Dr. J.P. (Jan) Pronk

J.P. Pronk
bron: RVD

Bevlogen en vaak emotioneel betrokken PvdA-politicus, die gold als exponent van de linkervleugel van zijn partij. Zeer begaan met de problematiek van armoede in de wereld en deskundig op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking. Vooral tijdens het kabinet-Den Uyl mikpunt van kritiek van behoudend Nederland vanwege de steun aan de bevrijdingsbewegingen in Afrika en aan Cuba. Na een periode in de Kamer en een functie bij de UNCTAD keerde hij terug in Den Haag. Als medeauteur van het rapport 'Schuivende Panelen' droeg hij bij aan een koerswijziging van de PvdA. Werd in 1989 wederom minister van Ontwikkelingssamenwerking. In het tweede kabinet-Kok minister van VROM. Kreeg veel waardering als voorzitter van de Wereldmilieuconferentie. Werd in 2001 gepasseerd voor de post van Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen.

PvdA
functie(s) in de periode 1971-2002: lid Tweede Kamer, minister, lid Europees Parlement (vóór 1979)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johannes Pieter (Jan)

titulatuur en naam

Dr. J.P. Pronk Johannes Pieter (Jan)

opmerkingen over de naam en/of titel

Drs. J.P. Pronk (tot aan hem op 9 oktober 2002 een eredoctoraat werd verleend)

geboorteplaats en -datum

Scheveningen (gem. 's-Gravenhage), 16 maart 1940

levensbeschouwing

Hervormd: midden-orthodox

Partij/stroming

partij(en)

  • PvdA (Partij van de Arbeid), van december 1964 tot 28 mei 2013
  • PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 25 november 2023

partij waarop werd gestemd

Partij voor de Dieren (PvdD), 17 maart 2021

Hoofdfuncties/beroepen

  • wetenschappelijk medewerker Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam (medewerker van Prof. J. Tinbergen), van 1 januari 1965 tot 1971
  • wetenschappelijk medewerker NEI (Nederlands Economisch Instituut) te Rotterdam, tot mei 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 11 mei 1973
  • lid Europees Parlement, van 13 maart 1973 tot 11 mei 1973 (aangewezen door de Staten-Generaal)
  • minister zonder portefeuille, minister voor ontwikkelingssamenwerking, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 18 augustus 1980
  • adjunct-secretaris-generaal UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development), van 1 augustus 1980 tot 1 juni 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 7 november 1989
  • bijzonder hoogleraar ontwikkelingen in het democratisch-socialisme, in relatie tot wetenschap en samenleving (Den Uyl-leerstoel), Universiteit van Amsterdam, van 1 september 1989 tot 16 november 1989 (vanwege de Wiardi Beckman Stichting)
  • minister zonder portefeuille, minister voor ontwikkelingssamenwerking, van 7 november 1989 tot 3 augustus 1998
  • minister van Defensie ad interim, van 6 februari 1991 tot 3 maart 1991 (tijdens ziekte van minister Ter Beek)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 mei 1994 tot 22 augustus 1994
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998
  • minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002
  • speciaal VN-gezant voor duurzame ontwikkeling en adviseur van secretaris-generaal Kofi Annan, van oktober 2001 tot 2003
  • hoogleraar theorie en praktijk van internationale ontwikkeling, ISS (Institute of Social Studies) te 's-Gravenhage, van 1 januari 2003 tot 1 juli 2010
  • speciaal VN-gezant in Soedan, van juli 2004 tot december 2006

Partijpolitieke functies

vorige

  • voorzitter PvdA, afdeling Krimpen aan de Lek, van 1966 tot 1971
  • secretaris commissie-Mansholt (PvdA, PPR, D'66) over 'Grenzen aan de groei', van januari 1972 tot 6 maart 1972
  • lid commissie gezamenlijk verkiezingsprogramma PvdA-D'66-PPR (Keerpunt'72), 1972
  • lid commissie groei en leefbaarheid, WBS (Wiardi Beckman Stichting), tot mei 1973
  • lid commissie grondwettelijk programma, van 1973 tot 1978
  • lid redactie "Socialisme en Democratie", omstreeks oktober 1986
  • lid fractiebestuur PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juli 1986 tot 7 november 1989
  • eerste vicevoorzitter PvdA, van april 1987 tot november 1989
  • voorzitter commissie vernieuwing programma PvdA, van april 1987 tot 31 oktober 1987
  • lid fractiebestuur PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1998 tot juni 1998
  • erevoorzitter Evert Vermeer Foundation, vanaf 2007
  • voorzitter PvdA-programmacommissie Europese Verkiezingen 2009

