CH-Kiezersbond, CHP, CHU
functie(s) in de periode 1897-1929: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Johannes Theodoor
titulatuur en naam
Dr. J.Th. de Visser Johannes Theodoor
opmerkingen over de naam en/of titel
Zijn roepnaam was "Jan"
geboorteplaats en -datum
Utrecht, 9 februari 1857
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 april 1932
begraafplaats en -datum
Rotterdam, begraafplaats Crooswijk, 18 april 1932
levensbeschouwing
Hervormd: ethische richting
Partij/stroming
partij(en)
- ARP (Anti-Revolutionaire Partij) (omstreeks 1880)
- CHK (Christelijk-Historische Kiezersbond), van 1896 tot 16 april 1903
- CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
- predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Leusden (Utr.), van 5 december 1880 tot mei 1884
- predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Almelo, van 11 mei 1884 tot 22 april 1888
- predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Rotterdam, van 22 april 1888 tot 1 mei 1892
- predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Amsterdam, van 1 mei 1892 tot 1 september 1909 (beroepen in januari 1892)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 19 september 1905 (1897-1901 voor het kiesdistrict Rotterdam I, 1901-1905 voor het kiesdistrict Amsterdam II)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 november 1906 tot 16 september 1913 (voor het kiesdistrict Leiden)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 juni 1914 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Katwijk)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 juli 1916 tot 26 september 1918 (voor het kiesdistrict Leiden)
- minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 26 september 1918 tot 4 augustus 1925 (departement ingesteld bij K.B. van 25 september 1918)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 juli 1922 tot 17 september 1922
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 17 september 1929
- fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1925 tot 8 juli 1929
ambtstitel
- minister van staat, van 31 augustus 1931 tot 14 april 1932
(in)formateurschap(pen)
- kabinetsformateur, van 8 december 1925 tot 26 februari 1926 (twee verschillende opdrachten)
Partijpolitieke functies
overzicht
- vicevoorzitter C.H.-Kiezersbond, van 11 december 1896 tot 7 februari 1902
- voorzitter C.H.-Kiezersbond, van 7 februari 1902 tot 16 april 1903
- lid bestuur CHP, van april 1903 tot juli 1908
- vicevoorzitter CHU, van 9 juli 1908 tot februari 1913
- voorzitter CHU, van 11 mei 1910 tot september 1918
- voorzitter club van de leden der rechterzijde, Provinciale Staten van Zuid-Holland, van juli 1916 tot september 1918
- politiek leider CHU, van 8 februari 1921 tot 8 juli 1929
- hoofdredacteur CH-blad "De Nederlander", van 1925 tot 1929 (samen met J.R. Snoeck Henkemans)
- lid hoofdbestuur CHU, van 1927 tot 1928
Nevenfuncties
- hoofdredacteur, "De Voorzorg" (orgaan van CNWB)
- voorzitter Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs, vanaf 1898
- lid redactie "Nederlandse Kerkbode", tijdschrift voor de Protestanten in Nederland, van 8 april 1899 tot 23 november 1901
- lid bestuur Nederlands Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900
- lid bestuur Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Vereeniging (NZAV)
- medewerker "Nederlandse Kerkbode", tijdschrift voor de Protestanten in Nederland, van 30 november 1901 tot 16 juli 1910
- lid Staatscommissie inzake reorganisatie van het onderwijs (Ineenschakelingscommissie-Woltjer), van 21 maart 1903 tot 25 april 1910
- voorzitter Centrale Bond van Christelijk Philantropische inrichtingen, omstreeks 1903 tot september 1918
- lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijkstucht- en Opvoedingswezen, van 1 maart 1903 tot september 1918
