A.C. Wertheim

A.C. Wertheim
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Vermogende Amsterdamse liberaal van vrijzinnig-Joodsen huize, met grote maatschappelijke, culturele en economische belangstelling. Deelgenoot in een bankiersfirma en zeer actief in het maatschappelijk leven. Was betrokken bij de oprichting en financiering van diverse ondernemingen. Filantroop. Leider van de vooruitstrevend liberale Amsterdamse kiesvereniging 'Burgerplicht'

liberaal
functie(s) in de periode 1886-1897: lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Abraham Carel

titulatuur en naam

A.C. Wertheim Abraham Carel

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 12 december 1832

overlijdensplaats en -datum

Amsterdam, 30 november 1897

levensbeschouwing

Israëlitisch (Nederlands-Israëlitisch) (uiterst vrijzinnig)

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal (vooruitstrevend)

verwante partij

vrijmetselaar

Hoofdfuncties/beroepen

  • firmant, firma "Wertheim en Gompertz" commissionairs in effecten te Amsterdam, vanaf 1845 (firma van oom Abraham)
  • medewerker bankiershuis "Julius Konigswärter" te Amsterdam, omstreeks 1850 tot 1853
  • firmant, firma "Wertheim en Gompertz" commissionairs in effecten te Amsterdam, vanaf 1853
  • deelgenoot firma "Wertheim en Gompertz" te Amsterdam, vanaf 1858
  • directeur "Nederlandsche Crediet- en Deposito Bank" te Amsterdam, vanaf 1864
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 2 augustus 1866 tot juli 1886 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 30 november 1897 (voor Noord-Holland)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • leider liberale kiesvereniging "Burgerplicht" te Amsterdam, tot 1894

Nevenfuncties

  • consul van Saksen-Coburg-Gotha te Amsterdam, van 1863 tot 1868
  • consul van Nassau, van 1865 tot 1866
  • lid Raad van Commissarissen "Nederlandsche Crediet- en Deposito Bank" te Amsterdam, van 1865 tot 1872
  • regent Nederlandsch Israëlitische Seminarium te Amsterdam, van 1868 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, van 1869 tot 1887
  • lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen ("S.S."), van 1870 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Amsterdamsche Kanaal Maatschappij, van 1871 tot 1882
  • lid bestuur Dina en Carelfonds, van 1871 tot 1897 (oprichter)
  • lid Raad van Bestuur "Banque Franco-Hollandaise", van 1872 tot 1873
  • lid bestuur Vereeniging voor den Effectenhandel, van 1876 tot 30 november 1897
  • commissaris van toezicht Stoomvaartmaatschappij "Nederland", van 1877 tot 1893
  • lid bestuur inrichting "Toevlucht voor behoeftigen", van 1877 tot 1894
  • lid raad van toezicht Maatschappij voor Gemeentecrediet, vanaf 1879
  • lid hoofdbestuur Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, van 1880 tot november 1887
  • lid bestuur Prins Alexander-Stichting, van 1881 tot 30 november 1897
  • lid bestuur Bureau voor Informatie naar behoeftigen, van 1881 tot 1894
  • lid bestuur Burger Ziekenhuis te Amsterdam, van 1884 tot 1894
  • regent Prins Hendrik-Stichting te Egmond aan Zee, van 1884 tot 1886 (oprichter)
  • lid bestuur Zuiderzee-Vereeniging, van 1886 tot 30 november 1897
  • voorzitter Prins Hendrik-Stichting te Egmond aan Zee, van 1886 tot 30 november 1897
  • lid hoofdbestuur Vereeniging tot verbetering van het lot der Blinden in Nederland en zijne Koloniën, van 1887 tot 30 november 1897
  • voorzitter Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, van 1880 tot november 1887
  • lid Raad van Commissarissen Algemeene Waarborgmaatschappij, van 1889 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Handel-Maatschappij, van 1889 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Gooische Beetwortel Suikerfabriek
  • lid Raad van Commissarissen 'La Industria' te Wageningen
  • lid Raad van Commissarissen stoomolieslagerij "De Haas"
  • lid Raad van Commissarissen diamantslijperij "Amsterdam"
  • lid Raad van Commissarissen Telego-Redjo Cultuur Maatschappij
  • lid Raad van Beheer "De Stadsschouwburg Maatschappij" N.V., van 1890 tot 30 november 1897
  • lid raad van beheer Koninklijke Vereeniging "Het Nederlandsch Toneel te Amsterdam, vanaf 1891
  • lid bestuur Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer te Amsterdam, van 1891 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Spoorweg-Maatschappij Leiden-Woerden, van 1891 tot 30 november 1897
  • lid dagelijks bestuur Over-Amstelsche Polder, van 1891 tot 30 november 1897
  • lid bestuur Vereeniging "Kindervoeding" te Amsterdam, van 1891 tot 1892
  • lid Raad van Bestuur Nederlandsche Trust Maatschappij, van 1892 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", van 1892 tot 30 november 1897
  • voorzitter bestuur Vereeniging "Kindervoeding" te Amsterdam, van 1892 tot 30 november 1897
  • penningmeester commissie van bijstand uitgave "Woordenboek der Nederlandsche Taal", tot 30 november 1897
  • lid hoofdbestuur Vereeniging "Moed, Beleid en Trouw", van 1893 tot 30 november 1897
  • voorzitter bestuur Bureau voor Informatie naar behoeftigen, van 1894 tot 30 november 1897
  • voorztter bestuur inrichting "Toevlucht voor behoeftigen", van 1894 tot 30 november 1897
  • lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Bad en Overdekte Zweminrichtingen, van 1895 tot 30 november 1897
  • lid kerkeraad Nederlands-Israëlitische gemeente
  • vicepresident Centrale Commissie algemene zaken Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap, omstreeks 1908
  • voorzitter kerkenraad Nederlands-Israëlitische gemeente te Amsterdam
  • lid plaatselijke commissie Vereeniging tot verbetering van het lot der Blinden in Nederland en zijne Koloniën te Amsterdam