Nevenfuncties

vorige

  • lid evaluatiecomité Nederlandse Ontwikkelingshulp, van 1966 tot 1969
  • lid Werkgroep Kerk en Ontwikkelingssamenwerking Raad van Kerken, van 1968 tot 1971
  • docent Verenigde Naties Instituut voor Economische Planning, 1968
  • lid redactie "Internationale Spectator", van 1969 tot 1973
  • lid/voorzitter Commission on the Churches Participation in Development (Wereldraad van Kerken), van 1969 tot 1973
  • voorzitter "X - Y beweging", van 1970 tot 1973
  • lid redactie maandblad "Wending" (voor Evangelie en Cultuur), van 1970 tot 1973
  • lid Raad voor de Zending Nederlands Hervormde Kerk (Zendingshuis, Oegstgeest), van 1970 tot 1973
  • voorzitter IGGI (Intergouvernemtele Groep voor Indonesië), van 1973 tot 1977 (als minister)
  • lid International Commission for the Study of Communication Problems, UNESCO, van 1978 tot 1980
  • lid Advisory Group on Economic Matters, Wereldraad van Kerken te Genève, van 1978 tot 1985
  • lid Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving, Nederlandse Hervormde Kerk, van 1978 tot 1981
  • lid/penningmeester onafhankelijke commissie voor internationale ontwikkeling (commissie-Brandt), van 1979 tot 1983
  • buitengewoon hoogleraar internationale ontwikkeling, ISS (Institute for Social Studies), van 1979 tot 1981
  • voorzitter redactie UNCTAD Trade and Development Journal,, van 1980 tot 1986
  • plaatsvervangend Secretaris-Generaal VN-conferentie Minst ontwikkelde landen, 1981
  • lid bestuur internationale school te Genève, van 1981 tot 1985
  • lid internationaal socialistisch comité voor economisch beleid, van 1984 tot 1987
  • lid bestuur RNW (Radio Nederland Wereldomroep), van 1987 tot 1989
  • voorzitter IGGI (Intergouvernemtele Groep voor Indonesië), van november 1989 tot 1992
  • plaatsvervangend Gouverneur bij de Wereldbank, van 1989 tot 1998
  • lid Ontwikkelingscomité Wereldbank, van 1989 tot 1998
  • co-chairman "Global Coalition for Africa", van 1991 tot 1998
  • lid Commission on Global Governance (commissie-Carlsson/Ramphal), van 1991 tot 1995
  • lid Independent Commission on Population and the Quality of Life (Commissie-De Lourdes Pintasilgo), van 1994 tot 1996
  • voorzitter 6e partijenconferentie VN Conventie Klimaatverandering, van 2000 tot 2001
  • voorzitter bestuur IIED (International Institute for Environment and Development) te London, van 2002 tot 2004
  • voorzitter adviescommissie van het Rode Kruis Klimaatcentrum, van augustus 2002 tot 2004
  • voorzitter WSSCC (Water Supply and Sanitation Collaborative Council) te Genève, van 2003 tot 2004
  • lid stafgroep 'Economische en duurzame ontwikkeling' ISS, van 1 januari 2003 tot 2011
  • voorzitter VON (Vluchtelingenorganisaties Nederland), van 2003 tot 2004 (samenwerkingsverband)
  • lid bestuur International Alert, van 2003 tot 2004
  • lid Council 'Interpeace' te Genève, vanaf 2007
  • voorzitter IKV (Interkerkelijk Vredesberaad), van 1 januari 2008 tot 1 januari 2012
  • voorzitter SID (Society for International Development) te Rome, van 2008 tot 2011
  • gasthoogleraar "The University for Peace" (door VN gestichte universiteit) te San José, Costa Rica (in 2009 en 2010)
  • associate fellow Centre International Conflict Analysis and Management (CICAM), Radboud Universiteit Nijmegen, vanaf 2013
  • docent Amsterdam University College te Amsterdam, vanaf 2013

