Vooraanstaande 'Rooie Vrouw' en spraakmakende PvdA-voorzitter ten tijde van het kabinet-Den Uyl. Sprak altijd klare taal. Klom op in de Vrouwenbond van de PvdA en volgde in 1974 André van der Louw op als partijvoorzitter. Gold als exponent van de linkervleugel. In de Eerste Kamer woordvoerder buitenlandse zaken. Voerde in 1976 ook het woord bij het debat over het initiatiefvoorstel van PvdA en VVD over abortus. Eindigde haar politieke loopbaan als lid van het Europees Parlement.
PvdA
functie(s) in de periode 1974-1989: lid Eerste Kamer, partijvoorzitter, lid Europees Parlement
PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946
Hoofdfuncties/beroepen
secretaresse op diverse handelskantoren in Tiel, Geldermalsen en Amsterdam
lid gemeenteraad van Leersum, van 3 september 1974 tot april 1975 (voor PvdA/PPR)
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1974 tot 17 september 1979
waarnemend voorzitter PvdA, van 16 november 1974 tot 10 april 1975
voorzitter PvdA, van 10 april 1975 tot 26 april 1979
lid Europees Parlement, van 17 juli 1979 tot 24 juli 1989
Partijpolitieke functies
overzicht
lid afdelingsbestuur Vrouwenbond PvdA
lid hoofdbestuur Vrouwenbond PvdA
voorzitter Vrouwenbond PvdA, van januari 1969 tot november 1974
lid partijbestuur PvdA, van 8 maart 1969 tot 5 februari 1971
tweede vicevoorzitter PvdA, van 5 februari 1971 tot 5 oktober 1972
eerste vicevoorzitter PvdA, van 5 oktober 1972 tot 10 april 1975
lid Keerpuntbewakingsgroep PvdA, omstreeks december 1975 tot mei 1976
lid PvdA-commissie verkiezingsprogramma 1977
ondervoorzitter socialistische fractie, Europees Parlement, van juli 1979 tot juli 1989
Nevenfuncties
lid Reclameraad, van oktober 1973 tot 1988
lid hoofdbestuur VARA (Vereniging van Arbeiders Radio-Amateurs), omstreeks 1974 (nog in 1986)
voorzitter IKV (Interkerkelijk Vredesberaad), van november 1987 tot januari 1992
lid algemeen bestuur Novib, omstreeks 1991
lid Nederlands Nationaal Comité voor het Internationaal Jaar voor het Gezin 1994, vanaf maart 1993
afgeleide functies, presidia etc.
plaatsvervangend lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en West-Europese Unie, van 5 oktober 1977 tot 27 september 1978
plaatsvervangend voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 5 oktober 1977 tot 17 september 1979
lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en West-Europese Unie, van 7 mei 1979 tot 1 oktober 1979
Opleiding
voortgezet onderwijs
h.b.s.-b
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Eerste Kamer vooral bezig met buitenlandse zaken
opvallend stemgedrag
Stemde in 1974 als enige van haar fractie tegen een wijziging van de Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid. Door deze 'novelle' kreeg de Eerste Kamer een medebeslisrecht over de uitvoeringsregelingen.
Behoorde in 1978 tot de vijf leden van haar fractie die tegen de ontwerp-Wet Investeringsrekening (WIR) stemden
Behoorde in 1979 tot de elf leden van haar fractie die tegen een voorstel in eerste lezing stemden over herziening van de grondwettelijke bepalingen over toelating, uitzetting, uitlevering, het Nederlanderschap en het ingezetenschap
Wetenswaardigheden
algemeen
Was in 1972 als voorzitter van het PvdA-Vrouwenkontakt mede-initiator van de zogenaamde 'Rooie Vrouwen Plannen'. Dit waren acties gericht tegen onder meer het beeld van vrouwen in reclame-uitingen en voor uitbreiding van kinderopvang.
Woonde in de periode 1973-1974 incidenteel bijeenkomsten bij van de Steenwijk-groep, het informele overleg van voormalige Nieuw Links-sympathisanten
Werd in april 1975 tot voorzitter van de PvdA gekozen door Jaap van der Doef met 5973 tegen 5736 stemmen te verslaan. Aanvankelijk was het de bedoeling dat Van der Doef voorzitter zou worden en zij hem zou opvolgen als Tweede Kamerlid.
Leidde in september 1975 een PvdA-delegatie naar de DDR. Na afloop van dat bezoek deed delegatielid Jan Nagel de uitspraak dat de Berlijnse muur historisch gezien juist was geweest. Aanvankelijk nam ze daarvan geen afstand. Nadat onder anderen partijleider Den Uyl de uitspraak feitelijk en politiek onverstandig had genoemd, deed ze dat alsnog.
Voorstander van nauwere samenwerking tussen PvdA, NVV, NKV, VARA, linkse bladen en culturele organisaties in één grote socialistische 'familie'
Zette de door haar voorganger Van der Louw ingang gezette polarisatiestrategie voort. De PvdA ontwierp daartoe in 1976 samen met de PPR een resolutie, waarin werd vastgelegd dat zij na de verkiezingen van 1977 alleen zouden gaan regeren als de partijen samen winst zouden behalen en als grootste combinatie uit de stembus zouden komen. Daarmee moest vorming van een tweede kabinet-Den Uyl met een linkse meerderheid worden gewaarborgd. Uiteindelijk werd in januari 1977 vastgelegd dat bij de samenstelling van een nieuw kabinet ook een verhouding 8-8-plus (8 linkse ministers en de minister-president) zou volstaan.
Tijdens haar voorzitterschap werd in 1977 een nieuw beginselprogramma vastgesteld, waarin solidariteit met de Derde Wereld en met achtergestelden en onderdrukten in de eigen samenleving de centrale thema's waren. Het programma was minder 'bevlogen' en had een minder uitgesproken socialistisch karakter dan het programma uit 1959.
Behoorde in oktober 1977 tot de acht partijbestuursleden die vóór het aanvaarden van de verhouding 8-7-1 in het beoogde tweede kabinet-Den Uyl stemden
Werd in 1985 genoemd als kandidaat voor het burgemeesterschap van Delft, maar werd niet benoemd
verkiezingen
Werd in 1974 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg
woonplaats(en)/adres(sen)
Tiel (jeugdjaren)
's-Gravenhage, Hengelolaan 683, omstreeks 1970
Leersum, Weidelaan 27, omstreeks 1973 (nog in 1976)
Leersum, Engelberg 8
Heemstede, Ringmus 68, omstreeks 1996
Heemskerk
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1987
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid VCJC (Vrijzinnig-Christelijke Jeugdcentrale)
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
R.A. Koole, "Partijvoorzitter tussen actie en regeringsverantwoordelijkheid. Ien van den Heuvel (1927-2010)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2011, 133
A. Strijland, "Blank, Carolina de", Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland