Katholieke bankdirecteur, die als minister van Financiën in de eerste twee kabinetten-Lubbers een strak bezuinigingsbeleid voerde. Door zijn beleid werd de staatsschuld belangrijk teruggebracht. Uiterst beschaafd sprekende bewindspersoon, die er van hield onbewimpeld zijn mening te geven en die als 'kille' financier te boek stond. Zijn stringente beleid en sommige van zijn uitspraken ('werklozen wonen liever in de buurt van Tante Truus dan te verhuizen') maakten hem dan ook impopulair bij kiezers ter linkerzijde. Was voor hij minister werd werkzaam in het bankwezen en bij het IMF. Keerde na zijn ministerschap terug naar de (internationale) bankwereld.
CDA
functie(s) in de periode 1982-1989: lid Tweede Kamer, minister
penningmeester "De Groote Club Doctrina et Amicitia" te Amsterdam
plaatsvervangend lid monetair comité EEG (Europese Economische Gemeenschap)
secretaris Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding
penningmeester Emma Kinderziekenhuis Amsterdam
lid bestuur "Foster Parents Plan"
lid Raad van Commissarissen Sijthoff Holding
lid Raad van Commissarissen Amro-Bank N.V.
lid Raad van Commissarissen N.V. Beleggingsmaatschappij Wereldhaven
lid Raad van Commissarissen "Amsterdamsch Trustee's Kantoor" B.V., van 1977 tot 1980
voorzitter beleidsbepalend interimcomité IMF (Internationaal Monetair Fonds), vanaf januari 1985
lid Committee for European Monetary Union, vanaf 1990
lid Raad van Commissarissen N.V. Nationale-Nederlanden, vanaf april 1990
adviserend lid Raad van Bestuur N.V. Unilever, vanaf 2 mei 1990
lid college van externe adviseurs "Moret, Ernst & Young", vanaf juni 1990
lid Raad van Commissarissen "Citicorp/Citibank", van juli 1990 tot maart 1992 (grootste bank van de Verenigde Staten)
adviseur Robeco-Groep, van 1 september 1990 tot 2005
lid Raad van Commissarissen "Amsterdamsch Trustee's Kantoor" B.V., vanaf 30 oktober 1990
lid Commissie Mondiale Aktiviteiten Jeugdbeleid, vanaf 1 november 1990
lid Raad van Advies ONRI (Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs), vanaf 1991
lid Raad van Commissarissen N.V. Philips' Electronics, vanaf 2 mei 1991
voorzitter internationaal verband van werkgeversorganisaties
kroonlid SER (Sociaal-Economsiche Raad), van september 1990 tot maart 1992
lid Bankraad, van 30 oktober 1990 tot 1 maart 1992
voorzitter studie-comité harmonisatie ondernemersbelasting Europese Gemeenschap, van 21 januari 1991 tot 1992
lid Trilateral Commission, vanaf 1991
adviserend lid Raad van Bestuur Unilever N.V. en Ltd.
lid Raad van Commissarissen "Compass" (Bata Shoe) Ltd.
lid Raad van Trustees "Mount Sinai Hospital", New York
lid bestuur Netherlands-American Chamber of Commerce, van 1992 tot 2004
lid Internationale Adviesraad, Federal Reserve Bank of New York, van 1993 tot 2006
lid Raad van Commissarissen chemiebedrijf "Pechiney", van 1995 tot 2004
lid Raad van Commissarissen "Corning Inc.", vanaf 1995
lid bestuur European Institute, van 1997 tot 2004
lid bestuur American-European Community Association, vanaf 1998
lid Internationale Adviesraad Federation of Korean Industries, van 1999 tot 2005
lid Raad van Commissarissen RTL Group, vanaf 2000
lid bestuur Uniapac, vanaf 2000
lid pauselijke raad "Justitia et Pax", vanaf april 2002
lid Board of Trustees Internationaal Bureau voor Belastingdocumentatie, vanaf 2002
lid Internationale Adviesraad Citigroup, van 2003 tot februari 2010
voorzitter Adviesraad Amsterdam Institute of Finance, vanaf 2002
lid Raad van Commissarissen ALCAN Inc., van 2004 tot 2007
voorzitter Raad van Commissarissen BNG (Bank Nederlandse Gemeenten), vanaf maart 2004
lid Raad van Commissarissen HOLCIM A.G., vanaf 2004
lid Raad van Commissarissen FONDOR SICAV, vanaf 2004
voorzitter Raad van Toezicht Nationaal Museum "Paleis Het Loo", van 2006 tot 2013
voorzitter Commissie private financiering infrastructuur, van november 2007 tot juni 2008
voorzitter Raad van Advies "Plan Nederland", vanaf juni 2008 (kindgerichteontwikkelingsorganisatie)
lid Europese werkgroep die de internationale kredietcrisis analyseert, vanaf oktober 2008
Opleiding
voortgezet onderwijs
gymnasium, R.K. "Onze Lieve Vrouwe Lyceum" te Breda
academische studie
economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1957 tot 1963
promotie
economische wetenschappen, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, april 1969 (cum laude)
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Voerde als minister van Financiën een strak financieel beleid, waarbij met name bezuinigingen werden bereikt bij de sociale zekerheid, het onderwijs, het welzijnswerk, de volksgezondheid en de ambtenarensalarissen. Tegenvallers op de begroting leidden onmiddellijk tot aanvullende bezuinigingen om de gestelde doeleinden (terugdringing van het financieringstekort en lastenverlichting) overeind te houden.