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid parlementaire delegatie naar Suriname, van 20 oktober 1978 tot 30 oktober 1978
  • plaatsvervangend Gouverneur bij de Wereldbank, van 1973 tot 1977 (als minister van ontwikkelingssamenwerking)
  • lid Ontwikkelingscomité Wereldbank, van 1973 tot 1977 (als minister van ontwikkelingssamenwerking)
  • voorzitter vaste commissie voor Economische Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 september 1987 tot 7 november 1989

Opleiding

primair onderwijs

  • Prot.Chr. lagere school "Koningin Emma" te Scheveningen, van 1946 tot 1951

voortgezet onderwijs

  • gymnasium-b, "Christelijk Lyceum 'Zandvliet'" te 's-Gravenhage, van 1951 tot 1957

academische studie

  • economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1957 tot 4 december 1964

eredoctoraten

  • eredoctoraat "San Marco Universiteit" te Lima (Peru), 1974
  • eredoctoraat ISS (Institute of Social Studies) te 's-Gravenhage, 9 oktober 2002
  • eredoctoraat Victoria University, Neuchatel, Zwitserland, 2015

Activiteiten

als parlementariër

  • Was in de periode 1971-1973 woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van de PvdA-Tweede Kamerfractie. Hield zich ook bezig met economische zaken, Koninkrijksaangelegenheden en accijnswetgeving.
  • Interpelleerde op 6 april 1978 minister De Koning over diens beslissing over het jaarlijkse pakket van projecten in het kader van de Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie
  • Hield zich in de periode 1978-1980 als Kamerlid vooral bezig met ontwikkelingssamenwerking
  • Was in 1987 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van het rapport van de subcommissie visquotering. Diende daarbij een motie in waarin het door de minister gevoerde beleid werd betreurd.

