VVD
functie(s) in de periode 1958-1973: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister, viceminister-president
Personalia
voornamen (roepnaam)
Hendrikus Johannes (Johan)
titulatuur en naam
Dr. H.J. Witteveen Hendrikus Johannes (Johan)
geboorteplaats en -datum
Zeist, 12 juni 1921
overlijdensplaats en -datum
Wassenaar, 23 april 2019
levensbeschouwing
lid Soefibeweging
Partij/stroming
partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)
Hoofdfuncties/beroepen
- sous-chef (rang: hoofdcommies) afdeling Globaal Plan, CPB (Centraal Planbureau), van 1945 tot 1948
- lector staatshuishoudkunde, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1946 tot 1 september 1948
- hoogleraar staathuishoudkunde, conjunctuurleer en economische politiek, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1 september 1948 tot 24 juli 1963
- rector magnificus Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 16 september 1951 tot 15 september 1952
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 23 december 1958 tot 5 juni 1963
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 juni 1963 tot 24 juli 1963
- minister van Financiën, van 24 juli 1963 tot 14 april 1965
- buitengewoon hoogleraar staatshuishoudkunde, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1 september 1965 tot 5 april 1967
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1965 tot 5 april 1967
- minister van Financiën en viceminister-president, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1971 tot 1 september 1973
- managing director IMF (Internationale Monetaire Fonds) te Washington, van 1 september 1973 tot 18 juni 1978
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid bestuur VVD afdeling Rotterdam
- lid curatorium Prof.Mr. B.M. Teldersstichting, vanaf oktober 1953
- ondervoorzitter VVD, van 15 mei 1963 tot 24 juli 1963
- voorzitter/lid curatorium Prof.Mr. B.M. Teldersstichting
- lid curatorium Prof.Mr. B.M. Teldersstichting, omstreeks 1973
Nevenfuncties
- lid Raad van Toezicht op ZWO (Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van 1 april 1955 tot 31 maart 1960
- lid Commissie herziening Comptabiliteitswet (commissie-Simons), van 27 juni 1956 tot 7 september 1960
- lid Raad van Commissarissen Nationale-Levensverzekeringsbank, van 1960 tot juli 1963
- lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot juli 1963
- lid Raad van Commissarissen N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, tot 1963
- lid Raad van Commissarissen textielfabriek N.V. Nijverdal/Ten Cate, omstreeks 1961
- lid Staatscommissie herziening Ondernemingsrecht, van januari 1963 tot juli 1963
- lid Raad van Commissarissen N.V. W.A. Scholten Foxhol, 1963
- lid Raad van Commissarissen N.V. dagblad "Het Vaderland", 1963
- lid Raad van Commissarissen N.V. Scholten/Honig, van juli 1965 tot april 1967
- lid Raad van Commissarissen N.V. NDU (Nederlandse Dagblad Unie), van september 1965 tot april 1967
- lid Raad van Commissarissen Rommenhöllersche koolzuur- en zuurstofwerken
- lid Raad van Commissarissen N.V. Robeco Groep (Rotterdamsch Beleggingsconsortium) te Rotterdam, van september 1971 tot september 1973 (adviseur)
- adviserend lid Raad van Bestuur N.V. Unilever, vanaf 1 april 1972
- lid Raad van Commissarissen N.V. Zanen en Verstoep, van 1972 tot september 1973
- lid Raad van Commissarissen Bank der bondsspaarbanken, omstreeks 1973
- lid Raad van Commissarissen N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, 1973
- lid Raad van Commissarissen N.V. NDU (Nederlandse Dagblad Unie), vanaf juni 1973
- lid High Level Trade groep, OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), omstreeks 1973
- lid bestuur Stichting Lubbers (beheer van belangen en onroerend goed van minister-president Lubbers)
- adviseur bank Morgan's Quarantee Trust, vanaf 1978
- lid Raad van Commissarissen N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij, vanaf juli 1978
- adviseur Raad van Bestuur Amro (Amsterdam-Rotterdam) bank N.V. te Amsterdam, van 1 januari 1979 tot 1 januari 1991
- lid Raad van Commissarissen N.V. Nationale-Nederlanden, van juni 1979 tot april 1991
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Robeco Groep (Rotterdamsch Belegginsconsortium) te Rotterdam
- lid European Advisory Council General Motors, vanaf april 1979