- lid Staatscommissie inzake de werkloosheid (Staatscommissie-Treub), van 23 oktober 1909 tot juni 1914
- lid hoofdbestuur Algemeen Nederlandsche Zeemansbond, omstreeks 1909 tot september 1918
- lid redactie "Stemmen des Tijds", maandblad voor Christendom en Cultuur, vanaf 1911
- ondervoorzitter commissie ter voorbereiding van het Tweede Sociaal Congres, vanaf 17 maart 1914
- veldprediker bij het gemobiliseerde leger, van augustus 1914 tot september 1918
- lid rijksaardappelencommissie, 1918
- permanent vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken in de commissie van toezicht op de openbare leeszalen, tot september 1918
- lid Commissie van Bijstand voor het Nederlandsch Woordenboek, tot september 1918
- lid hoofdbestuur Algemeen Nederlandsche Zeemansbond, van november 1925 tot 14 april 1932
- voorzitter Radioraad, van 1 januari 1929 tot 14 april 1932
- voorzitter Commissie inzake studiebeurzen, van 10 juli 1929 tot 14 april 1932
- lid en voorzitter Radio-omroep Controle-Commissie, van 1 juli 1930 tot 14 april 1932
- lid en voorzitter Algemeen Programma-Commissie, van 1 juli 1930 tot 14 april 1932
- voorzitter Stichting Het Réveil-Archief, vanaf 1930
- lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 14 april 1932
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de begroting van Nederlandsch-Indië 1905 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1909 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor de koloniale begrotingen 1910 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1911 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1910 tot februari 1911
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 18 september 1925 tot april 1929
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 18 september 1925 tot 17 september 1929
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erelid ANV (Algemeen Nederlandsch Verbond)
- erevoorzitter CNWB (Christelijk Nationale Werkmansbond)
- erevoorzitter jongensinternaat "Valkenheide"
- erevoorzitter "Martha-stichtingen" te Alphen aan den Rijn
- erevoorzitter "Vereeniging van het Amsterdamsche volk tot het aanbieden van een huldeblijk aan H.M. Koningin Wilhelmina"
- lid erecomité nationale en internationale zangwedstrijd "Liedertafel Crescendo" te 's-Gravenhage, 1928
Opleiding
voortgezet onderwijs
- gymnasium-a, Hieronymusschool te Utrecht, van augustus 1870 tot 1874
academische studie
- theologie (doctoraal), Hogeschool te Utrecht, van 1874 tot 1878 (cum laude)
- rechten (kandidaats), van 1878 tot 1879
promotie
- theologie, Hogeschool te Utrecht, 27 mei 1880 (cum laude)
Activiteiten
opvallend stemgedrag
- In 1928 stemden hij en Krijger als enigen van de CHU-fractie tegen een wijziging van de Wet op de Indische Staatsregeling, waardoor er een gelijk aantal inheemse en Europese leden kwam in de Volksraad
- Behoorde in 1929 tot de vijf leden van zijn fractie die vóór het initiatiefwetsvoorstel-Van den Heuvel stemden over steunverlening aan de suikerindustrie
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Diende in 1920 een wetsvoorstel in tot regeling van het bewaarschoolonderwijs. Dit wetsvoorstel waardoor alleen particuliere bewaarscholen subsidie zouden krijgen, werd in 1923 ingetrokken.
- Diende in 1920 een wetsvoorstel in over de lichamelijke opvoeding van de rijpere mannelijke jeugd. Voor 16-, 17- en 18-jarige jongens zou er een verplichte lichamelijke opvoeding komen. Het wetsvoorstel werd in 1923 ingetrokken.
- Vaardigde in 1921 de beschikking Rijkssubsidievoorwaarden voor openbare leeszaken en bibliotheken uit. Gemeenten kregen aanvullende subsidie voor een openbare leeszaal of bibliotheek, maar waren niet verplicht die op te richten. Het heffen van contributies voor uitleningen was verplicht.
