rev.-comm.fractie, CPH, CPH-Wijnkoop, CPN
functie(s) in de periode 1918-1941: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK
Personalia
voornamen (roepnaam)
David Joseph (David)
titulatuur en naam
D.J. Wijnkoop David Joseph (David)
opmerkingen over de naam en/of titel
- Het bevolkingsregister van Amsterdam vermeldt als voornaam alleen 'David'
- voornaam ook wel 'Dave'
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 11 maart 1876
overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 7 mei 1941 (overleed aan een hartaanval op zijn onderduikadres)
begraafplaats en -datum
Driehuis-Westerveld, 11 mei 1941
levensbeschouwing
- Israëlitisch (Nederlands-Israëlitisch) (opgevoed)
- geen godsdienst
Partij/stroming
partij(en)
- SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij), van 1899 tot 1909
- SDP (Sociaal-Democratische Partij), vanaf 1909
- CPH (Communistische Partij Holland), van 1919 tot 1925
- CPH-Wijnkoop (Communistische Partij Holland-Wijnkoop), van 1926 tot 30 september 1930
- CPH (Communistische Partij Holland), van 30 september 1930 tot 1935
- CPN (Communistische Partij van Nederland), vanaf 1935
lid tussentijds gevormde fractie(s)
revolutionair-socialistische fractie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1918 tot 24 juli 1922
Hoofdfuncties/beroepen
- inspecteur Arbeidersverzekeringsbank "De Centrale", van 1904 tot 1907 (ontslag na conflict met directeur F.W.N. Hugenholtz)
- redacteur dagblad "De Tribune", van 19 oktober 1907 tot april 1916 (medeoprichter)
- bezoldigd propagandist SDP, van 1909 tot 1916
- hoofdredacteur dagblad "De Tribune", van 1916 tot 1925
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 15 september 1925
- fractievoorzitter CPH Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1919 tot 1925
- lid gemeenteraad van Amsterdam, van 2 september 1919 tot 30 juli 1940 (uit de raad verwijderd door de Duitsers vanwege zijn Joodse afkomst)
- redacteur "Communistische Gids", van 1926 tot 1930
- lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 5 juli 1927 tot 4 juli 1939
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 7 mei 1941
gevangenschap/internering
geïnterneerd te Hoorn, van 10 mei 1940 tot 15 mei 1940
Partijpolitieke functies
overzicht
- voorzitter SDAP afdeling Amsterdam III, 1891
- voorzitter SDAP federatie Amsterdam, vanaf 1903
- lid partijbestuur SDAP, van 1905 tot 1906
- voorzitter SDP afdeling Amsterdam, van 1909 tot 1916
- voorzitter SDP/CPH, van 1912 tot 1924
- executieve Komintern, vanaf 1924
- fractievoorzitter CPH gemeenteraad van Amsterdam, van 1919 tot 1940
Nevenfuncties
- redacteur "Propia Cures" (moest aftreden na kritiek op zijn artikel over de verloving van de Koningin)
- medewerker tijdschrift "De Globe"
- stakingsleider
- lid Comité van Verweer in Twente, 1903
- lid bestuur Bestuursbond te Amsterdam, van 1902 tot 1906
- medewerker "Volksdagblad", 1939
Opleiding
primair onderwijs
- Openbare "Hendrik Westerschool", Weesperplein te Amsterdam
voortgezet onderwijs
- Openbaar "Barlaeus Gymnasium" te Amsterdam, tot 1895
academische studie
- letteren (kandidaats), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van september 1895 tot 14 april 1899 (liet studie onvoltooid wegens zijn sociale activiteiten o.i.v. Domela Nieuwenhuis)
Activiteiten
als parlementariër
- Stelde op 1 oktober 1918 in de Tweede Kamer voor een Adres van Antwoord naar aanleiding van de troonrede op te stellen, waarin de ministers van het vorige kabinet in staat van beschuldiging werden gesteld vanwege het door hen gevoerde crisisbeleid
- Interpelleerde in 1918 de regering over het optreden tegenover de generaal Von Hohenzollern, het optreden van de burgemeester van Amsterdam in verband met de bewegingen die daar plaatsvonden en over de situatie in ons land in verband met de buitenlandse toestand
- Interpelleerde in 1918 minister Van Karnebeek over de aanwezigheid van de Duitse ex-keizer in ons land, over de doortocht van Duitse troepen door Limburg en over de progroms tegen de joden in Polen en Galicië
- Interpelleerde in 1919 minister Van Karnebeek over onderhandelingen van de Nederlandse autoriteiten met diverse autoriteiten in Duitsland
- Interpelleerde in 1921 minister Van Karnebeek over te verlenen steun aan de hongerende arbeiders en boeren in Sovjet-Rusland
- Interpelleerde in 1922 minister De Graaff over de vervolgingen tegen communisten in Nederlands-Indië
- Interpelleerde in 1924 minister Van Swaaij over de loonsverlaging voor het spoorwegpersoneel
- Interpelleerde in 1924 minister De Graaff over de door de Indische Regering aangekondigde maatregelen ter bestrijding van de volksbeweging van arbeiders en boeren in Indië
- Interpelleerde in 1929 minister Ruijs de Beerenbrouck over de heftige botsingen tussen politie en arbeiders naar aanleiding van de staking in de zinkwitfabriek te Maastricht
- Interpelleerde in 1930 minister Donner over huiszoekingen bij communisten
- Interpelleerde in 1931 minister Donner over het weren van De Tribune uit openbare leeszalen en uit de stationsboekhandel
