Dr. J.H. van der Palm

J.H. van der Palm
bron: R.E. van Ditzhuyzen

Theoloog en hoogleraar in Leiden, die in de Bataafs-Franse tijd een bekwame agent (minister) van Nationale Opvoeding was. Zoon van een hoofd van een kostschool in Rotterdam. Ontwierp als minister een regeling voor het lager onderwijs, maar zijn Schoolwet uit 1801 (gewijzigd in 1803) werd niet ingevoerd. Hij legde er wel de basis mee voor de Schoolwet van 1806. Gaf verder de opdracht voor het formuleren van een uniforme spelling en van grammaticaregels. Als voormalig predikant zeer welsprekend en na beëindiging van zijn ministerschap hoogleraar welsprekendheid.

moderaat
functie(s) in de periode 1799-1801: agent (Bataafse tijd)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johannes Hendricus

titulatuur en naam

Dr. J.H. van der Palm Johannes Hendricus

geboorteplaats en -datum

Rotterdam, 17 juli 1763

overlijdensplaats en -datum

Leiden, 8 september 1840

begraafplaats en -datum

Katwijk, 13 september 1840

levensbeschouwing

Gereformeerd

Partij/stroming

stroming(en)

moderaat

Hoofdfuncties/beroepen

  • predikant te Maartensdijk, van 1779 tot 1787 (gevlucht voor de Orangisten)
  • huispredikant, studiesecretaris en bibliothecaris van Mr. Van de Perre te Middelburg, van 1788 tot 1794
  • ambteloos, 1794 (financieel onafhankelijk door legaat van Mr. Van de Perre)
  • lid Vergadering van provisionele representanten van het Volk van Zeeland, van 28 mei 1795 tot 1796
  • gedeputeerde ter Staten-Generaal, van 27 augustus 1795 tot 1 maart 1796 (voor Zeeland)
  • hoogleraar Oosterse Letteren, Hogeschool te Leiden, van 11 juni 1796 tot 1 mei 1799
  • agent voor Nationale Opvoeding, van 1 mei 1799 tot 8 december 1801
  • agent voor Nationale Economie ad interim, van 2 oktober 1801 tot 8 december 1801 (na het ontslag van Goldberg)
  • lid Raad voor Binnenlandse Zaken (belast met onderwijs en kerkelijke zaken), van 8 december 1801 tot 2 mei 1805
  • hoogleraar gewijde dichtkunst en welsprekendheid (sinds 1807 tevens Oosterse talen) Hogeschool te Leiden, van 1 februari 1806 tot 1838 (oratie op 20 september 1806)
  • lid algemene raad, departement van de Monden van de Maas, van januari 1811 tot november 1813

Nevenfuncties

  • redacteur patriottisch blad "De Vriend des Volks", van maart 1795 tot juni 1796
  • academiepredikant, van 1806 tot 1836
  • redenaar van de Orde van Unie, vanaf december 1807
  • voorzitter directie Koninklijke Maatschappij der Wetenschappen
  • lid bestuur Maatschappij van fraaije Kunsten en Wetenschappen, afdeling Leiden, omstreeks 1808
  • assessor van de rector en rechter van de Universiteit, 1808
  • directeur Stopliaansch Legaat, omstreeks 1808

Opleiding

primair onderwijs

  • kostschool (bij zijn vader)

voortgezet onderwijs

  • Erasmiaansch Gymnasium te Rotterdam, van 1774 tot juni 1778

academische studie

  • godgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 1778 tot 31 januari 1784

Activiteiten

als bewindspersoon

  • Ontwierp in 1801 een lager-onderwijswet. Deze regelde onder meer dat in het lager onderwijs les moet worden gegeven in lezen, schrijven, rekenen, taal, geschiedenis, aardrijkskunde en Frans. Nadat de wet niet was ingevoerd, kwam er in 1803 een nieuw ontwerp, dat echter evenmin kracht van wet kreeg.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Gaf de Leidse hoogleraar Siegenbeek opdracht een voorstel te doen voor een uniforme spelling

uit de privésfeer

  • Van hem staat in de Pieterskerk te Leiden een borstbeeld
  • Was bevriend met onder meer Betje Wolff en Aagje Deken en aanvankelijk ook met Willem Bilderdijk
  • Zijn vader was hoofd van een kostschool in Rotterdam

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Maartensdijk
  • Middelburg, vanaf 1788
  • s'-Gravenhage, van 1799 tot 1806
  • Leiden
  • Zoeterwoude, buiten Oosterhof, vanaf 1821 (zomerverblijf)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Unie, 19 april 1808
  • Ridder in de Orde van de Reünie, 7 maart 1812

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid (Hollandsche) Koninklijke Maatschappij der Wetenschappen, vanaf 1799
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • lid tweede klasse, Koninklijk Instituut

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Ecclesiastes philologice et cricice illustratus" (dissertatie, 1778)

literatuur/documentatie

  • Levensbericht door M. Siegenbeek, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1841, 14
  • A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel IX, 18
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 430
  • A. de Groot, "Leven en arbeid van J.H. van der Palm" (1960)
  • R.E. van Ditzhuyzen, "Johannes Hendrikus van der Palm 1763-1840", in: "Onderwijs als opdracht. Leven en werk van de eerste vijftien ministers belast met het onderwijs in de periode 1798-1830"
  • A. de Groot, "Palm, Johannes Hendrikus van der", in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 1, 240

Biografisch Woordenboek(en)

  • biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
  • biografie opgenomen in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme

publicaties over en van letterkundigen

biografie

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Maartensdijk, 14 november 1786

echtgeno(o)t(e)/partner

A. Bussingh, Alida

kinderen

5 dochters en 2 zoons, Cornelia Mathilde (11-04-1790), Jacoba Elisabeth (28-10-1793), Elizabeth Henriette (ca. 1794), Jan Willem (28-11-1795), Hendrik Albert (1802), Adelaide Louise (02-05-1806), Anna Catharina (29-04-1808)

vader

C. van der Palm, Cornelis

moeder

M. van Tonsbergen, Magteld

familierelaties