Wat streng ogende, bedachtzame, maar tevens voorkomende en bescheiden scheikundige, die na een loopbaan bij TNO VVD-minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in het kabinet-Van Agt I werd. Bracht als minister diverse milieuwetten tot stand, zoals de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en de Wet geluidhinder. Daarnaast breidde hij wettelijke regelingen voor over de milieu-effectrapportage en bodembescherming. Regelde samen met minister De Ruiter de abortuskwestie. Nadien Eerste Kamerlid, fractievoorzitter van de VVD-senaatsfractie en VVD-voorzitter. Bekleedde die laatste functie ten tijde van het tweede kabinet-Lubbers en stuurde in 1989 aan op de val van dat kabinet. Speelde tevens een belangrijke rol bij de wisseling van het leiderschap van de VVD tussen Voorhoeve en Bolkestein. Zijn echtgenote was Tweede Kamerlid en staatssecretaris.
VVD
functie(s) in de periode 1977-2003: lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1960
Hoofdfuncties/beroepen
research-chemicus Chemisch Laboratorium, Rijksverdedigingsorganisatie TNO, van 30 januari 1955 tot 1 november 1965
plaatsvervangend directeur Chemisch Laboratorium, Rijksverdedigingsorganisatie TNO, van 1 november 1965 tot 1 september 1970
directeur milieubeheer Studie- en Informatiecentrum TNO te Delft, van 1 september 1970 tot 19 december 1977
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 15 januari 1971 tot 19 december 1977
minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, van 19 december 1977 tot 11 september 1981
minister belast met aangelegenheden betreffende het wetenschapsbeleid, van 1 april 1979 tot 3 mei 1979 (na het overlijden van minister Peynenburg)
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 25 augustus 1981 tot 10 juni 2003
voorzitter College van Bestuur Rijksuniversiteit Utrecht, van 1 september 1982 tot 1 januari 1986
deeltijd-hoogleraar milieu-gezondheidkunde, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht (1 dag in de week), van maart 1990 tot september 1994
fractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 maart 1997 tot 14 september 1999
takenpakket (bewindspersoon)
Het volksgezondheidsbeleid werd behartigd door staatssecretaris Veder-Smit, maar hij was wel specifiek verantwoordelijk voor de wetgeving inzake afbreking van zwangerschappen
Partijpolitieke functies
overzicht
voorzitter VVD afdeling Rijswijk, van 1967 tot 1970
lid commissie milieuhygiëne VVD, van 1969 tot 1972
lid stuurgroep "Liberaal Manifest", van 1972 tot 1972
voorzitter commissie milieuhygiëne VVD, van 1973 tot 1976
fractievoorzitter VVD Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1974 tot december 1977
lid commissie rapport "Milieu, groei en schaarste" Teldersstichting, van 1975 tot 1975
lid dagelijks bestuur VVD, van mei 1983 tot 4 oktober 1991
voorzitter VVD, van 29 november 1986 tot 4 oktober 1991
vicefractievoorzitter VVD Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 11 maart 1997
erelid VVD, 15 mei 1998
Nevenfuncties
lid College van Advies en Bijstand Gezondheidsraad (voor ministerschap)
lid comité "Man and the biosphere" KNAW/Unesco (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen/United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation) (voor ministerschap)
lid special programma Panel on Ego-Sciences Science Committee NAVO) (voor ministerschap)
lid College van Adviseurs programmacommissie landelijk meet net lucht- en waterverontreiniging (voor ministerschap)
lid stuurgroep macro-economische analyse milieubeheer (voor ministerschap)
lid international association of environmental coördinators (voor ministerschap)
lid redactieraad tijdschrift "Milieu en recht" (voor ministerschap)
lid Stuurgroep Voorbereiding Structuurschema Drink- en Industriewatervoorziening, RARO (Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening) (voor ministerschap)
lid Stuurgroep Voorbereiding Structuurschema Elektriciteitsvoorziening, RARO (Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening) (voor ministerschap)
lid ad-hoc commissie wetenschappelijke voorbereiding lange termijn milieubeleid, WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) (voor ministerschap)
voorzitter Provinciale Commissie voor Omgevingsbeleid, provincie Zeeland
lid begeleidingscommissie Beleidskader Sociale Zorg, provincie Zeeland
voorzitter Raad van Toezicht Stichting Renesse
lid Commissie van Toezicht bijzondere leerstoel 'Risico-analyse', Universiteit Maastricht
lid Stichtingsraad Zeeuws Landschap
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter vaste commissie voor het Wetenschappelijk Onderwijs en Wetenschapsbeleid (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 20 september 1983 tot 10 juni 2003