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1971 tot de drie leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel over uitbreiding van de gemeente Alkmaar etc. stemden
  • Behoorde in 1971 tot de vijf leden van zijn fractie die bij de tweede lezing vanwege de belastingvrijdom tegen de wijziging van de grondwettelijke bepalingen over de inkomen van de Kroon stemde
  • Behoorde in 1973 tot de twaalf leden van zijn fractie die tegen het initiatiefwetsvoorstel-Van Schaik/Geurtsen over casino's stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Gaf tijdens het kabinet-Den Uyl aan ontwikkelingshulp een politieke doelstelling: ontwikkelingshulp moest bijdragen aan herverdeling van macht en rijkdom in de wereld door hervorming van het internationale, economische en monetaire systeem. Centraal begrip daarbij was 'self-reliance'. Daartoe gaf hij met Scandinavische landen ook steun aan het streven naar een Nieuwe Internationale Economische Orde.
  • Veranderde in 1974 het mandaat van de NCO (Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie), waarbij de nadruk meer kwam te liggen op voorlichting en bewustwording in plaats van het ondersteunen van campagnes. Beëindigde toen het NCO-voorzitterschap van prins Claus en benoemde hem in plaats daarvan tot voorzitter van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers.
  • Tijdens zijn ministerschap kwam (in 1975) de Nederlandse ontwikkelingshulp op 1,5% van het Netto Nationaal Inkomen, een verdrievoudiging ten opzichte van de jaren daarvoor. Daardoor behoorde Nederland met Noorwegen en Zweden tot de enige landen die voldeden aan een door de VN gestelde norm.
  • Bracht in 1976 de Nota Bilaterale Ontwikkelingssamenwerking uit, waarin hij dit beleid nader uitwerkte (14.100-V, nr. 3)
  • Bracht in 1976 samen met minister Van Doorn de Nota enige beleidsgevolgen voor Nederland van het internationaal jaar voor de vrouw uit. Zowel bij bilaterale ontwikkelingscontacten als in multilateraal verband komt er extra aandacht voor steun aan positieverbetering van de vrouw. (14.030)
  • Breidde de groep van concentratielanden uit met Opper-Volta, Noord-Jemen, Sri Lanka, Jamaïca en Cuba
  • Speelde een belangrijke rol bij de besprekingen over onafhankelijkheid van Suriname. Als onderdeel van de onafhankelijkheidsverklaring kreeg Suriname f 3,5 miljard aan hulp. OP 25 november 1975 werd hierover in Paramaribo een verdrag gesloten
  • Gaf tijdens zijn ministerschap in de jaren 1973-1977 steun aan de bevrijdingsbewegingen in Afrika (Angola, Mozambique, Namibië en Rhodesië)
  • Bracht in 1990 de Nota "Een wereld van verschil" uit. Hoofddoelstelling van het ontwikkelingsbeleid wordt duurzame armoedebestrijding. Er moet meer geïnvesteerd worden in onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg. In het ontwikkelingsbeleid krijgt de positie van vrouwen meer aandacht. Ook ecologische problemen krijgen een centralere rol in de ontwikkelingssamenwerking. (21.813)
  • Uitte in 1992 scherpe kritiek op het mensenrechtenbeleid van Indonesië wat tot een felle tegenreactie van Indonesië leidde en tot beëindiging van de ontwikkelingssamenwerking
  • Bracht in 1993 de Nota "Een wereld in geschil uit". De nota gaat in op de grondige wijzigingen in de Noord-Zuidverhoudingen sinds 1989. Daarbij is onder meer het einde van de Koude Oorlog van belang, die tot het einde van sommige conflicten heeft geleid. Andere (sluimerende) conflicten zijn echter tot uitbarsting gekomen. Als nieuwe prioriteit wordt het tegengaan van gewelddadige conflicten en het bewerkstelligen van vrede genoemd. Er wordt verder ingegaan op de vraag hoe Nederland en de internationale gemeenschap beter kan inspelen op noodsituaties. (23.408)
  • Maakte als minister voor ontwikkelingssamenwerking in de periode 1994-1998 reizen naar onder meer rampgebieden in Somalië, Bosnië, Soedan, Cambodja en Rwanda
  • Bracht in 1997 de Notitie Drugs in ontwikkelingslanden uit. Daarmee wordt beoogd de problematiek van productie en gebruik van verdovende middelen te koppelen aan het ontwikkelingsbeleid. Nederland zal steun geven aan projecten en programma's voor de ontwikkeling van de teelt van alternatieve akkerbouwgewassen.
  • Bracht in 1999 als minister van VROM de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid uit. Uitgangspunt voor het Nederlandse klimaatbeleid wordt het bereiken van 6 procent reductie van emissie van broeikasgassen in de periode 2008-2012. Dit streven vloeit voort uit het in 1997 tot stand gekomen Kyoto-verdrag. Door de verhoogde concentraties broeikasgassen verandert het klimaat, waaraan grote risico's zijn verbonden voor de stabiliteit en het voorbestaan van natuurlijke ecosystemen. Maatregelen om tot de reductie te komen zijn onder meer fiscale regelingen, technologische vernieuwing, energiebesparende maatregelen en ontwikkeling van energieneutrale energiedragers. (26.603)
  • Leidde in november 2000 de Zesde VN-klimaatveranderingsconferentie in Den Haag. Kreeg ondanks de mislukking van die conferentie veel lof voor de wijze waarop hij leiding had gegeven aan de onderhandelingen.
  • In 2001 verwierp de Eerste Kamer het voor het verdedigde wetsvoorstel over een retributieplicht voor de beoordeling en administratiever afhandeling van vergunningen etc. op grond van de Wet milieugevaarlijke stoffen. Een meerderheid vond de voorgestelde regeling overbodig. (26.161)
  • Bracht in 2001 de Strategienota "Omgaan met stoffen" (SOMS) uit. Daarin wordt de strategie uiteengezet voor het stoffenbeleid. Binnen één generatie moet verstandig, voorzichtig en met voorzorg worden omgegaan met stoffen, zodat veiligheid van mens en milieu is gewaarborgd. (27.646)
  • Stelde in 2001 het Ruimtelijk Planbureau in. Dit onafhankelijke instituut moet onder meer ruimtelijke effecten van maatschappelijke ontwikkelingen volgen en signaleren en beleidsvarianten en scenario's ontwikkelen.
  • Bracht in 2001 het kabinetsstandpunt inzake de PKB Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening uit. Hiermee wordt een grotere verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid bij provincies en gemeenten gelegd. Er worden door het Rijk 'rode' en 'groene' contouren aangegeven voor bebouwing en natuurontwikkeling. (25.578, nr. 4)
  • Bracht in 2001 het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) uit. Uitgangspunt daarvan is een omvorming in dertig jaar naar een duurzaam functionerende samenleving. Problemen die daarbij onder meer aandacht moeten krijgen zijn: verlies aan biodiversiteit door verdroging en verzuring en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, externe veiligheid door luchtvaart en vervoer van gevaarlijke stoffen, en afnemende kwaliteit van de leefomgeving. Deze problemen moeten worden aangepakt door drie zgn. transities: overgang naar een duurzame energiehuishouding, overgang naar duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen en overgang naar duurzame landbouw. Om dit te bereiken zullen heffingen en subsidies worden ingevoerd en moeten internationale afspraken worden gemaakt. (27.801)
  • Wist als voorzitter van de vervolg-Klimaatconferentie in Bonn, juli 2001, een akkoord te bereiken over de uitwerking van het Verdrag van Kyoto over de mondiale aanpak van het broeikasprobleem. De verdragslanden, uitgezonderd de Verenigde Staten, besloten tot het invoeren van een nalevingsregime. Elementen daarvan zijn: maatregelen ter ondersteuning van ontwikkelingslanden, binnenlandse inspanningen om emissiereducties te bereiken en het toestaan van de mogelijkheid van het vastleggen van koolstof door bosbeheersactiviteiten (de zgn. sinks). Er komen sancties voor landen die de doelstellingen niet halen. Na het bereiken van het akkoord kreeg hij een staande ovatie van de deelnemers aan de conferentie.
  • Bracht in 2002 met de ministers Jorritsma, Brinkhorst, Borst en Hermans de Integrale Nota Biotechnologie uit (27.428)