Bracht in 1983 een beleidsbrief uit over privatisering. Daarin wordt het voornemen van het kabinet-Lubbers I om overheidsvoorziening af te stoten naar de particuliere sector, dan wel werkzaamheden ui te besteden aan de particuliere sector nader uiteengezet. In beginsel moeten alle overheidsvoorzieningen en -activiteiten op mogelijkheden tot privatisering worden bezien. Doel is betere beheersing van de overheidsuitgaven en versterking van de marktsector. De brief bevat een eerste selectie van 14 te privatiseren activiteiten (o.a het IJkwezen, de staatsdrukkerij, het kadaster en het bosbeheer). (17.938)
Voerde in 1985 een nieuw comptabel bestel in bij de rijksoverheid, waardoor het beheer van en het toezicht op de uitgaven door de afzonderlijke ministeries werd vergroot. Ministeries werden primair zelf verantwoordelijk voor het opvangen van overschrijdingen van de begrotingen. Op ieder ministerie kwam een eigen accountantsdienst.
Diende in 1989 een voorstel van Wet op de heffing over vermogensoverschotten van pensioenfondsen in. Overschotten met een duurzaam karakter zouden worden belast. Het wetsvoorstel werd in 2004 door het kabinet-Balkenende II ingetrokken. (21.197)
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1983 de Wet tot beëindiging van de financiële verhouding tussen Kerk en Staat (Stb. 638) tot stand. De financiële verhouding wordt (behoudens overgangsregelingen) per 1 januari 1984 beëindigd op basis van een op 18 mei tussen de Staat en een aantal kerkgenootschappen gesloten overeenkomst. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een additioneel grondwetsartikel dat tot stand kwam na advies door de Staatscommissie-Van Walsum. (17.642)
Bracht in 1985 samen met minister Smit-Kroes de Postbankwet (Stb. 510) en de Personeelswet Postbank NV (Stb. 511) tot stand. Hiermee worden de Postcheque- en Girodienst en Rijkspostspaarbank samengevoegd tot een commerciële bank. De Postbank zal zich vooral richten op de binnenlandse markt en zich zoveel mogelijk van branchevreemde activiteiten onthouden. De werkgelegenheid voor de PTT-werknemers wordt gegarandeerd. (18.346 & 18.347)
Bracht in 1985 de Wet effectenhandel (Stb. 570) tot stand. Deze wet moet ongewenste ontwikkelingen bij de handel in effecten bestrijden. Zo moet bij de uitgifte van effecten een prospectus beschikbaar te zijn met gegevens over de uitgevende instelling. (18.750)
Bracht in 1985 de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf (Stb. 705) tot stand. Een onderneming mag het schadeverzekeringsbedrijf alleen met vergunning van de Verzekeringskamer uitoefenen. Voor het verkrijgen van die vergunning geldt o.a. een solvabiliteitseis. Het wetsvoorstel was in 1979 ingediend door minister Andriessen. (15.612)
Bracht in 1986 de Wet toezicht verzekeringsbedrijf (Stb. 638) tot stand. Deze geeft een geïntegreerde regeling voor de toezicht op het schade- en het levensverzekeringsbedrijf. De belangen van verzekeringsnemers, verzekerden en gerechtigden op uitkeringen moeten hierdoor worden gewaarborgd. Als toezichthouder wordt de Verzekeringskamer aangewezen. (19.329)
Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk een wet tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet tot stand, waardoor de bestuurlijke structuur van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds werd gewijzigd. De directie van het ABP krijgt de integrale verantwoordelijkheid voor het beleid en functioneren van het fonds, maar bepaalde beslissingen kunnen alleen worden genomen met instemming van de Raad van Toezicht. De rijksoverheid kan alleen in zeer bepaalde gevallen aanwijzingen geven. Gewaarborgd blijft dat tot beleggingen wordt besloten op basis van zuivere beleggingscriteria en deskundigheid, uitsluitend in het belang van het fonds. Het wetsvoorstel was in 1986 ingediend door de ministers Rietkerk en Van Aardenne (Financiën a.i.). (19.411)