- lid Raad van Commissarissen Thyssen Bornema, omstreeks 1979
- vicevoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Nationale-Nederlanden, van april 1990 tot 1991
- lid Raad van Commissarissen Computer Security Consultants Coseco B.V. te Rotterdam, omstreeks 1990
- lid Raad van Commissarissen Ed. Laurens B.V. te 's-Gravenhage, omstreeks 1990
- lid Raad van Commissarissen Tabacofina N.V. te Edegem (België), omstreeks 1990
- voorzitter Raad van Commissarissen IHC Caland N.V. te Schiedam, omstreeks 1990
- voorzitter Raad van Commissarissen ING (Internationale-Nederlanden Groep), vanaf 1991
- voorzitter bestuur Prof. F. de Vries Stichting
- lid Raad van Commissarissen "Nieuwe Rotterdamse Courant"
- voorzitter Raad van Toezicht "Helen Dowling Institute"
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Economische Zaken 1962 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1961 tot december 1961
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 26 april 1960 tot 20 september 1960
- voorzitter vaste commissie voor Economische Aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 26 september 1961 tot 5 juni 1963
- ondervoorzitter vaste commissie voor Financiën (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 18 juni 1963 tot 23 juli 1963
- voorzitter vaste commissie voor Financiën (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 4 oktober 1966 tot 5 april 1967
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Openbaar "Erasmiaansch Gymnasium" te Rotterdam
academische studie
- economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 19 september 1939 tot 28 februari 1946
promotie
- economische wetenschappen, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, 23 januari 1947 (cum laude)
Activiteiten
als parlementariër
- Was woordvoerder financieel-economische zaken van de VVD in Eerste en Tweede Kamer. Hield zich als Eerste Kamerlid ook bezig met sociale zaken en als Tweede Kamerlid met volkshuisvesting.
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1961 tot de drie leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Wet erkenningen tuinbouw stemden, omdat zij die overbodig en te belemmerend vonden
- Behoorde in 1966 tot de vijf leden van zijn fractie die vóór de ontwerp-Natuurbeschermingswet stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Tijdens zijn ministerschap in het kabinet-Marijnen was er sprake van groeiende overheidsuitgaven (onder andere voor onderwijs, ontwikkelingshulp, recreatie en landbouw). Zijn beleid was er - om overbesteding en inflatie te voorkomen - op gericht de uitgavenstijging in de periode tot 1967 achter te doen blijven bij de groei van het nationale inkomen. Inkomensstijging moest mede gericht worden op bezitsvorming in plaats van op bestedingsverruiming. Er werden wel belastingverlagingen in het vooruitzicht gesteld. In 1965 was er door extra financiële wensen sprake van tegenvallers op de begroting.
- Toen hij minister was in het kabinet-De Jong was er zowel sprake van stijgende overheidsuitgaven (bijvoorbeeld ter verlichting van de financiële problemen van gemeenten en voor sociale zekerheid en woningbouw) als van belastingverhogingen (onder meer van de accijns op tabak en alcoholische dranken en van de motorrijtuigenbelasting). Dit werd gecompenseerd door aanpassing in de tariefsstructuur van de loon- en inkomstenbelasting (inflatiecorrectie). Ter voorkoming van een loon- en prijsspiraal werd voor 1971 een bedrag van f 140 miljoen geblokkeerd. Een wet 'wiebeltax' (aanpassing van belastingtarieven uit conjunctureel oogpunt) moest afremming van bestedingen mogelijk maken. Ook werden beperkingen gesteld aan consumptief krediet en aan overheidsgaranties voor leningen.
- De door hem in 1964 ingediende en in 1970 en de Tweede Kamer verdedigde ontwerp-Comptabiliteitswet werd in 1972 (verdedigd door minister Nelissen) door de Eerste Kamer verworpen
- Kreeg in 1968 te maken met een internationale monetaire crisis, vooral ten gevolge van de devaluatie van het Engelse pond in 1967. Gaf daarop in maart 1968 de (internationale) handel in goud in Nederland vrij. Hierover legde hij op 26 maart 1968 in de Tweede Kamer een verklaring af. In juni 1968 werd de uitvoer van zilveren munten en de afgifte daarvan aan niet-ingezetenen verboden (vanaf een bedrag van f 25,-).