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Brinkhorst een wet tot stand tot goedkeuring van de op 28 februari 1975 tot stand gekomen ACS-EEG-overeenkomst van Lomé. Hiermee ratificeerde Nederland een overeenkomst over de handelsrelaties tussen de EG en 46 staten in Afrika, het Caraïbisch Gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen). De overeenkomst verving eerdere associatieovereenkomsten en diende tevens ter vervanging van de bestaande economische banden tussen twintig Gemenebestlanden en Groot-Brittannië. Producten uit ACS-landen krijgen betere toegang tot de EG, zonder dat daar verplichtingen tegenover staan. Er komen garanties voor financiële hulp aan de ACS-landen en afspraken over technische en financiële samenwerking. (13.672)
  • Bracht in 1977 een wet tot stand inzake Goedkeuring van de op 25 november 1975 te Paramaribo tot stand gekomen overeenkomst met de Republiek Suriname betreffende ont wikkelingssamenwerking (14.133)
  • Bracht in 1994 samen met minister Kooijmans een wet tot stand inzake Goedkeuring van het op 18 juni 1992 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen Nederland en Suriname. Deze overeenkomst werd gesloten na het herstel van de democratie in Suriname in 1991 en biedt een kader voor de samenwerking tussen Suriname en het gehele Koninkrijk der Nederlanden op het gebied van economie, democratie, buitenlandse betrekkingen, defensie, cultuur, milieu en personenverkeer. (22.992)
  • Bracht in 1997 een wet tot stand tot Goedkeuring van het op 27 februari 1995 te Stockholm tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van het IDEA (Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning). Dit instituut moet wereldwijd (maar met name in de Derde Wereld) duurzame democratiseringsprocessen en verkiezingen bevorderen door middel van netwerken en databanken, onderzoek en advisering. (24.577)
  • Bracht in 1997 een wet tot stand tot Goedkeuring van het op 27 juni 1989 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen. Het verdrag vervangt een eerder verdrag uit 1957 en neemt kritiek weg van de betreffende volken. Zo wordt de integratiegedachte die in de praktijk tot landverhuizing en assimilatie leidde, losgelaten.
  • Bracht in 1997 de Wet bepalingen verband houdende met de instelling van het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van Rwanda, en van Rwandese burgers aansprakelijk voor genocide en andere van dergelijke schendingen, begaan op het grondgebied van buurlanden, tussen 1 januari 1994 en 31 december 1994 (24.818)
  • Bracht in 1998 als minister van VROM de Experimentenwet Stad en Milieu in het Staatsblad (Stb. 684), die experimenten met energiebesparing en milieubescherming in de leefomgeving mogelijk maakt. Het wetsvoorstel was in 1998 ingediend door minister De Boer. (25.848)
  • Bracht in 2000 een wetswijziging (Stb. 483) tot stand waardoor therapiebaden onder de werking van Wet hygiëne zweminrichtingen kwam te vallen (26.567)
  • Bracht in 2001 een wijziging (Stb. 346) van de Wet milieubeheer tot stand, waardoor de afvalverwijderingsstructuur wordt gewijzigd. De wet brengt de sturing van de afvalverwijdering op rijksniveau. De daadwerkelijke uitvoering zal net als voorheen door de drie bestuurslagen gezamenlijk plaatsvinden. De centrale sturing komt onder meer tot uitdrukking door het vervallen van de provinciegrenzen voor afvalstoffen, de introductie van een landelijk afvalbeheersplan en het grotendeels op landelijk niveau brengen van de bevoegdheid tot het stellen van regels die tot dusver door de provincies konden worden gesteld. (26.638)
  • Bracht in 2002 de rijkswet Goedkeuring van het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering tot stand (27.089)
  • Bracht in 2002 samen met minister Brinkhorst de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelingsgebieden (Stb. 319) tot stand. Hierdoor werd stankhinder van veehouderijen in bepaalde gebieden aan vergunningen gebonden. De wet werd in 2006 vervangen door de Wet geurhinder en veehouderij. (27.835)
  • Bracht in 2002 samen met minister Borst en staatssecretaris Faber een wijziging (Stb. 461) van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 tot stand ter implementatie van de biocidenrichtlijn. De richtlijn harmoniseert de procedures rond het op de markt brengen van biociden (niet-landbouwbestrijdingsmiddelen, zoals desinfecteermiddelen, verduurzamingsmiddelen, beschermingsmiddelen en middelen tegen ongedierte in de woonomgeving). (27.085)