Bracht in 1988 samen met staatssecretaris Koning de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening (Stb. 278) tot stand. Financiële instellingen worden verplicht om bij het verlenen van bepaalde (financiële) diensten de identiteit van de cliënt vast te stellen aan de hand van een geldig document (bijvoorbeeld paspoort of rijbewijs). (19.904)
Bracht in 1988 een wijziging (Stb. 596) van de Comptabiliteitswet tot stand over controlebevoegdheden bij privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de staat financieel deelneemt. De Algemene Rekenkamer kan hierdoor financiële controle uitoefenen op vennootschappen die leningen, subsidies of garanties van de staat hebben gekregen. (19.062)
Bracht in 1989 samen met de staatssecretarissen Koning en De Graaf een omvangrijke herziening van het belastingsstelsel tot stand (Oort-voorstellen) (Stbb. 122 en 123). (20.595 & 20.855 & 20.873 & 20.874)
Bracht in 1989 een wet tot Goedkeuring van de wijziging van de statuten van de Postbank NV tot stand. Die wijziging leidde tot het opheffen van de beperkingen van de kredietverlening en andere vormen van de zakelijke dienstverlening door de Postbank, waardoor valutabemiddeling en plaatsing van effecten bij emissies tot het dienstenpakket gingen behoren. Het staatsbelang in de bank werd verminderd. Via een tweede wet werd staatsdeelneming goedgekeurd in de NV waarin Nederlandse Middenstandsbank NV en Postbank NV samenwerkten. (20.593 & 20.916)
Wetenswaardigheden
algemeen
Was tijdens zijn studie jaargenoot van Lubbers
Een interview met hem op 18 oktober 1984 in 'Het Vrije Volk', waarin hij uitsprak dat veel werklozen zich er bij het zoeken naar werk 'met een Jantje van Leiden' vanaf maakten en niet bereid waren te verhuizen, maar liever bij 'Tante Truus' bleven wonen, was voor oppositieleider Den Uyl reden de minister te interpelleren en een motie van afkeuring in te dienen. Die motie werd verworpen.
Had door zijn optreden als tamelijk a-politieke' bankier een moeizame verhouding met veel van zijn (CDA-)collega's
In 1986 was hij door de top van het CDA voorbestemd om minister van Buitenlandse Zaken te worden. Van den Broek zou dan minister van Justitie worden. Toen die laatste daarvoor niet voelde, ging dat echter niet door.
Was in december 1986 kandidaat voor de functie van president van het IMF, maar gekozen werd de fransman Michel Camdessus
Was in mei 1990 kandidaat voor de functie van president van de Bank voor Oost-Europa, maar gekozen werd de fransman Attali
uit de privésfeer
Zijn benoeming tot minister betekende voor hem financieel "een enorme achteruitgang, acht jaar lang". Door zijn benoeming tot vice-president van Citicorp in New York werd dat verlies weer hersteld.
De stiefmoeder van CDA-Tweede Kamerlid J.J.P. (Joep) de Boer was zijn tante
Zijn schoonvader was chirurg en geneesheer-directeur van Dekkerswald bij Nijmegen
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"Het ijskonijn" (vanwege zijn 'kille' opstelling als minister)
ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 20 november 1989
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Comité van Aanbeveling Edmund Burke-Stichting, omstreeks 2004
hobby's
tennis, schaken
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Naar een geïntegreerde Europese kapitaalmarkt" (dissertatie, 1969)
"Bouwstenen voor een Europees beleid" (1976) (CDA-rapport)
"Het gaat om meer dan geld alleen" (bundel, 2003)
"Balans. Het ging om meer dan geld alleen" (memoires, 2020)