- Legde op 28 oktober 1969 in de Tweede Kamer een verklaring af over de revaluatie van de Duitse mark
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1964 de Wet op het Schadeverzekeringsbedrijf (Stb. 409) tot stand. Deze stelt aan de in Nederland werkende binnen- en buitenlandse schadeverzekeringsmaatschappijen eisen inzake de solvabiliteit. Hierop wordt toezicht gehouden door de Verzekeringskamer. Het wetsvoorstel was in 1961 ingediend door de ministers Zijlstra en Beerman. (6.545)
- Bracht in 1964 de Wet inzake pariwaarde van de gulden (Stb. 439) tot stand, die uitsluitend aan de regering de bevoegdheid geeft tot revaluatie of devaluatie van de gulden. Het wetsvoorstel was in 1963 ingediend door zijn voorganger. (7.074)
- Bracht in 1964 samen met staatssecretaris Van den Berge de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Stb. 512), Wet op de Loonbelasting 1964 (Stb. 514) en Wet op de Vermogensbelasting 1964 (Stb. 513) tot stand. Door deze algehele belastingherziening wordt onder meer het afsluiten van levensverzekeringen fiscaal aantrekkelijker. Verder wordt de loonbelastinggrens opgetrokken. De herziening leidt tot belastingverlichting. De wetsvoorstellen waren in 1958 ingediend door minister Hofstra. (5.380)
- Bracht in 1967 een wijziging (Stb. 402) van de Muntwet in het Staatsblad, waardoor de zilveren guldens en rijksdaalders worden vervangen door nikkelen. (8.733)
- Bracht in 1968 samen met staatssecretaris Grapperhaus de Wet omzetbelasting 1968 (Stb. 329) tot stand, waarbij de b.t.w. (belasting toegevoegde waarde) wordt geïntroduceerd. Er komt een algemene heffing op de consumentenprijzen, met een lager percentage voor eerste levensbehoeften en een hoger percentage van luxe-artikelen. De belasting zorgt ervoor dat bij uitvoer exact de juiste belasting kan worden teruggegeven en voorkomt zo concurrentievervalsingen in de E.E.G. (9.324)
- Bracht in 1969 samen met minister Udink de Wet herverzekering investeringen (Stb. 268) tot stand. Deze maakt herverzekering mogelijk van niet-commerciële risico's die investeerders in ontwikkelingslanden lopen. Daarbij kan worden gedacht aan nationalisatie of confiscatie in het investeringsland, en voorts aan een lokale oorlog, burgeroorlog, revolutie, opstand of aan onlusten. (9.633)
- Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Grapperhaus een wijziging (Stb. 445) van de Wet vermogensbelasting tot stand. Hierdoor wijzigt de fiscale status van beleggingsinstellingen; zij worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting over gemaakte winsten, indien en voor zover die aan aandeelhouders worden doorgegeven. Het voorstel was in 1960 ingediend door minister Zijlstra en staatssecretaris Van den Berge. (6.000)
- Bracht in 1970 samen met staatssecretaris Grapperhaus een wet (Stb. 605) tot tijdelijk verhoging of verlaging van belasting op grond van conjuncturele overwegingen ('wiebeltax') tot stand, waarbij de minister van Financiën zonder voorafgaande goedkeuring van het parlement uit conjuncturele overwegingen de tarieven van de belastingen met 5 procent kon verhogen of verlagen. De wet werd slechts twee jaar toegepast. (10.940)
- Bracht in 1970 samen met staatssecretaris Grapperhaus een wet tot wijziging van de inkomstenbelasting en de loonbelasting tot stand, waardoor onder meer het huurwaardeforfait in de inkomstenbelasting werd ingevoerd. De wijzigingen zorgden voor een vereenvoudiging van de heffing en enkele aftrekregelingen (onder andere voor reiskosten) werden beperkt. Er kwam een aparte fiscale regeling voor de werkende gehuwde vrouw. Het voorstel was mede gebaseerd op een rapport van de Commissie-Hofstra. (10.790)
- Bracht in 1970 samen met minister Beernink en staatssecretaris Grapperhaus een wet (Stb. 608) tot wijziging van bepalingen inzake gemeentelijke en provinciale belastingen tot stand. Die wet beoogt gemeenten en provincies meer mogelijkheden te geven een eigen financieel beleid te voeren. Er wordt onder andere een onroerend-goedbelasting ingevoerd ter vervanging van de grondbelasting en personele belasting. Ook de gemeentelijke vermakelijkheidsbelastingen worden afgeschaft, waar tegenover staat de mogelijkheid om retributies (zoals rioolrecht en parkeerheffingen) te verhogen. Provincies krijgen de bevoegdheid opcenten op de motorrijtuigenbelasting te heffen. (9.538)
