorzitter commissie van toezicht op het lager en voorbereidend onderwijs te Amsterdam, omstreeks 1929
- lid commissie van toezicht op de Gereformeerde Kweekschool voor onderwijzers te Amsterdam, omstreeks 1929
- voorzitter Onderwijsraad, van 1 maart 1932 tot 23 april 1955 (o.a. vicevoorzitter afdeling hoger onderwijs en voorzitter van de afdeling lager onderwijs)
- lid commissie tot voorbereiding van de aanwijzing van kandidaat-Indische ambtenaren
- voorzitter Bond van Christelijke Schoolvereenigingen te Amsterdam
- ondervoorzitter commissie huishoudelijke vakken op de lagere school, vanaf november 1937
- lid Staatscommissie reorganisatie van het hoger onderwijs (Staatscommissie-Reinink), van 1 mei 1946 tot mei 1949
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 19 maart 1947 tot 17 juni 1947
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 december 1947 tot 21 september 1948
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 20 september 1949 tot 28 december 1949
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 28 juni 1950 tot 18 september 1951
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam
academische studie
- klassieke letteren (doctoraal), Vrije Universiteit te Amsterdam, van 18 september 1895 tot 16 mei 1902
- klassieke letteren (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 24 maart 1904
Activiteiten
als parlementariër
- Was onderwijswoordvoerder van de ARP-Eerste Kamerfractie
- Interpelleerde op 3 mei 1938 minister Slotemaker de Bruïne over het inzake de schrijfwijze van de Nederlandse taal gevoerde beleid
opvallend stemgedrag
- Liet in 1947 met enkele fractiegenoten aantekenen tegen het wetsvoorstel over invoering van de nieuwe spelling te zijn. Trok een vergelijking met de mislukte invoering van het Ionische alphabet in Griekenland 500 v Chr.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in november 1937 Eerste Kamerlid, nadat T. Nauta, P.S. Gerbrandy, H.W. van Marle en S. Sijtsma voor de benoeming hadden bedankt
- Verving als oudste lid in jaren enkele malen de voorzitter van de Eerste Kamer
uit de privésfeer
- Schoonvader van W.F. van Gunsteren, hoogleraar scheikunde
- Overleed aan de gevolgen van een aanrijding door een auto, een dag eerder in Wassenaar
anekdotes en citaten
- Hij had de gewoonte de stenogrammen van door hem gehouden redevoeringen in de Kamer niet alleen te corrigeren, maar zelfs geheel te herschrijven. Omdat dit veel tijd kostte, kwam het tijdig verschijnen van de Handelingen soms in de knel, waardoor hij de stenografische dienst wel eens tot wanhoop dreef.
- Hij was zo'n druk bezet man, dat het verhaal de ronde deed dat hij tentamens zelfs in de tram afnam (wat overigens niet waar was)
verkiezingen
- Was in 1937 kandidaat in en werd in 1946 en 1948 gekozen door Groep III: Noord-Holland en Friesland
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, augustus 1929 (kon geen zekerheid krijgen over het voorzetten van zijn hoogleraarschap)
- minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, augustus 1939 (geen toestemming van zijn partij)
woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, Oranje-Nassaulaan 62, omstreeks 1927 (nog in 1952)
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1912
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 18 juli 1953 (t.g.v. zijn 75e verjaardag)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De Platone prae socraticorum philosphorum existimatore et judice" (dissertatie, 1904)
literatuur/documentatie
- P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
- Dr. G. Wytzes, "In piam memoriam prof. R.H. Woltjer", in: Nieuwe Leidsche Courant, 25 april 1955
- Wie is dat? 1948
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 30 september 1904
echtgeno(o)t(e)/partner
M. Paerels, Maria
kinderen
11 kinderen
vader
Dr. J. Woltjer, Jan
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 4 februari 1849
moeder
M. Janssonius, Marchien
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 29 mei 1851
beroep grootvader (vaderskant)
bakker
beroep grootvader (moederskant)
koopman
familierelaties