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Was in november 1972 kandidaat-minister voor ontwikkelingssamenwerking in het deelkabinet-Den Uyl/Van Mierlo
  • Was sympatisant van Nieuw Links en begin jaren zeventig lid van de zgn. 'Steenwijk-groep', een informele denktank in de PvdA voor partijvoorzitter Van der Louw, waarvan verder o.a. Wim Meijer, Bram Peper, Hans Kombrink en Relus ter Beek deel uitmaakten
  • Had tijdens het kabinet-Den Uyl een vrij slechte verstandhouding met zijn partijgenoot Van der Stoel
  • Was in de jaren zeventig en tachtig deelnemer aan het Des-Indesberaad over mogelijke samenwerking tussen PvdA, VVD en D66
  • Was eind 1986 enige tijd kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA, maar trok zich terug toen hem gebleken was dat Marianne Sint meer kans maakte. Hij werd wel vicevoorzitter.
  • Was in 1987 de voornaamste opsteller van het PvdA-rapport "Schuivende panelen" over vernieuwing van het programma en de koers van de PvdA (verschenen 31 oktober 1987). Daarin werd onder meer nieuwe sociaaldemocratische antwoorden op veranderingen als individualisering, flexibilisering van de arbeid en arbeidstijdverkorting werden ontvouwd.
  • Was in november 1989 aanvankelijk de beoogde minister van Defensie. Toen Herfkens echter afhaakte voor Ontwikkelingssamenwerking ging die post naar hem en kreeg Ter Beek Defensie.
  • Werd in oktober 2000 door het Nederlandse kabinet voorgedragen als nieuwe Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar werd niet benoemd omdat secretaris-generaal Kofi Annan de voorkeur gaf aan oud-premier Lubbers
  • In april 2001 verwierp de Tweede Kamer na het debat over de Enschedese vuurwerkramp een door de SP'er Poppe ingediende motie van afkeuring vanwege het falende beleid van het ministerie van VROM bij het voorkomen van ongelukken in vuurwerkopslagen
  • Op 28 maart 2002, toen de conclusies van het NIOD-rapport over Srebrenica alleen nog bij het kabinet bekend waren, zei hij in een interview met het tv-programma NOVA dat hij vond dat het kabinet-Kok I (waarvan hij deel uitmaakte) in 1995 had gefaald bij het beschermen van de moslimbevolking van Srebrenica. Hij liep daarmee vooruit op de besluitvorming in het kabinet over een reactie op het rapport. Kok en de overige ministers waren daarover zeer ontstemd. Tijdens het vragenuur op 3 april nam de premier afstand van de uitlatingen.
  • Diende op 15 april 2002 vanwege de conclusies van het NIOD-rapport over Srebrenica zijn ontslag in, maar premier Kok verscheurde voor zijn ogen zijn ontslagbrief. Kok accepteerde niet dat Pronk leek te claimen meer met zijn geweten te worstelen dan zijn collega's. Uiteindelijk besloot premier Kok zelf op 16 april zijn ontslag in te dienen, gevolgd door alle overige ministers, inclusief Pronk.
  • Maakte na de enorme verkiezingsnederlaag van de PvdA in mei 2002 bekend zijn zetel niet in te nemen om zodoende ruimte te geven aan 'nieuwe mensen'
  • Werd in 2007 bij de strijd om het voorzitterschap van de PvdA verslagen door Lilianne Ploumen
  • Verliet op 28 mei 2013 de PvdA omdat hij vond dat uit compromissen bij de formatie ten aanzien van de ontwikkelingssamenwerking en het vreemdelingenbeleid bleek dat sociaaldemocratische beginselen waren losgelaten. Hij lichtte dit op 29 mei toe in een ingezonden artikel in NRC Handelsblad.