- Bracht in 1970 samen met minister Luns een wet tot stand tot goedkeuring van de bij Besluit van 21 april 1970 te Luxemburg door de Raad van de Europese Gemeenschappen vastgestelde bepalingen betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lid-staten door eigen middelen van de Gemeenschappen. Deze eigen middelen bestaan uit afgedragen douanerechten en landbouwheffingen en middelen uit belasting op toegevoegde waarde. Het begrotingsrecht van het Europees Parlement wordt versterkt, maar verwerping van de gehele EG-begroting is niet mogelijk. (10.915)
- Bracht in 1971 de Wet op het kroondomein (Stb. 159) tot stand, waarbij het kroondomein overgaat naar het ministerie van Financiën. Bij het beheer van de tot het kroondomein behorende natuurgebieden moet natuurbehoud voorop staan. (10.686)
- Bracht in 1971 samen met staatssecretaris Grapperhaus een wet (Stb. 259) tot stand waardoor het tarief van de inkomstenbelasting en de loonbelasting jaarlijks automatisch wordt aangepast aan de inflatie. Hierdoor wordt voorkomen dat inkomensgroepen onbedoeld onder een hoger belastingtarief komen te vallen. (10.789)
Wetenswaardigheden
algemeen
- Medeoprichter van de Prof.Mr. B.M. Teldersstichting
- In 1971 deed de Commissie voor de Rijksuitgaven uit de Tweede Kamer onderzoek naar een gat in de begroting 1972 ('het Gat van Witteveen') van bij 2 miljard gulden. De commissie concludeerde dat er geen sprake was van achtergehouden informatie, maar dat budgettaire ontwikkelingen niet goed waren onderkend en zelfs enigszins onderschat
- In 2015 heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam de H.J. Witteveen leerstoel opgericht vanwege de verdiensten van Johannes Witteveen op het terrein van de Nederlandse economie en de wereldeconomie.
uit de privésfeer
- Promoveerde bij Prof. J. Tinbergen
- Toen hij bij het CPB werkte was W. Drees jr. zijn ondergeschikte
verkiezingen
- Was in 1956 Eerste Kamerkandidaat in en werd in 1960 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland
- Werd in 1971 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg
woonplaats(en)/adres(sen)
- Rotterdam, Oranjelaan 10b, omstreeks 1955
- Rotterdam, Prinses Julianalaan 24, omstreeks 1959 (nog in 1963)
- Wassenaar, Nassaulaan 9, omstreeks 1965
- Wassenaar, Waldeck Pyrmontlaan 15, omstreeks 1972
ridderorden
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 juli 1971
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 25 april 1979
overige onderscheidingen en prijzen
- Four Freedom Award, 1982
- Pierson Penning, 2000
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid VCSB (Vrijzinnig-Christelijke Studenten Bond)
- lid Bond van Jong-Liberalen (tijdens studententijd; samen met E.G. Stijkel)
- lid KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van wetenschappen), afdeling letterkunde
hobby's
- klassieke muziek
- Engelse en Franse literatuur
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Loonhoogte en werkgelegenheid" (dissertatie, 1946)
- "Conjunctuur theorie en Conjuctuurpolitiek" (1952)
- "Universeel soefisme. De weg van liefde, harmonie en schoonheid" (1995)
- "De magie van harmonie. Een visie op de wereldeconomie" (autobiografie, met Saskia Rosdorff, 2012)
literatuur/documentatie
- "Wie is dat?" (1956)
- Fokke Obbema, "Denken is vluchtig, voelen leidt naar je ziel" (interview Volkskrant, 23 april 2019)
- Jonne Harmsma, "Inspirerende econoom van wereldformaat. Johan Witteveen (1921-2019)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2019, 149
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 3 maart 1949 (echtgenote overleden in 2006)
echtgeno(o)t(e)/partner
L. de Vries Feijens, (Liesbeth)
beroep echtgeno(o)t(e)/partner
pianolerares
kinderen
4 kinderen
vader
Ir. W.G. Witteveen, Willem Gerrit
geboorteplaats en/of -datum
Deventer, 1 maart 1891
beroep vader
- architect (ontwerper wederopbouwplan te Rotterdam)
- directeur van gemeentewerken te Rotterdam
moeder
A.M. Wibaut, Anna Maria (Anne-Marie)
geboorteplaats en/of -datum
Middelburg, 1 november 1893
familierelaties