- Diende in 1931 een initiatiefvoorstel in over bestrijding van de nadelige gevolgen voor arbeiders van de economische crisis; het voorstel werd in 1932 ingetrokken
- Stelde in februari 1932 met De Visser een motie voor waarin om aftreden van de regering en ontbinding van de Kamer werd gevraagd. Vanwege onvoldoende ondersteuning kwam de motie niet in behandeling
- Interpelleerde in 1932 minister Beelaerts van Blokland over de Nederlandse houding ten aanzien van de toestand in Shanghai
- Interpelleerde in 1932 minister Reymer over de lonen van het spoorwegpersoneel en de voorgenomen loonkortingen daarop
- Interpelleerde in 1935 minister Van Lidth de Jeude over de inmenging der regering in het conflict bij de particuliere mijnen
- Interpelleerde in 1938 minister Patijn over de erkenning van de koning van Italië als keizer van Ethiopië
- Interpelleerde in 1939 minister Goseling over de medewerking van Nederland aan voorziening in de nood van Spaanse kinderen en andere Spaanse vluchtelingen
- Interpelleerde in 1939 minister-president Colijn over de oorzaak van het aftreden van de minister van Financën en de daaruit ontstane gevolgen
Wetenswaardigheden
algemeen
- Richtte in 1907 met Ceton en Van Ravesteyn het tijdschrift "De Tribune" op
- Trad met de Tribune-groep uit de SDAP en richtte de SDP op, die in 1919 haar naam veranderde in CPH
- Trad met een aantal aanhangers in 1925 uit de CPH. Het conflict hing onder andere samen met de wens om in plaats van Van Ravesteyn een 'arbeidersafgevaardigde' in de Tweede Kamer te krijgen. Hij koos de zijde van Van Ravesteyn.
- Dankzij de steun van de Communistische Internationale wist de minderheid de strijd met Wijnkoop c.s. te winnen. Op 30 september 1930 legde hij in de Tweede Kamer een verklaring af dat hij was teruggekeerd in de CPH, sectie van de derde Internationale.
- De Tweede Kamervoorzitter ontnam hem op 25 oktober 1929 het woord toen hij bij de vaststelling van spreektijden afweek van het onderwerp
- De Tweede Kamervoorzitter ontnam hem op 19 november 1931 het woord toen hij zich bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken 1932 beledigend uitliet over de minister
- Op Prinsjesdag 1932 verstoorde hij met zijn fractiegenoot Lou de Visser in de Ridderzaal de orde door na het uitspreken van de Troonrede antimonarchistische leuzen te roepen. De overige Kamerleden overstemden hen door luidkeels het Wilhelmus aan te heffen. In 1934 gebeurde hetzelfde waarna hij met zijn twee partijgenoot hardhandig uit de Ridderzaal werd verwijderd.
- De Tweede Kamervoorzitter ontnam hem op 16 november 1932 het woord toen hij bij de algemene beschouwingen over de begroting 1933 toen hij zich herhaaldelijk beledigend uitliet over de regering
uit de privésfeer
- Op het gymnasium werd hij statutair niet toegelaten als lid van de schoolvereniging 'Disciplina Vitae Scipio' omdat hij een jood was
- Zat van juli 1940 tot 7 mei 1941 ondergedoken in Amsterdam
anekdotes en citaten
- Nadat D. Fock op 7 oktober 1920 zijn aftreden als Tweede Kamervoorzitter had aangekondigd vanwege zijn benoeming tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië zei hij: "Ik hoop, dat het Indië gegeven zal zijn zich tijdens uw bestuur los te rukken van de heerschappij van Nederland."
- Wijnkoop leefde als onderduiker onder de naam De Vries. Na zijn begrafenis stonden rechercheurs van politie de persoonsbewijzen van de bezoekers te controleren. Zij zeiden "een zekere De Vries" te zoeken. Die was evenwel zojuist begraven.
woonplaats(en)/adres(sen)
- Amsterdam, Plantage Kerklaan (ouderlijk huis)
- Amsterdam, Nieuwe Herengreacht 10, van 1907 tot 1910
- Londen (korte tijd)
- Amsterdam, Pretoriusplein 3 III, vanaf 1912 (nog in 1931)
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- W.H. Vliegen, "Die onze kracht ontwaken deed", deel II, 320
- A.J. Koejemans, "David Wijnkoop, een mens in de strijd voor het socialisme" (1967)
- A.A. de Jonge, "Wijnkoop, David (1876-1941)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 667
- A.F. Mellink, "Wijnkoop, David Joseph", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel I, 155
- P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
Biografisch Woordenboek(en)
- biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
- biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Amsterdam, 7 augustus 1907 (huwelijk ontbonden 12 september 1910)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 27 juni 1912
echtgeno(o)t(e)/partner
E.J. Hess, Emma Josephine
2e echtgeno(o)t(e)/partner
J. van Rees, Johanna
kinderen
1 zoon (uit tweede huwelijk)
vader
J.D. Wijnkoop, Joseph David
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 16 augustus 1842
beroep vader
- opperrabbijn te Amsterdam (vanaf 1871)
- privaat-docent aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam (vanaf 1901)
moeder
D. Nijburg, Mietje
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 24 november 1855
broers en zusters
1 broer en 2 (jongere) zussen
beroep grootvader (vaderskant)
kleine middenstander
beroep grootvader (moederskant)
zakenman die in Engeland handelde in juwelen