uit de privésfeer

  • Was tijdens zijn studie reisleider

anekdotes en citaten

  • In de beginperiode van het kabinet-Den Uyl had hij tijdens kabinetsvergaderingen 'Keerpunt 72', het verkiezingsprogramma van de progressieve drie, steeds onder hand bereik
  • Tijdens vergaderingen van het kabinet-Den Uyl viel hij regelmatig in slaap (mede ten gevolge van buitenlandse reizen)

verkiezingen

  • Werd in 1986 en 1989 via de Limburgse kandidatenlijst van de PvdA tot Tweede Kamerlid gekozen

niet-aanvaarde politieke functies

  • adjunct-secretaris-generaal Verenigde Naties, december 1993 (geweigerd)
  • lid Tweede Kamer, mei 2002

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 11 april 1978
  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 10 december 2002

buitenlandse onderscheidingen

  • Grootlint Ere Orde van de Palm, Suriname, 1977
  • Gran Cruz Orden Bernardo O'Higgins (Chili), 1993
  • Officier Legion d'Honneur (Frankrijk), 2001

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid volleybalclub "Zandvliet", omstreeks 1955
  • lid CHJO (Christelijk-Historische Jongeren Organisatie)
  • preses SSR (Sociëtas Studiosorum Reformatorum) te Rotterdam, omstreeks 1961

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Mooi rood is niet lelijk" (red. met A. Peper en P.A. de Ruiter, 1969) (artikelen over o.a. democratisering, ontwikkelingshulp, economische groei en inkomensbeleid)
  • "De kritische grens" (1994)
  • "Jan Pronk. Rebel met een missie" (1996)
  • "Paarse passie", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2004, 90
  • "Catalysing development? A Debate on Aid" (2004)
  • "Willens en wetens. Gedachten over globalisering en politiek" (2005)
  • "En zorg ervoor dat ze ons niet vergeten... Over de samenhang tussen vluchtelingen- en migratiepolitiek" (2007)
  • "Het pantser afleggen. Ideeën voor een open politiek" (2008)
  • "Strijd rond de grote meren. Onderhandelen over vrede en recht in het hart van Afrika" (2018)
  • "Suriname. Van wingewest tot natiestaat" (2020)
  • diverse artikelen

literatuur/documentatie

  • T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988)
  • Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995, 1999)
  • NRC Handelsblad, 3 december 1990

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 1966

kinderen

1 zoon en 1 dochter