- Schortte in 1924 de leerplicht voor het zevende leerjaar in het lager onderwijs weer op (tot uiterlijk 1930)
- Voerde in 1924 drastische bezuinigingen door in het onderwijs, onder andere door vergroting van de klassen en door invoering van (onbezoldigde) onderwijsassistenten
- Kreeg in 1925 in de Tweede Kamer onvoldoende steun voor zijn voorstel om in vier jaar een miljoen gulden ter beschikking te stellen als garantie voor de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1919 de Wet tot instelling van de Onderwijsraad (Stb. 49) tot stand. De Raad kan op verzoek van de minister of op eigen initiatief adviezen uitbrengen op het gebied van het onderwijs.
- Bracht in 1919 de Nijverheids-Onderwijswet tot stand, waarin naast het lager en middelbaar schoolonderwijs op ambachts-, nijverheids-, scheepvaart-, landbouwhuishoud- en huishoudscholen ook het leerlingstelsel werd geregeld. De wet bepaalde dat er bijzondere en openbare nijverheidsscholen waren, met mogelijkheden voor dag- en avondonderwijs. Het wetsvoorstel was in 1915 door minister Cort van der Linden ingediend als ontwerp-Wet op het vakonderwijs.
- Bracht in 1920 de Lager-Onderwijswet (Stb. 39) tot stand, waarmee uitvoering werd gegeven aan de grondwettelijke bepalingen over het onderwijs uit 1917. De wet leidde onder meer tot verkleining van de klassen, voerde een zevende leerjaar in, verbeterde de opleiding voor onderwijzers en liet de salarissen van onderwijzers voor rekening van het rijk komen en de kosten voor gebouwen en leermiddelen voor rekening van de gemeenten. Het u.l.o. werd als afzonderlijk schooltype erkend.
- Bracht in 1920 een wijziging van de Hoger-Onderwijswet tot stand, waarbij onder meer de regeling voor het doctoraal examen en de promotie werden gewijzigd. Om te promoveren tot doctor werd het schrijven van een proefschrift verplicht gesteld.
- Bracht in 1921 een wijziging van de Leerplichtwet tot stand, waarmee vanaf 1922 het verplichte zevende leerjaar werd ingevoerd. De leerplicht eindigde pas bij het bereiken van de leeftijd van 13 jaar. Verder werd de vrijstelling vanwege seizoensarbeid aanzienlijk beperkt. De term 'schoolopziener' werd vervanger door inspecteur en 'districts-schoolopziener' door 'hoofdinspecteur'. (In 1924-1928 werd het zevende leerjaar tijdelijk opgeschort). Het wetsvoorstel was in 1911 ingediend door minister Heemskerk.
- Bracht in 1925 een wijziging van de Lager-Onderwijswet tot stand, waardoor gemeenteraden de bevoegdheid kregen onderwijzeressen (jonger dan 45 jaar) die een huwelijk aangingen te ontslaan
als (in)formateur
- Kreeg op 8 december 1925 de opdracht een parlementair kabinet te vormen. Zijn voorstel om de gezant te Bern tevens te accrediteren bij de Paus kon echter niet op steun van de CHU-fractie rekenen, waarop hij zijn poging staakte
- Kreeg op 11 december 1925 de opdracht een kabinet te vormen. Wederom was er geen zekerheid te verkrijgen over steun van de CHU voor het Bern-plan. Vanaf 16 januari 1926 trachtte hij tevergeefs een extraparlementair kabinet te vormen.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Fel tegenstander van de Doleantie (1886) van A. Kuyper
- Was oprichter van de Christelijk Nederlandsch Werklieden-Verbond "Patrimonium", afdeling Almelo
- In 1894 oprichter van het weekblad "De Amsterdamsche Volksbode voor de Protestanten in Nederland"
- In 1894-1896 oprichter van de Christelijke (Nationale) Werkmansbond
- Was in 1896 medeoprichter van de C.H.-Kiezersbond
- Sloot zich in oktober 1897 aan bij de Tweede Kamerclub van de Vrij-Antirevolutionairen
- Mocht in 1912 van De Savornin Lohman niet Van Bylandt opvolgen als voorzitter van de Tweede Kamer, omdat hij predikant was. Lohman vreesde dat met de benoeming van De Visser de weg vrij zou zijn voor Nolens om ook ooit Kamervoorzitter te worden
- Werd in 1913 kandidaat gesteld in het district Ommen om het op te nemen tegen de dissidente CH'er Bichon van IJsselmonde. In het district Leiden, waarvoor De Visser sinds 1909 zitting had, werd een ARP'er (Briët) kandidaat gesteld. Noch De Visser, noch Briët werden gekozen.
- Kreeg alom lof voor de wijze waarop hij in 1920 zijn Lager-onderwijswet in het parlement verdedigde. De aanneming van het wetsvoorstel werd in de Tweede Kamer met applaus begroet.
- Hield in 1923 bij het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina namens het kabinet de feestrede
- Voerde in 1925, hoewel hij een afkeer had van het gebruik van Bijbelteksten in de Kamer, een theologisch getint debat over subsidie aan de Olympische Spelen. De Tweede Kamer verwierp zijn begrotingsvoorstel om staatssubsidiëring mogelijk te maken.
- Werd in september 1925, 1926, 1927 en 1928 als tweede op de voordracht gezet voor het Tweede Kamervoorzitterschap
- Onttrok zich in november 1925 aan de stemming over het amendement-Kersten inzake de afschaffing van het Gezantschap bij de Paus. De rest van de CHU-fractie stemde vóór dat amendement, waarvan de aanneming leidde tot de val van het eerste kabinet-Colijn.
- Trachtte in 1926 tevergeefs en hardnekkig, buiten zijn eigen fractie om (waarvan hij voorzitter was!), als formateur een kabinet te vormen, dat het gezantschap bij de Paus zou vervangen door een gecombineerd gezantschap in Bern (het zgn. Plan-Bern). Zijn afwezigheid in een fractievergadering tijdens de laatste fase van die formatiepoging, zette kwaad bloed bij zijn fractiegenoten. Nadat zijn pogingen om een kabinet te vormen waren mislukt, vertrok hij voor drie weken naar het buitenland.
- Onttrok zich in 1926 als enige CHU'er aan de stemming over het begrotingsartikel inzake de gelden voor het gezantschap bij de Paus. De CHU-fractie stemde tegen. De verwerping van het artikel met 48 tegen 41 stemmen maakte een einde aan dat gezantschap.
- Verving in november en december 1928 Kamervoorzitter Ruijs de Beerenbrouck, die wegens ziekte afwezig was
- Kwam in 1929 in conflict met de CHU-Tweede Kamerfractie, omdat hij als aftredend Kamerlid niet was uitgenodigd voor de eerste fractievergadering na de verkiezingen. Hij vond dat hij nog namens de fractie advies mocht uitbrengen bij de kabinetsformatie. Verbrak hierna het contact met zijn voormalige fractiegenoten.
- Werd op 14 april 1932 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister Donner.
uit de privésfeer
- Nam in 1907 in Amsterdam het initiatief voor stichting van de eerste Hervormde kweekschool
- Bij het ministerie van Onderwijs staat een borstbeeld van hem
- Zijn moeder overleed op 9 juli 1860 op 33-jarige leeftijd. Hij was toen net drie jaar. Zijn vader hertrouwde in 1867.
verkiezingen
- Versloeg in 1897 in het district Rotterdam I R.P. Mees (o.l.) na herstemming. Werd in het district Ommen verslagen door J. van Alphen (a.r.). Eindigde in het district Harlingen als derde achter jhr. T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.) en A. Bouman (lib.) en in Rotterdam II als derde achter D. de Klerk (lib.) en jhr. T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.).
- Versloeg in 1901 in het district Amsterdam II H.F. Groen van Waarder (o.l.) na herstemming. Werd in het district Rotterdam I na herstemming verslagen door D. Fock (lib.).
- Werd in 1905 na herstemming in het district Amsterdam II verslagen door C. Lely, in 's-Gravenhage II door W. Dolk en in Rotterdam II door D. de Klerk (allen liberaal).