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

  • honorair lid hoofdbestuur Internationale Vereeniging tot verbetering van het lot der blinden afdeling Nederland, vanaf 1879
  • erelid Koninklijke Vereeniging "Het Nederlandsch Tooneel" te Amsterdam, van 1895 tot 30 november 1897

Opleiding

primair onderwijs

  • Joodse burgerschool te Amsterdam, van 1838 tot 1845

cursussen

  • privaatlessen in vreemde talen

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer met name over zaken betreffende Suriname en Nederlands-Indië, over militaire aangelegenheden (vestingstelsel) en financiën
  • Interpelleerde in 1890 minister Mackay over de spanning op politiek en maatschappelijk gebied in Suriname

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1889 tot de minderheid van 16 liberalen die vóór de wijziging van de Lager-onderwijswet van het kabinet-Mackay stemde

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Werd in 1858 na zijn huwelijk met zijn nicht deelgenoot van de firma Wertheim en Gompertz
  • Betrokken bij de oprichting van de Nederlandsch-Indische Handelsbank
  • Betrokken bij de oprichting van de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij
  • Was in 1870 betrokken bij de oprichting van een Administratiekantoor voor Amerikaanse Spoorwegwaarden te Amsterdam
  • Was in 1874 betrokken bij de oprichting van de toneelschool te Amsterdam
  • In 1885 medeoprichter van de Vereeniging Kindervoeding
  • Naar hem is het Amsterdamse Wertheimpark genoemd

verkiezingen

  • Werd in 1886 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Noord-Holland met 34 van de 65 stemmen gekozen. Op C. Donker werden negen stemmen uitgebracht en op jhr. J. Röell acht.
  • Werd in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 49 van de 65 stemmen herkozen
  • Werd in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 57 van de 70 stemmen gekozen
  • Werd in 1893 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 59 van de 68 stemmen herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

Amsterdam

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid literair genootschap "Tot nut en Beschaving" (letterkundig genootschap der Joodse elite), omstreeks 1850
  • lid rederijkerskamer "Vondel" te Amsterdam, vanaf 1852
  • lid Vrijmetselaarsloge, vanaf 1854
  • lid Deutsche Hülfsverein

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • H.P.G. Quack, "A.C. Wertheim 1832-1897", in: H.P.G. Quack, "Uit den kring der gemeenschap. Omtrekken en figuren" (1899)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 1404
  • A.S. Rijxman, "A.C. Wertheim 1832-1897. Een bijdrage tot zijn levensgeschiedenis" (1961)
  • F. Vermeulen, "De Amsterdamse familie Wertheim", in: Ons Amsterdam 44 (1982), 286-297
  • "A.C. Wertheim. Portret van een joods bankier", in: Groniek 115 (1992) 29-35
  • H. Berg, E.J. Fischer (red.), "Venter, fabriqueur, fabrikant. Joodse ondernemers en ondernemingen in Nederland 1796-1940" (Amsterdam, 1994)
  • H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
  • Onze Afgevaardigden, 1897
  • Ned. Patriciaat, 1988

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

archivalia

archief-familie Wertheim, Gemeentearchief Amsterdam

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Amsterdam, 17 mei 1858

echtgeno(o)t(e)/partner

R.M. Wertheim, Rosalie Marie (zijn nicht)

kinderen

4 zoons en 4 dochters (3 kinderen jong overleden)

vader

C. Wertheim, Carel

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 10 november 1798

beroep vader

  • koopman te Amsterdam
  • winkelier in antiquiteiten te Zaandam
  • handelaar in goud- en zilverwerken

moeder

D. van Minden, Dientje

geboorteplaats en/of -datum

Wageningen, 23 mei 1805

broers en zusters

3 zusters en 3 broers (zelf oudste kind)

beroep grootvader (moederskant)

koopman in inlandse tabak

familierelaties