plaatsvervangend voorzitter vaste commissie voor Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 juni 1995 tot 11 maart 1997
lid College van Senioren (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 11 maart 1997 tot 14 september 1999
Opleiding
primair onderwijs
lagere school te Leiden, van 1934 tot 1940
voortgezet onderwijs
m.u.l.o., van 1940 tot 1944
h.b.s.-b, van 1944 tot 1946
academische studie
scheikunde, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1946 tot 15 april 1953
promotie
wiskunde en natuurwetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden, 21 september 1960
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Eerste Kamer vooral bezig met milieubeheer, hoger onderwijs en landbouw
Was na 1999 enkele keren fungerend Kamervoorzitter
opvallend stemgedrag
Behoorde in 1981 tot de drie leden van zijn fractie die tegen een initiatiefwetsvoorstel-Van Kemenade/Stoffelen/Van Ooijen stemden over het opstellen van het raadslidmaatschap voor onderwijsgevenden op gemeentelijke scholen
Behoorde in 1982 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het uit de Grondwet schrappen van de bepaling over de doodstraf stemde
Behoorde in 1983 tot de zeven leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Tweeverdienerswet stemden
Behoorde in 1985 tot de zes leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Verlaging uitkeringspercentage Ziektewet stemden
Stemde in 1989 als enige van zijn fractie tegen een wetsvoorstel tot goedkeuring van een overeenkomst met Canada stemde over laagvliegoefeningen in dat land door de Koninklijke Luchtmacht
Stemde in 1998 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel invoering van een gezamenlijk gezag voor een ouder en zijn partner
Stemde in 2001 als enige van zijn fractie tegen de wetsvoorstellen Tijdelijke referendumwet en opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum (eerste lezing).
Behoorde in 2001 tot de vier VVD-Eerste Kamerleden die alleen vanwege politieke redenen vóór het wetsvoorstel gemeentelijke herindeling Den Haag stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Verdedigde in 1978 met de ministers Tuijnman en Van Aardenne het besluit over de aanlanding van LNG in de Eemsmond (14.626, nr. 6)
Bracht in 1979 met minister Tuijnman de Fosfatennota uit, waarin maatregelen worden aangekondigd om de fosfaatbelasting van het Nederlandse oppervlaktewateren terug te dringen (15.640)
Bracht in 1979 de Nota sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving uit. Er komt een eenmalige en tijdelijke aanvullende financiële regeling om knelpunten op te lossen. Bij de uitvoering wordt begonnen met experimenten in een beperkt aantal gemeenten en met proefprojecten in verschillende bedrijfstakken. (15.657)
Bracht in 1979 de Nota milieuheffingen uit. Deze nota heeft een sterk inventariserend karakter. Ingegaan wordt onder meer op de economische effecten van toepassing van het principe 'de vervuiler betaalt', op juridische en uitvoeringsaspecten, op schadevergoeding aan bedrijven en op uitkeringen aan lagere overheden ter financiering van de uitvoering van milieuwetten. (15.658)
Bracht in 1979 de Nota milieu-effectrapportage uit. Hiermee wordt het instrument van de (verplichte) milieu-effectrapportage bij infrastructurele werken aangekondigd. Dat moet een hulpmiddel gaan vormen bij besluitvorming op ruimtelijk gebied. (15.715)
Bracht in 1979 het SO-2 beleidskaderplan uit. Hierin wordt beleid aangekondigd om verontreiniging door zwaveldioxide te bestrijden. Er komt een uitstootplafond en er komen kwaliteitsnormen. Onder andere overschakeling naar andere energiedragers dan kolen en aardolie speelt daarbij een belangrijke rol. (15.834)
Tijdens zijn ministerschap kwam (in 1980) het eerste gifschandaal, dat van Lekkerkerk, naar buiten, waarbij een woonwijk op vervuilde grond bleek te zijn gebouwd. Bracht hierover samen met staatssecretaris Koning een notitie uit. (dossier 16.187)
Diende in 1980 het wetsvoorstel Wet bodembescherming in. De wet werd in 1986 door minister Winsemius in het Staatsblad gebracht (16.529)
Diende in 1981 het wetsvoorstel Wet milieugevaarlijke stoffen in. De wet werd in 1986 door minister Winsemius in het Staatsblad gebracht. (16.800)
Diende in 1981 een wetsvoorstel tot regeling van de milieu-effectenrapportage in. De wet werd in 1986 door minister Winsemius in het Staatsblad gebracht. (16.814)
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1978 samen met de staatssecretarissen Smit-Kroes en Van Eekelen een wijziging (Stb. 354) van de Luchtvaartwet in het Staatsblad, waarbij nadere regels werden gesteld voor de aanwijzing van luchtvaartterreinen. Bij die aanwijzing moet rekening worden gehouden met planologische aspecten en met aanwezige bebouwing en voorts moet inspraak van belanghebbenden gewaarborgd zijn. Het wetsvoorstel was in 1974 ingediend door de ministers Westerterp, Vredeling, Gruijters en Vorrink en in 1977 in de Tweede Kamer verdedigd door Westerterp, Stemerdink en Vorrink. (13.130)
Bracht in 1979 de Wet Geluidhinder (Stb. 99) tot stand, die regels bevat over het voorkomen of beperken van geluidshinder. Er komen voorschriften voor apparaten, geluidnormen en -metingen, heffingen, alsmede indicatieve meerjarenprogramma's geluidshinder. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door minister Vorrink. (13.639)
Bracht in 1979 de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wet a.b.m.h.) (Stb. 442) tot stand. Daarin zijn onder meer regels opgenomen over procedures rond de verlening van milieuvergunningen en inspraak en beroep. Daardoor moet betere coördinatie ontstaan op milieugebied. Onder andere worden regels gesteld inzake de wijze van en termijn voor publicatie, terinzagelegging en kennisgeving van besluiten, alsmede inzake de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt en de daarbij geldende termijnen. Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Vorrink. (14.311)
Bracht in 1980 een wijziging (Stb. 757) van de Wet a.b.m.h. tot stand, waarbij een Centrale raad voor de milieuhygiëne werd ingesteld. (14.818)
Bracht in 1981 samen met minister De Ruiter de Wet afbreking zwangerschap (Stb. 257) tot stand. Uitgangspunt van de wet is dat vrouwen die door een ongewenste situatie in een noodsituatie verkeren, recht op hulp hebben. Na zorgvuldige afweging en een beraadtermijn van vijf dagen is onderbreking van een zwangerschap van niet langer dan 13 weken toegestaan. De ingreep moet plaatsvinden in een ziekenhuis of in een abortuskliniek, die daarvoor een vergunning heeft. Medewerking aan een zwangerschapsonderbreking is niet verplicht. Abortus provocatus blijft strafbaar als misdrijf indien niet de nodige zorgvuldigheid is betracht of de wet niet is nageleefd. De wet trad 1 november 1984 in werking. (15.475)
Bracht in 1981 een wet (Stb. 409) tot herziening van de Hinderwet tot stand. De wet wordt gemoderniseerd, er komt een mogelijkheid om problemen bij verordening te regelen (in plaats bij vergunning voor een afzonderlijk complex) en er wordt een mogelijkheid geschapen om financiële tegemoetkoming te verlenen indien ingrijpende aanpassingen in een bedrijf nodig zijn. Naast de sanctie dat een bedrijf gesloten moet worden, komen er minder verregaande sancties. (15.027)
Wetenswaardigheden
algemeen
Speelde in 1990 als VVD-voorzitter een belangrijke rol bij het aftreden van fractievoorzitter Voorhoeve. Had kort van het aftreden Voorhoeve nog steun toegezegd. Zijn rol werd sterk bekritiseerd en op de algemene ledenvergadering in Zwolle werd een motie van afkeuring met klein verschil verworpen. Kondigde toen wel zijn vertrek aan.
Werd in 1999 verrast door de tegenstem die Hans Wiegel in de Eerste Kamer liet horen tegen het tweede-lezingvoorstel over het correctief referendum. Hij trok het zich als fractievoorzitter persoonlijk sterk aan, dat hij verwerping van het voorstel niet had weten te voorkomen.
verkiezingen
Werd in 1981 gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg
woonplaats(en)/adres(sen)
Leiden, van 1928 tot 1957
Rijswijk (Z.H.), Ocarinalaan 296, van 1957 tot 1983
Leidschendam, Virulylaan 42, van juni 1986 tot 1990
Burgh-Haamstede, Westerseweg 1, van augustus 1990 tot december 1990
Burgh-Haamstede, Scalde-oort 63, van december 1990 tot 1991
Burgh-Haamstede, Rooiedal 8, vanaf 1991 (nog in 1999)
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 oktober 1981
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1994
militaire dienst
tweede luitenant, regiment technische troepen, van 17 april 1953 tot 30 januari 1955 (gedetacheerd bij het Chemisch Laboratorium rijksverdedigingsorganisatie-TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek))
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"The reactivity of some organophosphorous compounds in nucleophilic substitution reactions" (dissertatie, 1960) (gepromoveerd bij Prof.Dr. E. Havinga")
diverse artikelen in tijdschriften
literatuur/documentatie
J.M. Bik, "Een strikt pettenregime. Prof.dr. L. Ginjaar (1928-2003)", NRC Handelsblad, 19 september 2003
H. Wiegel, "Gedachten aan Leendert Ginjaar (1928-2003)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2004, 138