Vrij-Liberalen
functie(s) in de periode 1913-1920: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Boudewijn (Boudewijn)
titulatuur en naam
B. Nierstrasz Boudewijn (Boudewijn)
geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 10 september 1861
overlijdensplaats en -datum
Heemstede, 7 juli 1939
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
- Bond van Vrije Liberalen, tot 16 april 1921
- Liberale Staatspartij "De Vrijheidsbond", vanaf 16 april 1921
Hoofdfuncties/beroepen
- marineofficier, o.a. op Zr.Ms. fregat "Evertsen" en Zr.Ms. wachtschip te Willemsoord, van 1881 tot 1 februari 1883 (op pensioen gesteld vanwege in en door de dienst ontstane lichaamsgebreken)
- adjunct-inspecteur H.IJ.S.M. (Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij) te Haarlem en Amsterdam, van 1 februari 1883 tot 1888
- directeur Amstel-Rijn-Main Stoombootmaatschappij, van 1885 tot 1896
- directeur N.V. Hollandsche Stoombootmaatschappij te Amsterdam, van 1888 tot 1 mei 1921
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1913 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Amsterdam VI)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1920 tot 6 augustus 1920
officiersrangen
luitenant-ter-zee tweede klasse, van 1 september 1881 tot 1 februari 1883
Nevenfuncties
- lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche Scheepsverband Maatschappij, vanaf 1903 (later president-commissaris)
- lid Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam, van 1905 tot 1921
- lid Staatscommissie exploitatie spoorwegen (Staatscommissie-De Marez Oyens), van september 1908 tot augustus 1911
- lid Staatscommissie ter voorbereiding van een belasting op oorlogswinst (Staatscommissie-Bos), van oktober 1915 tot 23 februari 1916
- lid commissie tot vaststelling van een a.m.v.b. als bedoeld in art. 1 der Schepenuitvoerwet 1916, vanaf 1916 (nog in 1923)
- lid Raad van Commissarissen N.V. Drukkerij "Senefelder"
- lid Raad van Commissarissen N.V. Amsterdamsche Zee- en Brand Assurantie Maatschappij
- lid Raad van Commissarissen N.V. De Brandassurantie Maatschappij te Amsterdam
- lid (secretaris) Raad van Bestuur Koninklijke Hollandsche Lloyd, omstreeks 1921
- lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche Stoombootmaatschappij, vanaf 1 mei 1921 (nog in 1931)
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche Stoombootmaatschappij
- lid Raad van Toezicht N.V. Hollandsche Scheepsverband Maatschappij
- vicepresident Nederlandsch-Indische Handelsbank
- vicevoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, omstreeks 1931
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine) te Willemsoord, van 1876 tot 1879
- adelborst eerste klasse, 1879
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer voornamelijk over scheepvaartaangelegenheden, handel, Nederlands-Indië en belastingen
Wetenswaardigheden
algemeen
- Veroorzaakte 16 november 1916 een incident in de Tweede Kamer. Hij veroordeelde in scherpe bewoordingen het voorstel tot verhoging van de schadeloosstelling en tot invoering van een presentiegeld aan Tweede Kamerleden. Hij verweet de minister zonder enige toelichting en argumentatie en met een hautain gebaar enkele rijksdaalders in de hand van 'de afgevaardigde' te laten vallen, die zich vastklampt aan zijn mandaat als middel van bestaan". Ten slot riep hij uit: "Maar wat klaag ik. Chaque peuple a le gouvernement qu'il mérite! Elke Kamer ondervindt van de Regeering de behandeling, die haar toekomt." Verschillende Kamerleden en minister Cort van der Linden maakten Nierstrasz ernstige verwijten over diens uitlatingen. Voorzitter Goeman Borgesius zag zich, na vergeefs hameren en een poging de orde te herstellen, genoodzaakt de vergadering te schorsen. Een dag later bood Nierstrasz zijn medeleden en de minister zijn excuses aan.
- In 1920 werd hij in april benoemd verklaard tot Tweede Kamerlid, maar omdat hij aarzelde over aanvaarding daarvan en treuzelde met het insturen van zijn geloofsbrieven, werd hij pas in mei geïnstalleerd. In augustus 1920 nam hij ontslag.
uit de privésfeer
- Zijn tweede echtgenote was een nicht van de schrijver Louis Couperus. Zijn tweede schoonvader was oud-resident en schrijver van Indische novellen
- Zijn vader was burgemeester van Loenen (1853-1854). Hij was tevens raadslid in 's-Gravenhage.
verkiezingen
- Versloeg in 1913 bij een naverkiezing in het district Amsterdam VI H. Verkouteren (chu) na herstemming
- Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
- Was in 1918 nummer drie op de kandidatenlijst van de Vrije Liberalen, maar werd niet herkozen omdat Æ.G.A. ridder van Rappard en J.W. Niemeijer meer (voorkeur)stemmen kregen
woonplaats(en)/adres(sen)
- Amsterdam, Prins Hendriklaan 26, omstreeks 1913 (nog in 1920)
- Tervuren (België), omstreeks 1931
- Heemstede, Oudemanslaan 2, omstreeks 1938
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1906
overige onderscheidingen en prijzen
erekruis voor belangrijke krijgsbedrijven in Atjeh, 1883
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Onze Afgevaardigden, 1913
- Ned. Patriciaat, 1924
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Amsterdam, 27 oktober 1885 (huwelijk in 1906 ontbonden door echtscheiding)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Scheveningen, 19 september 1915 (huwelijk in 1927 ontbonden door echtscheiding)
echtgeno(o)t(e)/partner
M.J.L. Wilson, Mathilda Jeanne Leonora
2e echtgeno(o)t(e)/partner
C. de la Valette, Constance
kinderen
2 dochters (uit eerste huwelijk)
vader
Mr. W. Nierstrasz, Willem
geboorteplaats en/of -datum
Gorinchem, 6 februari 1826
beroep vader
- inspecteur bij de rijkspolitie
- referendaris aan het ministerie van Justitie
moeder
P.A. Donker Curtius, Petronella Antonia
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 4 november 1839
beroep grootvader (vaderskant)
rechter te Gorinchem
beroep grootvader (moederskant)
- advocaat
- president Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij
familierelaties