- Versloeg in 1906 bij een tussentijdse verkiezing in het district Leiden H. Paul (u.l.)
- Werd in 1909 in de districten Leiden en Harlingen gekozen en nam zitting voor Leiden. Versloeg in het district Leiden mr. J.H.W.Q. ter Spill (v.l.) en in Harlingen L.W.J.K. Thomson (lib.).
- Werd in 1913 in het district Ommen na herstemming verslagen door C.J.A. Bichon van IJsselmonde (dissident-c.h.)
- Was in 1913 geen kandidaat in het district Leiden
- Versloeg in 1914 bij een tussentijdse verkiezing in het district Katwijk mr. H.W.C.J. de Jong (v.l.)
- Versloeg in 1917 J.H. Ekering (comité anti-grondwetsherziening)
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"Vissertje" of "vadertje Visser" (vanwege zijn lengte)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Utrecht, tot december 1880
- Leusden, van december 1880 tot mei 1884
- Almelo, van mei 1884 tot april 1888
- Rotterdam, van april 1888 tot juni 1892
- Amsterdam, Jan Steenstraat 109, van juni 1892 tot 1899
- Amsterdam, Keizersgracht 451, van 1899 tot oktober 1907
- Amsterdam, Weteringsschans 20, van oktober 1907 tot augustus 1909
- 's-Gravenhage, Frederik Hendrikplein 14, vanaf augustus 1909 (nog in 1914)
- Wassenaar, omstreeks 1917
- 's-Gravenhage, J.P. Coenstraat 20, omstreeks 1925 (nog in 1931)
ridderorden
Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 9 februari 1927 (i.v.m. 70ste verjaardag)
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Utrechtsch Studentencorps (zes jaar)
- lid antirevolutionaire kiesvereniging in Almelo, omstreeks 1885
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
- lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De daemonologie van het Oude Testament" (dissertatie, 1880)
- "Hosea, de man des geestes" (1886)
- "Handboek der Bijbelsche Archaeologie" (1891)
- "Onze Plichten" (1893)
- "Mohammed-Christus" (1896)
- "Hebreeuwsche archeologie", 2 delen (1898)
- "Ons Staatkundig Beginsel" (1908)
- "De christelijk-sociale beweging van onzen tijd" (1913)
- "Kerk en Staat", 3 delen (1926-1927)
literatuur/documentatie
- Q.A. de Ridder, "Een nationale figuur: biografie over wijlen Z.Ex. Dr. J.Th. de Visser" (1932)
- H. van Spanning, "De Christelijk-Historische Unie", deel I (1988)
- J.J. Woltjer, "Visser, Johannes Theodoor de (1857-1932)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 625
- P.L. Schram, "Visser, Johannes Theodoor de", in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 3, 377
- J. de Bruijn, "Johannes Theodoor de Visser (1837-1932). Predikant, politicus en onderwijshervormer", in: P.E. Werkman en R. van der Woude (red.), "Wie in de politiek gaat, is weg? Protestantse politici en de christelijk-sociale beweging" (2009), 92-122
- J. de Bruijn, "Dr. Johannes Theodoor de Visser. Een 'nationale figuur'", in: "De sabel van Colijn. Biografische opstellen over religie en politiek in Nederland" (2011)
- Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1909
- J. de Bruijn, "Een wonderschoon landschap. Beknopte biografie van dr. J.Th. de Visser.", Groen (2024)
Biografisch Woordenboek(en)
- biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
- biografie opgenomen in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme
archivalia
enkele brieven en documentatie betreffende de Vaticaancrisis, (1901-1926), HDC
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Gouda, 5 juli 1882
echtgeno(o)t(e)/partner
G.I. van der Garde, Gezina Ida
kinderen
3 zoons en 1 dochter
vader
J. de Visser, Justus
geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 16 oktober 1823
beroep vader
koopman
moeder
S.G. de Ruijter, Simonia Gerarda
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 15 juni 1827
stiefmoeder
M. Mensinga, Maria
broers en zusters
1 broer
familierelaties